beschikbare titels


Nederlandse taal

Taco H. de Beer, Onze volkstaal, 1882-1890
Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995
J. Goossens, Jozef Leenen, 1976
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990
De drie talen. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1899
De Gids. Jaargang 72 (alleen scans beschikbaar) , 1908
De Gids. Jaargang 73 (alleen scans beschikbaar) , 1909
De Gids. Jaargang 74 (alleen scans beschikbaar) , 1910
De Gids. Jaargang 75 (alleen scans beschikbaar) , 1911
De Gids, 1837-
De Nieuwe Taalgids, 1907-1995

monografieën


Woorden (lexicografie)

J.H. van Dale, Taalkundig handboekje, 1867
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste, 1971
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
Nicoline van der Sijs, Het versierde woord, 1999
P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN, 1997
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands, 1976

Etymologie

W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990

Zinnen (syntaxis)

Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952
D.M. Bakker, De macht van het woord, 1988
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963
Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps', 1984-85
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic', 1983
Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving', 1982
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst, 1892-1896
Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur', 1971-72
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results', 1988
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie', 1990
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands', 1979
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"', 1976-77
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language', 1975
W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis, 1968
Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu, 1938
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord', 1961
P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind', 1956
Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon, 1975
Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity', 1993
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels', 1973-74
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica, 1973
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959

Klanken (fonologie/fonetiek)

Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch', 1985
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal', 1978-79
René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch', 1985-86
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
Anneke Neijt, Universele fonologie, 1991
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978
Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System', 1967
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie', 1970
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie, 1989
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs', 1980

Betekenis (semantiek)

C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie', 1976
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"', 1928

Vormen (morfologie)

J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden', 1939
C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands', 1947
C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten', 1958
Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect', 1983
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden', 1915
L.C. Michels, 'Woordwording van affixen', 1957
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont', 1901
P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805

Normen

Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998
Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde, 1981
Charivarius, Is dat goed Nederlands?, 1940
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands, 1966
Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie, 1581
Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands, 1983
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst, 1865
Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst, 1706
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991
Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge, 1612
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956
P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805

Taalbeheersing

Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
A.J. Vervoorn, Kleine grammatica van de waanzin, 1977

Taalverwerving / Psycholinguïstiek

Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
A.M. Schaerlaekens, De taalontwikkeling van het kind, 1977
Jan Stroop, Poldernederlands, 1998

Sociolinguïstiek

Alied Blom, 'Het kwantitatieve er', 1975-76
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
G.G. Kloeke, 'Inleiding', 1927
J.G.M. Moormann, De geheimtalen, 2002
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959

Dialectologie

Cor van Bree, Het dialect in deze tijd, 1983
Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979
Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige, 1986
H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal, 1917
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie', 2006
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995
J. Goossens, Jozef Leenen, 1976
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname, 1983
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990

Historische taalkunde

Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998
Cor van Bree, Historische taalkunde, 1990
J. Goossens, 'Polysemievrees', 1962
Kees Groeneboer, Weg tot het Westen, 1993
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
K.H. Heeroma, 'Ontspoorde frankiseringen', 1951
K.H. Heeroma, 'Wat is Ingweoons?', 1965
D.C. Hesseling, Het Afrikaansch, 1899
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906
Cefas van Rossem en Hein van der Voort, Die Creol taal, 1996
Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956
C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1931
Marijke J. van der Wal, De taaltheorie van Johannes Kinker, 1977

Nederlands als tweede taal

Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987

Taaldidactiek

Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956

artikelen


Woorden (lexicografie)

José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Herm. P.J. van Alfen, ‘Kloppen in de bijzondere beteekenis van Castrare.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
J.C. Arens, ‘J.C. ArensUit oude woordenboeken II’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
J.C. Arens, ‘J.C. ArensUit oude woordenboeken III’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
J.C. Arens, ‘J.C. ArensUit oude woordenboeken IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Peter Bakema, ‘Connotatieve labels in Nederlandse woordenboeken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Fragment van een vocabularius medegedeeld door A. Beets.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
I.J.M. van den Berg, ‘Scholastiek lexicon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
H.L. Bezoen, ‘Naar aanleiding van Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
D.P. Blok, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
A.P. de Bont, J.B. Drewes, G.G. Kloeke, C. Kruyskamp en D. Kuijper Fzn., ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
R.J.G. de Bonth, Ronny Boogaart, Eep Francken, Lia van Gemert, Ton Harmsen, Jan Noordegraaf en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
R.J.G. de Bonth, Johan Koppenol, Olga van Marion en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en Tijs Terwey, ‘Woordverklaring.Over ‘laten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
R. Breugelmans, G.R.W. Dibbets, L.F. van Driel en Clazien Verheul, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
C.C. de Bruin, G.A. van Es, C. Kruyskamp en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
P.J. Buijnsters, Jacoba M.C. Kroesen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en W.P. Pos, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
T.H. Buser, ‘Proeven van woordverklaring.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Fons van Buuren, C. de Deugd, Soetje Oppenhuis de Jong en Tanneke Schoonheim, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
W.J.M. van Calcar, ‘Over waarden en normen in een woordenboek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Frans Claes, ‘Ontwikkeling van de Nederlandse lexicografie tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
Frans Claes, ‘Het woordenboek van Martin Binnart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Frans Claes, ‘Nederlandse benamingen van woordenlijsten en woordenboeken tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Frans Claes, ‘Frans Claes S.J.Iets over de datering van de oudste vindplaatsen in Etymologische woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
Frans Claes, ‘Frans Claes S.J.Simon Stevin als bron voor Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
Louis Cornelis, G.R.W. Dibbets, B.P.M. Dongelmans, J.A. van Leuvensteijn en Geert Warnar, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
P.J. Cosijn, ‘Plukseldoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘Glossarium op de Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘De glossae Lipsianae.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
F.M. Cowan, C. Kruyskamp en J.L. Pauwels, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
J.H. van Dale, ‘Iets over de afleiding van het woord vierschaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J.H. van Dale, ‘Een biervlietenaar mag tweemaal zijn mes trekken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Willox. - ric.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, Taalkundig handboekje (1867)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Karina van Dalen-Oskam en Tanneke Schoonheim, ‘K.H. van Dalen-Oskam en T.H. SchoonheimHet Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200 - 1300)Namen en hun plaats in de woordenschat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Karina van Dalen-Oskam en Katrien Depuydt, ‘K.H. van Dalen-Oskam en K.A.C. DepuydtHet Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200-1300)Over betekenissen en meer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
J.J.M. van Dam, ‘Spaansche mat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
M.R. Dijkman, ‘Kritiese beschouwingen over hedendaagse examenpraktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.B. Drewes, ‘Bijdrage tot een woordenboek van de rederijkerstaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.B. Drewes en C. Kruyskamp, ‘Boekbesprekingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
H.J.E. Endepols, ‘Groenstraat-Bargoens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichtsof La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en MaastrichtsofLa force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Sybrandus Johannes Fockema Andreae, ‘Spreekwijzen en vormen aan het oude recht ontleend.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1898 (1898)
K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (ed. F.C.L. Bosman) (1943)
Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Johan Hendrik Gallée, ‘Saksische namen van planten en delfstoffen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
Johan Hendrik Gallée, ‘Uit de taalstudie.’ In: De Gids. Jaargang 1887 (1887)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Dirk Geeraerts, ‘Dirk GeeraertsOver woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Dirk Geeraerts, ‘Dirk GeeraertsOver woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebiedenII’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987)
G. Geerts, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
Lia van Gemert, Ingrid Glorie, Nelleke Moser, Ewoud Sanders, Gea Schelhaas, Irene Spijker en Robert Stein, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Het Geldersche woord vlaas = poel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6 en 7]’, ‘De voornaamwoordelijke aanwijzing en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Willem Pée's groot boekOver de verkleinwoorden in de Nederlandsche dialecten.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
J. Goossens, ‘De ambtelijke teksten van het Corpus-Gysseling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
J.P. Gumbert, ‘Een Nederlands woordenboek uit de 13e eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
Jacob Haantjes en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Een systematisch woordenboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
J.A. vor der Hake, ‘Behoeven en hoeven’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
P.J. Harrebomée, ‘Tiental nederlandsche spreekwoorden,’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
M. van Hattum, Luc Korpel, P.G.J. van Sterkenburg en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
K.H. Heeroma, ‘Mnl. geëeut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
K.H. Heeroma, ‘Rapzak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
K.H. Heeroma, ‘De plaats van de ij in het Nederlandse alfabet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
Hans Heestermans, ‘Verhandelingen’, ‘Definities in woordenboekenJaarrede door de voorzitter Dr. H. Heestermans’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990)
Hans Heestermans, ‘Definities in woordenboeken’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 8 (1990)
J. Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.L. van den Helm, ‘Etymologische onderzoekingen’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
C. Henstra, ‘C. HenstraDe Breeveertien in de woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J.D. Herlein, ‘Karaïbaansch woorden-boek.’ In: Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname (1718)
Armand Héroguel, Philippe Hiligsmann, W. Martin en M. Miceli, ‘Het project Leerwoordenboek zakelijk Nederlands Ph. Hiligsmann, M. Miceli, W. Martin, I. Maks en A. Héroguel’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
anoniem Het Brugsche Livre des Mestiers, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen (ed. Jan Gessler) (1931)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
D.J. Huizinga, ‘Over de conditioneele voegwoorden ‘in’ en ‘ende’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Arie de Jager, ‘Moederziel alleen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Verweenthede.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over de werkwoorden beenen en verbeenen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Arie de Jager, ‘Smeedde Bilderdijk ‘omwingerden’ of ‘omwingeren’?door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Aan 't werk!’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
C.G. Kaakebeen, ‘De term onecht in de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Nalezing op de bijdrage’, ‘Tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A. Kluijver, ‘Eene onuitgegeven lijst van woorden, afkomstig van zigeuners uit het midden der 16de eeuw.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1900 (1900)
A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Agata Kowalska-Szubert, ‘Thematische woordenlijsten: hoe maak je die aan? Agata Kowalska (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)
Agata Kowalska-Szubert, ‘Over potas, herbata en andere Nederlandse woorden in het PoolsAgata Kowalska-Szubert (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
C. Kruyskamp, ‘Banjer, banjerheer, banjaard’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens en P. Minderaa, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
C. Kruyskamp, ‘Huydecoper als lexicograaf’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, ‘Studentenhaver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
C. Kruyskamp, ‘De begrenzing van het handwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Willem Kuiper, ‘Een ‘groet scat’ in een ‘clein vat’’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 17 (1999)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.), ‘Een paar Middelnederlandsche bastaardwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.I. Lieftinck, ‘Bouwstoffen van het Middelnederlandsch woordenboek Addenda en corrigenda’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
G.I. Lieftinck, ‘Bouwstoffen van het Middelnederlandsch WoordenboekAddenda en corrigenda’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen V’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
H.J.J.M. van der Merwe, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels (1902)
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste (1971)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (IV)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (V)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
L.C. Michels, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
L.C. Michels, ‘Orgaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Fons Moerdijk, ‘A. MoerdijkHet belang van neologismen voor de lexicale semantiek, ‘kamerbreed’ geëtaleerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Fons Moerdijk, ‘De wording van het Algemeen Nederlands Woordenboek Fons Moerdijk’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.G.M. Moormann, ‘Bargoensch uit het midden der negentiende eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Glimp - glimpen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Eischen en bezwaren der wetenschap pelijke lexicographie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Sprokkelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Paardenbreedte(n).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
G.A. Nauta, ‘Pedel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
O. de Neve, ‘De Nederlandsche glossen van de Brusselsche ‘Olla patella’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
O. de Neve, ‘Aantekeningen over 16de - eeuwse lexicografie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
O. de Neve, ‘Over de plantnamen konfilje en konfilie de grein’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
A.M. van 't Oever, ‘Het Engelsch in de laatste afleveringen van het Middelnederlandsch woordenboek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt.door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.S. Overdiep, ‘Bladvulling’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jan Pan, ‘Sprokkels, verzameld door mr. J. Pan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
W. Pijnenburg en Tanneke Schoonheim, ‘W.J.J. Pijnenburg en T.H. SchoonheimHet Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200 - 1300)De geschiedenis van een project’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.A. van Praag, ‘Iets over oude, Spaansche woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Het Nederlands in woordenboeken voor de vreemde talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Dolores Ross, ‘De polysemie in Italiaanse en Nederlandse structuren Dolores Ross’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase(twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
B. Scholten, ‘Tabak drinken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
P.C. Schoonees, ‘Kleine mededeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C. Schouten-van Parreren, ‘Verslag van de werkbijeenkomst woordenschatuitbreiding mw.dr. C. Schouten-Van Parreren’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-Sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
H. Schultink, ‘De bouw van nieuwvormingen met her-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
Nicoline van der Sijs, Het versierde woord (1999)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Marketa Skrlantová, ‘Hoe (on)bruikbaar zijn taalgidsen? Marketa Å krlantová’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
B.H. Slicher van Bath, ‘Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250 (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
B.H. Slicher van Bath, ‘Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250 (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Gilbert A. R. de Smet, ‘Invloed van Junius' Batavia op Kiliaans woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Chr. Stapelkamp, ‘Lexicographische aantekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Chr. Stapelkamp, ‘Welle, wellen, wallen, walwort(el) waelwortel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Chr. Stapelkamp, ‘Lexicologische aantekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Chr. Stapelkamp, ‘Veenderijtermen en enige andere woorden uit het Utrechtse polderland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Nederlandse lexicologie in stellingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Afdeling 2Lexicografie’, ‘7. De lexicografie in de middeleeuwenP.G.J. van Sterkenburg’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN (1997)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Gasterij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Bolkvanger.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geheime rijkdommen van onzen woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 10]’, ‘De woordfrequentie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Helsche koude.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Bijdrage tot de kennis van den Frieschen, voornamelijk Bildtschen, tongval.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Die eerst komt, eerst maalt of maant?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Anglosaxonica I.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Middelnederlandse woordgeografieTondalus' Visioen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Duynen (?)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Middelnederlands (op-)terven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Looc en derivaten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek op weg naar voltooiingTen geleide’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘A. MoerdijkHoe consistent, modern en beknopt is het WNT?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeve van een verklarend Nederduitsch woordenboek.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1864 (1864)
Lambert Tinholt, ‘Taal-bijzonderheden van het eiland Marken, ’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
F. de Tollenaere, ‘VerandzadenEen woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Mnl. en Nndl. bâgen(i), bâgel(i), b(eh)âgen(i), verbâgen(i)enbāgen(ii), bāgel(ii), behāgen(ii), verbāgen(ii).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het dialectwoordenboekTheorie en praktijk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het Nederlands etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
F. de Tollenaere, ‘Nieuwe wegen in de lexikografie?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: het ontstaan van ‘spuigat’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereLexicographica:mnl. ghehuust ende ghehooft (1450)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 115 (1999)
M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
M.C. van den Toorn, ‘Leeswoordenboeken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J. Verdam, ‘Swellen door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
H.J. Verkuyl, ‘Hoe goed en hoe fout is Van Dale’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
H.J. Verkuyl, ‘Hoe goed en hoe fout is Van Dale?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
Linda Verstraten en Pyter Wagenaar, ‘Vaste verbindingen in corpora’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands (1976)
Eelco Verwijs, ‘Mennen met valen’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtenddoor J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap,door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Vondel's Brabantse moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VII De Gids-tijd. Opkomst van de taalwetenschap (pl.m. 1835 - pl.m. 1885)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over oude woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘West-Vlaamse woorden uit de zestiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
C.G.N. de Vooys, ‘De officiele Nederlands-Belgische woordenlijst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Matthias de Vries, ‘Quekenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
A.A. Weijnen, ‘De woorden voor melk en karnemelk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: mispel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘Raggen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
J.F. Willems, ‘Over de woorden:Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Gielerstael, of haeltael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
L.A. te Winkel, ‘Over de natuur der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord verwaarloozen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.A. Zaalberg, ‘Schoondochter ‘stiefdochter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
C.A. Zaalberg, ‘Monster passeren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigendoor K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)

Etymologie

José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Th.H. d' Angremond, ‘Mnl. eblie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Th.H. d' Angremond, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Th.H. d' Angremond en J.H. van Lessen, ‘Nogmaals over de etymologie van getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Constantinus Bake, ‘Nog eens dubbelduw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Adriaan J. Barnouw en J. Verdam, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Tult.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets, ‘Stapelzot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Overscharig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Heimwee.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Splitruiter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Haringkaken.(Naschrift.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Adriaan Beets, ‘Waarloos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Adriaan Beets, ‘Bladvulling.(Bokje - sigaar)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Adriaan Beets, ‘Een vaantje in 't gelag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Adriaan Beets, ‘Koppen snellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Adriaan Beets, ‘Gellecone’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Adriaan Beets, ‘Nog eens veldiepnaschrift bij 't voorafgaande’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
Adriaan Beets, ‘Veldiep’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
Adriaan Beets en J.H. van Lessen, ‘Kweesten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
H.L. Bezoen, ‘Naar aanleiding van Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
H.L. Bezoen, ‘Over eenige dierennamen in het Nederlandsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
H.L. Bezoen, ‘Kleine Mededeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
H.L. Bezoen, ‘Oostndl. Beeën’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
H.L. Bezoen en J. Heinsius, ‘Oostndl. beteun(e), betuun(e) ‘schaars’ [<*bi-twên(e)]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
Willem Bisschop, ‘Is oom kool een Geldersche bastaard?door W. Bisschop.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Marcus van Blankenstein, ‘Kaf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Marcus van Blankenstein, ‘Duwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
D.P. Blok, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
K. Blokhuis, ‘Anglicismen in het gasbedrijf.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
Marcus Boas, ‘Lamptaarn’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘De geslachtsnaam Formijne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
R.C. Boer, ‘Studie van de levende taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘Herinneren,door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Adrianus Bogaers, ‘Nog iets over ‘herinneren’.door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Adrianus Bogaers, ‘Pillegift.Pil znw., Pillen ww.Door wijlen Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
A.P. de Bont, ‘Van Sem, Jesse en David’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
A.P. de Bont, ‘Voort, voortmeer, rechtevoort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
A.P. de Bont, ‘De etymologie van stoffen = pochen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
A.P. de Bont, ‘Iemand met een kluitje in het riet sturen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
A.P. de Bont, ‘Stapelgek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
A.P. de Bont, ‘Nog eens: (van) heinde (en ver)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
R.J.G. de Bonth, Johan Koppenol, Olga van Marion en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Andries Borgeld, ‘In zee dragen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel.Herinnering aan ridderroman en volksboek?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring.Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel.Eind goed, al goed.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Beunhaas.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling.(Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
R.F.M. Boshouwers, ‘De Franse leenwoorden in de kluchten en blijspelen van G.A. Bredero’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
A.C. Bouman, ‘Ontlening en relikten in Afrikaans’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Hendrik Jan Broers, ‘Aamborstig.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
A.P.J. Brouwers, ‘Adelen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
C.C. de Bruin, ‘Steiloor = houten gaffel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Daer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fréska’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kiekie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘De naam Bilderdijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Fons van Buuren, C. de Deugd, Soetje Oppenhuis de Jong en Tanneke Schoonheim, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Frans Claes, ‘Driestoponiemen in de streek van Diest [door Frans Claes S.J.]’ In: Driestoponiemen in de streek van Diest (1984)
Frans Claes, ‘Frans Claes S.J.Iets over de datering van de oudste vindplaatsen in Etymologische woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
Frans Van Coetsem, ‘De oorsprong van het ndl. praeteritum hief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
P.J. Cosijn, ‘Nog iets over kleinooddoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
P.J. Cosijn, ‘Ochtend of ochend?door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
P.J. Cosijn, ‘Smijnsdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘Jongendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘Gloeiendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘Het voornaamwoord -ghe.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Allsverei.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Niel, Wiel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
P.J. Cosijn, ‘Gard en gaarde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
P.J. Cosijn, ‘Geleerde volksetymologie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
H.K.J. Cowan, ‘Ned. elk en dagelijks.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
F.M. Cowan, C. Kruyskamp en J.L. Pauwels, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
H.K.J. Cowan, ‘Oudnederfrankische varia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
E. Cramer-Peeters, ‘Sente Meye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingendoor J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J.J.M. van Dam, ‘Spaansche mat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
B.C. Damsteegt, ‘Dam + steeg (+ t)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 16 (1998)
P.J.J. Diermanse, ‘Knol als typeerende achternaam in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
P.J.J. Diermanse, ‘Nobis(kroeg)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.B. Drewes, ‘Op me siel godts’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
H.J.E. Endepols, ‘Een kouter als breekijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
H.J.E. Endepols, ‘Rotzak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
D.Th. Enklaar en C.M. Geerars, ‘Venusjankerij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
K. Fokkema, ‘Over veiling en de etymologie van Fri. feil(j)e’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Johannes Franck, ‘Mittelniederlaendische miscellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Johannes Franck, ‘Fraai.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Johannes Franck, ‘Over woordafleiding.Haar doel en hare taak.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Johannes Franck, ‘Heden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johannes Franck, ‘Mittelniederländisch allene.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johannes Franck, ‘Vyuergat (Rein. I, 1640).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Wilhelmus Désiré Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846)
Wilhelmus Désiré Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846)
J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
Robert Fruin, ‘Het woord Vorsche, in de Groote Keur van Zeeland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Robert Fruin, ‘Nog iets over Custinge,naar aanleiding van het opstel van prof. Verdam, in de vorige aflevering geplaatst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Robert Fruin, ‘Hool, heul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksisch men.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johan Hendrik Gallée, ‘Hekse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johan Hendrik Gallée, ‘Drost, drossaert, drossatus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: kaas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
J.B.F. van Gils, ‘Peer de duyc - perduic’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
J.B.F. van Gils, ‘Taalkundige opstellen van Dr. J.B.F. van Gils†’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Namen en bijnamen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Twente en Drente’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Germanismen en tweetaligheid’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Het Geldersche woord vlaas = poel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘Vlaanderen en Vlamingen = zeeroovers der salische wet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 9]’, ‘De telwoorden en hun ontstaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, ‘De Kempische toponomie, eenheid in verscheidenheid door Dr. J. Molemans’, ‘0.’, ‘1.’, ‘2.’, ‘3.’ In: De begrenzing van de Kempen (1983)
Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers IIEen kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.C.J.A. Greebe, ‘Ezelsbrug.Pons asinorum. - Eselsbrücke. - Pont aux ânes. - Asses' bridge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘Relict of ontlening?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Toponymie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.B. van Haeringen, ‘Mnl. Ghiemant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
C.B. van Haeringen, ‘Armoedzaaier en soortgenoten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
C.B. van Haeringen, ‘Hamlark of lamhark?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
C.B. van Haeringen, ‘Urist’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter ElevenOnomastics’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Een kersvers Anglicisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
E.J. Haslinghuis, ‘Hem verzien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
E.J. Haslinghuis, ‘Het woord verdieping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Gans en goes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
K.H. Heeroma en Daniël Heinsius, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
K.H. Heeroma, ‘Etymologische aantekeningen (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
K.H. Heeroma, ‘Etymologische aantekeningen I’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
K.H. Heeroma, ‘Wat is een boer?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
K.H. Heeroma, ‘Lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, ‘Aanranden, aanransen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, ‘Bij kooi < koon.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, ‘Nogmaals lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, G.I. Lieftinck, Reinier van der Meulen Rz. en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma en G.G. Kloeke, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
K.H. Heeroma, ‘Nog enkele schijnbare klanknabootsingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
K.H. Heeroma, ‘Andermaal varken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Daak, dook’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Laan en verwanten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Knoei’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Andermaal ceen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Laan en verwanten (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
K.H. Heeroma, ‘Mnl. geëeut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
K.H. Heeroma, ‘Mnl. cornecote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
J. Heinsius, ‘Lakmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Daniël Heinsius, ‘Over de Nederlandse scheepsterm striets en Nederl. trijs, hd. trieze enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingendoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.XXIX-XXX. Muts, mutsen.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden,doorDr. W.L. van Helten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van de Oudnederlandsche psalmvertaling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Her Danielken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Berooid, vieren (bot -, den schoot - enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het verband tusschen 't NL. kutte cunnus (kil.) en 't Got. qiþus uterus en over tusschen, zuster.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
A.G.J. Hermans, ‘Over het woord keiler en zijn oorsprong’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
D.C. Hesseling, ‘Bestekamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
D.C. Hesseling, ‘Plak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
D.C. Hesseling, ‘Cubicula locanda.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
D.C. Hesseling, ‘Top.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
D.C. Hesseling, ‘Papiaments en Negerhollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
D.C. Hesseling, ‘Hip(p)okras’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Arie de Jager, ‘Iets over de frequentatieven herinneren en uitmergelen,door Dr. A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Arie de Jager, ‘Olle en Oele.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
W.A.F. Janssen, ‘Peel, een Romeinsch leenwoord?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G. Kalff, ‘In de boonen zijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
G. Kalff, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Samuel Kalff, ‘Koloniale idiomen. (Vervolg van blz. 98.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Gerrit Kamphuis, ‘Hughelijn en vrouwe Ogerne (Reinaert 796-800).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Gerrit Kamphuis en Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
Gerrit Kamphuis, ‘Over ‘bietsen’ en equivalenten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
B.H. Kazemier, ‘Veldiep’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Kleinood,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Feodumdoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Veemgericht,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Moord als rechtsterm.Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘Nehalennia,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘De instrumentaal iedoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Thunginus,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Oudnederlandsche woorden,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
H. Kern, ‘Ekster, lobster.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Tessel, oesel, wesel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Graaf.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Honderd en duizenddoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H. Kern, ‘Lijden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
H. Kern, ‘Boos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbÅ­.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
H. Kern, ‘Hengst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
H. Kern, ‘Limoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
H. Kern, ‘Canis, çuni.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
H. Kern, ‘Boot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘Jonk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
H. Kern, ‘Suursak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
H. Kern en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
H. Kern, ‘Waard, waardig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
H. Kern, ‘Waard.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
J.H. Kern, ‘Mndl. hachte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
H. Kern, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Badder.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Mndl. geles.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
J.H. Kern, ‘Naschrift op Mnd. geles (blz. 16).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. Klatter, ‘Dònnermàierbesé’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
G.G. Kloeke, ‘De zeventiende-eeuwse aanspreekvorm U in de nominatief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
G.G. Kloeke, ‘De culturele achtergrond van de termen spreekwoord, verzoeking en roem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
A. Kluijver, ‘Trawant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Hlaifs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Bairan en Gabairan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A. Kluijver, ‘Antwoord op eene critiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Sukade.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A. Kluijver, ‘Mender.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
A. Kluijver, ‘Klabak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
A. Kluijver, ‘De analogie als taalscheppende macht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
A. Kluijver, ‘‘Wörter und Sachen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
A.J. Kluyver, ‘Juchtleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.A.N. Knuttel, ‘Fielesepee - fiets’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
R.A. Kollewijn, ‘Vreemde woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
C. Kostelijk, ‘Lola.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
C. Kostelijk, ‘Nogmaals klaar-overtjes’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
P. Koster, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
H.W.J. Kroes, ‘Ndl. den - Nhd. tenne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
M.E. Kronenberg, ‘Nog eens Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
Etsko Kruisinga, ‘I. Onze woorden:A. Eigen en Vreemd.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
C. Kruyskamp, ‘Kampersteur’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
C. Kruyskamp, ‘Quoniam’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
C. Kruyskamp, ‘Banjer, banjerheer, banjaard’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
C. Kruyskamp, ‘Lichtmis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
C. Kruyskamp, ‘Studentenhaver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, ‘Van de os op de ezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
K. ter Laan, Reinier van der Meulen Rz. en G.S. Overdiep, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
N. van der Laan en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
Frits Lapidoth, ‘Spreekwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.) en J.W. Muller, ‘Straatroepen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Hubert Lemeire, ‘Derde hoofdstuk.Het woordgebruik.’, ‘Inleiding.Herkomst van de door Streuvels gebruikte woorden.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van uitmergelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van afkalven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. van Lessen, ‘Kasjoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.H. van Lessen, ‘Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
J.H. van Lessen, ‘Naschrift bij kakeichie enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.H. van Lessen, ‘Van lok en plok en hun verwanten, en over de etymologie van geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.H. van Lessen, ‘Het Fransche woord pleutre’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.H. van Lessen, ‘Gorlegooi’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.H. van Lessen, ‘Etymologische beschouwingen naar aanleiding van eenige gewestelijke plantennamen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
J.H. van Lessen, ‘Warf en werf’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
J.H. van Lessen, ‘Nog eens lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
J.H. van Lessen, ‘Over namen van munten, in het bijzonder over stuiver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
J.H. van Lessen, ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van puik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
J.H. van Lessen, ‘Over mogelijke verwanten van Vlaams persem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
J.H. van Lessen, ‘De etymologie van wrevel, wreef en wressem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
R. Lievens, ‘Sente Mey(e)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
J.J. Mak, ‘De oorsprong van rooi (= ellende)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
J.J. Mak, ‘Beweugen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
J.J. Mak, ‘Da nobis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
J.J. Mak, ‘De oudste betekenis van Venusjanker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.J. Mak, ‘Butertier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
J.J. Mak, ‘Klikspil’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
J.J. Mak, ‘‘Si beghint mi den worm int hoot te roerene’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
F.K.M. Mars, ‘‘Polyglottische’ volksetymologie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
P.J. Meertens, ‘Mhl. duse’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
C.H.Ph. Meijer, ‘Labaar’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.(Vervolg van blz. 185.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Judi I.H. Mendels, ‘Bomschuit - Bodemschuit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. paerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Lijzeil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Slawaeien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. loesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Robbedoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Reinier van der Meulen Rz., ‘De Russische scheepsterm Bryzgas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.(Naschrift).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Reinier van der Meulen Rz., ‘De scheepsnaam Karbas’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Reversche sparren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Pervansche sparren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Naar aanleiding van 't Poolsche woord legart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Kalmerpeer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (V)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Hubert J. Michaël, ‘Dichterling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
L.C. Michels, ‘‘Mijn wespen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
L.C. Michels, ‘Steiloor.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
L.C. Michels, ‘Behartenswaard, -ig’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
L.C. Michels, ‘Zo met geëlideerde klinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
L.C. Michels, ‘Amerikaanse van-namen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
L.C. Michels, ‘Klaar-overtjes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Fons Moerdijk, ‘A. MoerdijkHet etymologiseren van ‘dubbel geïsoleerde’ dialectwoordenDe etymologie van staaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
J. Molemans, ‘De nederzettingsnamen in het land van Vogelzang [door Jos Molemans]’, ‘0.’, ‘1. Gemeente, gehucht, heerdgang/heer(d)wagen’, ‘2.’, ‘3. Besluit’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982)
Henri Ernest Moltzer en J. Verdam, ‘Van ons Heren wonden.’, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Gebraden peer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.W. Muller, ‘Brandewijnsteeg en Clarensteeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Nog iets over anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Vaak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J.W. Muller, ‘Over enkele oude straatnamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Ze(e)rden, scheren, sarren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘De taal en de herkomst der zoogenaamde ‘abele spelen’ en ‘sotterniën’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.W. Muller, ‘Zweren op (of bij) de (of zijn) tanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘De naam Anslo.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller en D.J. Struik, ‘Het woord ‘millioen’ in oude Nederlandsche rekenboeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Dirk Gerhardus Muller, ‘Het Nederlandsch in Duitschland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
J.W. Muller, ‘NaschriftOver brooddronken en eenige namen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.W. Muller, ‘Sjouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
J.W. Muller, ‘Bo(o)i’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
J. Naarding, ‘Afwijkende constructies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G.A. Nauta, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
G.A. Nauta, ‘Op syn Genevoys.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
G.A. Nauta, ‘Pots longeren; longeren.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
G.A. Nauta, ‘Mik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Schoelje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Ravotten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Bli(c)tri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
G.A. Nauta, ‘Enkele betrekkingen tusschen het Nederlandsch en het Spaansch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
O. de Neve, ‘Borkel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Henricus Oort, ‘Schorrimorrie en Fluiten!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
P.C. Paardekooper, ‘P.C. PaardekooperHollandse zeemanstaal(?) en Afrikaanse waltaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. tsimadze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
W. Pijnenburg, ‘W.J.J. PijnenburgEen merkwaardige poging tot verklaring’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003)
W. Pijnenburg, ‘W.J.J. PijnenburgHd. Knirps ‘onderdeurtje’, Ndl. knurft ‘stommeling, sukkel e.d.; klein ventje’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 120 (2004)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Klaas Poll, ‘Sprokkel.Ga zoo voort mijn zoon en gij zult spinazie eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Klaas Poll, ‘Kaauw jij ze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Liplap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Eenige oude en nieuwe oosterlingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
F.P.H. Prick van Wely, ‘‘Christoffel’ = ‘Kruiwagen.’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pompelmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Kloppen-castrare?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Annelies Roeleveldt, ‘Annelies RoeleveldCreool: een woord met geschiedenis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, ‘De waarnemend sekretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
B.M. Salman, ‘Overtrekken en overtrekking.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de Achttiende en de Negentiende eeuw. I. De achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de achttiende en de negentiende eeuw. (Vervolg) II. 1785-1813.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
A. Sassen, ‘De Oudfriese formule tiaende ende temende’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
A.A. van Schelven en A.A. Verdenius, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
M. Schönfeld, ‘Rubben, Rubens.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
M. Schönfeld, ‘Enige verwanten van ‘mark’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
M. Schönfeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
M. Schönfeld, ‘De studie van de eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
M. Schönfeld, ‘WiltenburgHet ontstaan en de groei van een ‘geleerdensage’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
M. Schönfeld, ‘Sacrum nemus Batavorum’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
M. Schönfeld, ‘Hol, hel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk VI.De niet-Hollandsche Europeanen.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (ed. D. Fuldauer) (1914)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Ph.J. Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek. Leeggelopen traditie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en wetenshap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en Wetenschap. (Vervolg van blz. 140).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
A. Sivirsky, ‘Huzaar’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
Ezechiël Slijper, ‘De morgenstond heeft goud in de mond.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ezechiël Slijper, ‘Bekattering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Chr. Stapelkamp, ‘Imbeer-Dambeer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
Chr. Stapelkamp, ‘Welle, wellen, wallen, walwort(el) waelwortel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Chr. Stapelkamp, ‘Het adjectief abeluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Chr. Stapelkamp, ‘Ooshout’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
W. Sterenborg, ‘Lawaai’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘Ope (Oepe, Oppe).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
F.A. Stoett, ‘Men moet geen slapende honden wakker maken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
F.A. Stoett, ‘G.A. Bredero's Moortje, vs. 2889.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
F.A. Stoett, ‘Straks.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘Nalezing op tijdschr. xxv, blz. 50 vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
F.A. Stoett, ‘Fokken, foppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
F.A. Stoett, ‘Schoorsteenveger zonder leer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
F.A. Stoett, ‘Op een anker te land raken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
Jul. Storme, ‘Een van de bronnen van Kiliaan's Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Garmt Stuiveling, ‘Losse notities. Nogmaals: Opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
B. Tiecke, ‘Waar komen ‘fraai’ en ‘mooi’ vandaan?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Plantennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voorbeelden van zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nieuwe bijdragen tot de kennis van het Joods in Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Bladvulling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Koloniale idiomen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een moeilike plaats in Spiegel's Hertspieghel. (een-oogt, vers 151 van het vierde Boek).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nederlandse woorden in 't Maleis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Ic warpe u eenen schoelap naer’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 1]’, ‘Onverwachte Oud-Nederlandsche aansluitingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Ndl. hillebillen ‘stoeien’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De oudste rechtstaal.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Is aamborstig uit ademborstig geboren of uit angborstig?door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Vuur boeten.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Het voorvoegsel oer (oor).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Van den Borchgrave van Couchi.Fragmenten, Medegedeeld door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bladvulling.(Quets = 'k wed des).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Geeps.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Over deek en veek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Middeleeuwsch uitschot’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Armoedzaaier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Maurits VandecasteeleEen terminologische zoektocht langs behuusde en onbehuusde hofsteden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Jeremy BergersonAn etymology of Afrikaans mos’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Johan GerritsenDe vogelnaam kalkoen en andere etymologica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Geert DibbetsLambert ten Kates Aenleiding (1723) tiende dialoog: over de woordsoorten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003)
D.C. Tinbergen, ‘Gode enen vlassen baert maken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
F. de Tollenaere, ‘Middelnederlandsch coc, hanecoc’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
F. de Tollenaere, ‘Naschrift bij Middelnederlandsch coc, hanecoc’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
F. de Tollenaere, ‘Bij een plaats uit het esbatement van Tielebuijs’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
F. de Tollenaere, ‘Ndl. vierboet(e), vuurboet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
F. de Tollenaere, ‘De etymologie van varken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
F. de Tollenaere, ‘Aveluinig, abeluinig, haveluinig, schaveluinig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
F. de Tollenaere, ‘Beduit(je), vaan(tje), paar(tje), peerd(eken) en up(p)erken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
F. de Tollenaere, ‘Nogmaals ‘de etymologie van varken’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
F. de Tollenaere, ‘Venzen en krenzen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
F. de Tollenaere, ‘VerandzadenEen woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
F. de Tollenaere, ‘Mnl. en Nndl. bâgen(i), bâgel(i), b(eh)âgen(i), verbâgen(i)enbāgen(ii), bāgel(ii), behāgen(ii), verbāgen(ii).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Mossel en vis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het Nederlands etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
F. de Tollenaere, ‘(Ver)bluisteren, (ver)bleisteren, (ver)blaaisteren pluisteren (II), fluisteren (II), gluisteren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereDe etymologie van ‘pril’ in verband met ‘verprillen’ en ‘verpreulen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereHoe is ‘speculaas’ ontstaan?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereDe etymologie van ‘muishond’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereNogmaals ‘pril’ en ‘verprillen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van zee-, zeel- en zaalhonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: het ontstaan van ‘spuigat’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: ‘angelier’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: de geborduurde pantoffels van het MNW’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: Cynisch, Garnaal, Parlevinker’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 116 (2000)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: Paling, Koppig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: Sjouwen, Burrelen, nogmaals Paling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003)
Herman A.O. de Tollenaere en F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere en Herman A.O. de TollenaereEtymologica: Clauwaert, Liebaert, Leliaert’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereEtymologica: twee woorden met een ‘onbekende’ etymologie, Lawaai en laweit’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
C.C. Uhlenbeck, ‘Eene verbastering van Got. urruns.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
C.C. Uhlenbeck, ‘Mede, Ale.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Gewinna.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘De etymologie van Skr. vānara.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
C.C. Uhlenbeck, ‘Σμάραγδος.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
C.C. Uhlenbeck, ‘Over de etymologische wetenschap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Gotische Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Jacob van der Valk, ‘Fumative - Vomative.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Pieter Valkhoff, ‘Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Jozef Vercoullie, ‘Nog over stoepjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jozef Vercoullie, ‘Kleine meedelingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Jozef Vercoullie, ‘Bertouden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Jozef Vercoullie, ‘Sinterklaas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Jozef Vercoullie, ‘Negerhollands molee, Afrikaans boetie, katjipiering, bibies, bottel, ou sanna, ewwa-trewwa, foolstruis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Verdam, ‘Dangier.door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden,doorJ. Verdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Een oude kennis uit het gotisch teruggevonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Custinge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
J. Verdam, ‘Het Tübingsche handschrift van Ons Heren Passie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
J. Verdam, ‘Nog eens de eenhoorn. (Tijdschr. 29, 95 vlgg.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Zondvloed.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Gletemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
A.A. Verdenius, ‘De ontwikkelingsgang der Hollandse voornaamwoorden je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Naar aanleiding van veldiep en verwanten (Ts. 56)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Iemand aanhouden (door vriendelijke ontvangst aan zijn huis binden).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Met tuchten. met manieren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Eelco Verwijs, ‘Volksgeloof en volkstaal,doorEelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Eelco Verwijs, ‘Een vreemdsoortig germanismedoor Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H.J. Vieu-Kuik, ‘Wildebras’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J. Beckering Vinckers, ‘Wat was aambei in den beginne?Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtenddoor J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Beckering Vinckers, ‘De oorsprong van ochtend.door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Niettemin, desniettemin etc.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Een tedere kwestie,door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Beckering Vinckers, ‘Een netelige kwestie.door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Beckering Vinckers, ‘Is moot = snee zalms, etc. verwant met 't Gothisch maitan?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Spook.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Bomer en roemer.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
C.G.N. de Vooys, ‘De Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Lessen over spreekwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 181).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 131).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
C.G.N. de Vooys, ‘Droes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Schots-schos-schors’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Genitten = gedaan krijgen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Scheldnamen, spotnamen en vleinamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands.(Tweede nalezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘De woorden ‘Flamingant’ en ‘Franskiljon’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
W.L. de Vreese, ‘Cadellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Aamborstig.Den heere J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Matthias de Vries, ‘Poot, Potig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Matthias de Vries, ‘Edwijt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Matthias de Vries, ‘Middelnederlandsche Mengelingen,doorM. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Wobbe de Vries, ‘Mnl. ruden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Oliessel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Ethymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Gotisch fitan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
M.A. van Weel, ‘Meesmuilen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: boerenslobkous’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Nieuw-Vennep, Jisp en Ilpendam’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘Raggen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘Lantaren-lamptaren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
A.A. Weijnen, ‘Opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
W. Wessels, ‘Begijn.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
W. Wessels, ‘BEGIJN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Naar aanleiding van het woord morgen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘Over leenwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Mnl. drûghe ‘droog’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
N. van Wijk, ‘De etymologie van het woord geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Etymologiën.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van de woorden zwezerik, zuster en zwager.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Wees, weezen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘DE AFLEIDING VAN DE WOORDEN ZWEZERIK, ZUSTER EN ZWAGER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Critische beschouwing der verschillende afleidingen van het woord God.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Vlijm.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Levensgeschiedenis van het woord glimp,door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. te Winkel, ‘Verstooren.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. te Winkel, ‘Het vijgeboomken te Amsterdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
G.W. Wolthuis, ‘Molwerk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)

Zinnen (syntaxis)

J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
D.M. Bakker en G.R.W. Dibbets, ‘Afdeling 1Grammatica’, ‘1. VoorgeschiedenisG.R.W. Dibbets’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
D.M. Bakker, De macht van het woord (1988)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Adriaan Beets, ‘Gaauwdiefs gramatica.Met een facsimilé.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps' (1984-85)
B. van den Berg, ‘Oratio pro domo.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands II’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands I’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic' (1983)
D. De Bleecker, M.J.M. de Haan, C. Kruyskamp en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Alied Blom, ‘Het woordje er in het tweede-taalonderwijs Alied Blom (Delft)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.H. van den Bosch, ‘Hulpwerkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
A.C. Bouman, ‘Over ongemotiveerde inversie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.C. Bouman, ‘Syntaktiese groepen in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Pierre Brachin, ‘Of + inversie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Pierre Brachin, ‘Hoe meer... hoe meer... tòch een logische constructie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Gerard Brill, ‘Over eenige onpersoonlijke uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, ‘Over het wezen van den zin.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 6 Poëzie en grammatica’ In: Lessen in lyriek (1993)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
P.J. Cosijn, ‘Smijnsdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘Het relatief bij Stoke,door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H.K.J. Cowan, ‘Opmerkingen over Oudnederfrankische structurele grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
N.A. Cramer, ‘Een eigenaardige woordschikking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
B.C. Damsteegt, ‘Syntaktische verschijnselen in de taal van Antoni van Leeuwenhoek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Jean Baptiste David, ‘Over een paer vraegstukken van taelkundigen aert.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang