beschikbare titels


Nederlandse taal

Taco H. de Beer, Onze volkstaal, 1882-1890
Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995
J. Goossens, Jozef Leenen, 1976
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990
De Gids, 1837-
De Nieuwe Taalgids, 1907-1995

monografieën


Woorden (lexicografie)

J.H. van Dale, Taalkundig handboekje, 1867
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste, 1971
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
Nicoline van der Sijs, Het versierde woord, 1999
P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN, 1997
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands, 1976

Etymologie

W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990

Zinnen (syntaxis)

Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952
D.M. Bakker, De macht van het woord, 1988
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963
Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps', 1984-85
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic', 1983
Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving', 1982
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst, 1892-1896
Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur', 1971-72
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results', 1988
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie', 1990
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands', 1979
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"', 1976-77
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language', 1975
W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis, 1968
Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu, 1938
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord', 1961
P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind', 1956
Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon, 1975
Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity', 1993
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels', 1973-74
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica, 1973
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959

Klanken (fonologie/fonetiek)

Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch', 1985
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal', 1978-79
René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch', 1985-86
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
Anneke Neijt, Universele fonologie, 1991
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978
Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System', 1967
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie', 1970
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie, 1989
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs', 1980

Betekenis (semantiek)

C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie', 1976
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"', 1928

Vormen (morfologie)

J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden', 1939
C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands', 1947
C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten', 1958
Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect', 1983
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden', 1915
L.C. Michels, 'Woordwording van affixen', 1957
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont', 1901
P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805

Normen

Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998
Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde, 1981
Charivarius, Is dat goed Nederlands?, 1940
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands, 1966
Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie, 1581
Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands, 1983
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst, 1865
Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst, 1706
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991
Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge, 1612
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956
P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805

Taalbeheersing

Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
A.J. Vervoorn, Kleine grammatica van de waanzin, 1977

Taalverwerving / Psycholinguïstiek

Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
A.M. Schaerlaekens, De taalontwikkeling van het kind, 1977
Jan Stroop, Poldernederlands, 1998

Sociolinguïstiek

Alied Blom, 'Het kwantitatieve er', 1975-76
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
G.G. Kloeke, 'Inleiding', 1927
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959

Dialectologie

Cor van Bree, Het dialect in deze tijd, 1983
Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979
Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige, 1986
H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal, 1917
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie', 2006
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995
J. Goossens, Jozef Leenen, 1976
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname, 1983
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990

Historische taalkunde

Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998
Cor van Bree, Historische taalkunde, 1990
J. Goossens, 'Polysemievrees', 1962
Kees Groeneboer, Weg tot het Westen, 1993
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
K.H. Heeroma, 'Ontspoorde frankiseringen', 1951
K.H. Heeroma, 'Wat is Ingweoons?', 1965
D.C. Hesseling, Het Afrikaansch, 1899
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906
Cefas van Rossem en Hein van der Voort, Die Creol taal, 1996
Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956
C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1931

Nederlands als tweede taal

Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987

Taaldidactiek

Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956

artikelen


Woorden (lexicografie)

Herm. P.J. van Alfen, ‘Kloppen in de bijzondere beteekenis van Castrare.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Fragment van een vocabularius medegedeeld door A. Beets.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en Tijs Terwey, ‘Woordverklaring.Over ‘laten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
T.H. Buser, ‘Proeven van woordverklaring.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
P.J. Cosijn, ‘Plukseldoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘Glossarium op de Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘De glossae Lipsianae.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.H. van Dale, ‘Een biervlietenaar mag tweemaal zijn mes trekken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J.H. van Dale, ‘Iets over de afleiding van het woord vierschaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J.H. van Dale, ‘Willox. - ric.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, Taalkundig handboekje (1867)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
M.R. Dijkman, ‘Kritiese beschouwingen over hedendaagse examenpraktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H.J.E. Endepols, ‘Groenstraat-Bargoens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Sybrandus Johannes Fockema Andreae, ‘Spreekwijzen en vormen aan het oude recht ontleend.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1898 (1898)
J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (ed. F.C.L. Bosman) (1943)
Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Johan Hendrik Gallée, ‘Saksische namen van planten en delfstoffen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
Johan Hendrik Gallée, ‘Uit de taalstudie.’ In: De Gids. Jaargang 1887 (1887)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
P.J. Harrebomée, ‘Tiental nederlandsche spreekwoorden,’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Hans Heestermans, ‘Definities in woordenboeken’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 8 (1990)
Hans Heestermans, ‘Verhandelingen’, ‘Definities in woordenboekenJaarrede door de voorzitter Dr. H. Heestermans’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990)
J. Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.L. van den Helm, ‘Etymologische onderzoekingen’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J.D. Herlein, ‘Karaïbaansch woorden-boek.’ In: Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname (1718)
Armand Héroguel, Philippe Hiligsmann, W. Martin en M. Miceli, ‘Het project Leerwoordenboek zakelijk Nederlands Ph. Hiligsmann, M. Miceli, W. Martin, I. Maks en A. Héroguel’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
anoniem Het Brugsche Livre des Mestiers, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen (ed. Jan Gessler) (1931)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Moederziel alleen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Verweenthede.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over de werkwoorden beenen en verbeenen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Arie de Jager, ‘Smeedde Bilderdijk ‘omwingerden’ of ‘omwingeren’?door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Aan 't werk!’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
C.G. Kaakebeen, ‘De term onecht in de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Nalezing op de bijdrage’, ‘Tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A. Kluijver, ‘Eene onuitgegeven lijst van woorden, afkomstig van zigeuners uit het midden der 16de eeuw.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1900 (1900)
A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Agata Kowalska-Szubert, ‘Thematische woordenlijsten: hoe maak je die aan? Agata Kowalska (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)
Agata Kowalska-Szubert, ‘Over potas, herbata en andere Nederlandse woorden in het PoolsAgata Kowalska-Szubert (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
Willem Kuiper, ‘Een ‘groet scat’ in een ‘clein vat’’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 17 (1999)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.), ‘Een paar Middelnederlandsche bastaardwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
H.J.J.M. van der Merwe, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels (1902)
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste (1971)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Fons Moerdijk, ‘De wording van het Algemeen Nederlands Woordenboek Fons Moerdijk’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.G.M. Moormann, ‘Bargoensch uit het midden der negentiende eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Glimp - glimpen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Eischen en bezwaren der wetenschap pelijke lexicographie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Paardenbreedte(n).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
O. de Neve, ‘De Nederlandsche glossen van de Brusselsche ‘Olla patella’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt.door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Jan Pan, ‘Sprokkels, verzameld door mr. J. Pan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.A. van Praag, ‘Iets over oude, Spaansche woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Het Nederlands in woordenboeken voor de vreemde talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Dolores Ross, ‘De polysemie in Italiaanse en Nederlandse structuren Dolores Ross’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase(twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
B. Scholten, ‘Tabak drinken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
C. Schouten-van Parreren, ‘Verslag van de werkbijeenkomst woordenschatuitbreiding mw.dr. C. Schouten-Van Parreren’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-Sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
Nicoline van der Sijs, Het versierde woord (1999)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Marketa Skrlantová, ‘Hoe (on)bruikbaar zijn taalgidsen? Marketa Å krlantová’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Afdeling 2Lexicografie’, ‘7. De lexicografie in de middeleeuwenP.G.J. van Sterkenburg’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN (1997)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Bolkvanger.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Gasterij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Helsche koude.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Bijdrage tot de kennis van den Frieschen, voornamelijk Bildtschen, tongval.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Die eerst komt, eerst maalt of maant?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Anglosaxonica I.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeve van een verklarend Nederduitsch woordenboek.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1864 (1864)
Lambert Tinholt, ‘Taal-bijzonderheden van het eiland Marken, ’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J. Verdam, ‘Swellen door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands (1976)
Eelco Verwijs, ‘Mennen met valen’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtenddoor J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap,door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Vondel's Brabantse moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VII De Gids-tijd. Opkomst van de taalwetenschap (pl.m. 1835 - pl.m. 1885)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over oude woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Matthias de Vries, ‘Quekenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
J.F. Willems, ‘Over de woorden:Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Gielerstael, of haeltael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
L.A. te Winkel, ‘Over de natuur der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord verwaarloozen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigendoor K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)

Etymologie

Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Constantinus Bake, ‘Nog eens dubbelduw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Adriaan J. Barnouw en J. Verdam, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Tult.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Stapelzot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Splitruiter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Overscharig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Heimwee.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Haringkaken.(Naschrift.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Adriaan Beets, ‘Waarloos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Adriaan Beets, ‘Bladvulling.(Bokje - sigaar)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Adriaan Beets, ‘Een vaantje in 't gelag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Willem Bisschop, ‘Is oom kool een Geldersche bastaard?door W. Bisschop.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Marcus van Blankenstein, ‘Kaf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Marcus van Blankenstein, ‘Duwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
K. Blokhuis, ‘Anglicismen in het gasbedrijf.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘De geslachtsnaam Formijne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
R.C. Boer, ‘Studie van de levende taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘Nog iets over ‘herinneren’.door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Adrianus Bogaers, ‘Herinneren,door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Adrianus Bogaers, ‘Pillegift.Pil znw., Pillen ww.Door wijlen Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Andries Borgeld, ‘In zee dragen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring.Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel.Herinnering aan ridderroman en volksboek?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Beunhaas.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel.Eind goed, al goed.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling.(Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
A.C. Bouman, ‘Ontlening en relikten in Afrikaans’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Hendrik Jan Broers, ‘Aamborstig.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Daer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fréska’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kiekie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘De naam Bilderdijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Frans Claes, ‘Driestoponiemen in de streek van Diest [door Frans Claes S.J.]’ In: Driestoponiemen in de streek van Diest (1984)
P.J. Cosijn, ‘Ochtend of ochend?door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
P.J. Cosijn, ‘Nog iets over kleinooddoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
P.J. Cosijn, ‘Jongendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘Smijnsdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘Gloeiendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘Het voornaamwoord -ghe.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Allsverei.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Niel, Wiel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
P.J. Cosijn, ‘Gard en gaarde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
P.J. Cosijn, ‘Geleerde volksetymologie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingendoor J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
B.C. Damsteegt, ‘Dam + steeg (+ t)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 16 (1998)
P.J.J. Diermanse, ‘Knol als typeerende achternaam in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
H.J.E. Endepols, ‘Een kouter als breekijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Johannes Franck, ‘Mittelniederlaendische miscellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Johannes Franck, ‘Fraai.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Johannes Franck, ‘Over woordafleiding.Haar doel en hare taak.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Johannes Franck, ‘Heden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johannes Franck, ‘Mittelniederländisch allene.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johannes Franck, ‘Vyuergat (Rein. I, 1640).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Wilhelmus Désiré Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846)
Wilhelmus Désiré Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846)
J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
Robert Fruin, ‘Nog iets over Custinge,naar aanleiding van het opstel van prof. Verdam, in de vorige aflevering geplaatst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Robert Fruin, ‘Het woord Vorsche, in de Groote Keur van Zeeland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Robert Fruin, ‘Hool, heul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksisch men.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johan Hendrik Gallée, ‘Drost, drossaert, drossatus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johan Hendrik Gallée, ‘Hekse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, ‘De Kempische toponomie, eenheid in verscheidenheid door Dr. J. Molemans’, ‘0.’, ‘1.’, ‘2.’, ‘3.’ In: De begrenzing van de Kempen (1983)
A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.C.J.A. Greebe, ‘Ezelsbrug.Pons asinorum. - Eselsbrücke. - Pont aux ânes. - Asses' bridge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘Relict of ontlening?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Toponymie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter ElevenOnomastics’ In: Netherlandic language research (1954)
J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
J. Heinsius, ‘Lakmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingendoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.XXIX-XXX. Muts, mutsen.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden,doorDr. W.L. van Helten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Her Danielken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Berooid, vieren (bot -, den schoot - enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van de Oudnederlandsche psalmvertaling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het verband tusschen 't NL. kutte cunnus (kil.) en 't Got. qiþus uterus en over tusschen, zuster.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
D.C. Hesseling, ‘Bestekamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
D.C. Hesseling, ‘Plak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
D.C. Hesseling, ‘Cubicula locanda.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
D.C. Hesseling, ‘Top.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
D.C. Hesseling, ‘Papiaments en Negerhollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Arie de Jager, ‘Iets over de frequentatieven herinneren en uitmergelen,door Dr. A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Arie de Jager, ‘Olle en Oele.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
G. Kalff, ‘In de boonen zijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
G. Kalff, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Samuel Kalff, ‘Koloniale idiomen. (Vervolg van blz. 98.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Kleinood,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Veemgericht,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Feodumdoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Moord als rechtsterm.Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘Nehalennia,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘Thunginus,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘De instrumentaal iedoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Oudnederlandsche woorden,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
H. Kern, ‘Tessel, oesel, wesel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Graaf.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Ekster, lobster.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Honderd en duizenddoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H. Kern, ‘Lijden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
H. Kern, ‘Boos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbÅ­.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
H. Kern, ‘Limoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
H. Kern, ‘Hengst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
H. Kern, ‘Boot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
H. Kern, ‘Canis, çuni.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘Jonk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
H. Kern, ‘Suursak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
H. Kern en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
H. Kern, ‘Waard.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
H. Kern, ‘Waard, waardig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
J.H. Kern, ‘Mndl. hachte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
H. Kern, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Badder.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Mndl. geles.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
J.H. Kern, ‘Naschrift op Mnd. geles (blz. 16).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
A. Kluijver, ‘Trawant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Hlaifs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
A. Kluijver, ‘Bairan en Gabairan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A. Kluijver, ‘Sukade.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Antwoord op eene critiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A. Kluijver, ‘Mender.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
A. Kluijver, ‘Klabak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
A. Kluijver, ‘De analogie als taalscheppende macht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
A. Kluijver, ‘‘Wörter und Sachen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
A.J. Kluyver, ‘Juchtleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
R.A. Kollewijn, ‘Vreemde woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
P. Koster, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
H.W.J. Kroes, ‘Ndl. den - Nhd. tenne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
M.E. Kronenberg, ‘Nog eens Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
Etsko Kruisinga, ‘I. Onze woorden:A. Eigen en Vreemd.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
K. ter Laan, Reinier van der Meulen Rz. en G.S. Overdiep, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
N. van der Laan en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
Frits Lapidoth, ‘Spreekwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.) en J.W. Muller, ‘Straatroepen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van uitmergelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van afkalven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. van Lessen, ‘Kasjoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.H. van Lessen, ‘Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.(Vervolg van blz. 185.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. paerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Lijzeil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Slawaeien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. loesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Robbedoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Reinier van der Meulen Rz., ‘De Russische scheepsterm Bryzgas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.(Naschrift).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
J. Molemans, ‘De nederzettingsnamen in het land van Vogelzang [door Jos Molemans]’, ‘0.’, ‘1. Gemeente, gehucht, heerdgang/heer(d)wagen’, ‘2.’, ‘3. Besluit’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982)
Henri Ernest Moltzer en J. Verdam, ‘Van ons Heren wonden.’, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Gebraden peer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.W. Muller, ‘Brandewijnsteeg en Clarensteeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Nog iets over anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Vaak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J.W. Muller, ‘Over enkele oude straatnamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Ze(e)rden, scheren, sarren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘De taal en de herkomst der zoogenaamde ‘abele spelen’ en ‘sotterniën’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.W. Muller, ‘De naam Anslo.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘Zweren op (of bij) de (of zijn) tanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller en D.J. Struik, ‘Het woord ‘millioen’ in oude Nederlandsche rekenboeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Dirk Gerhardus Muller, ‘Het Nederlandsch in Duitschland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
G.A. Nauta, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
G.A. Nauta, ‘Op syn Genevoys.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
G.A. Nauta, ‘Pots longeren; longeren.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
G.A. Nauta, ‘Mik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Ravotten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Schoelje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Bli(c)tri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
G.A. Nauta, ‘Enkele betrekkingen tusschen het Nederlandsch en het Spaansch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Henricus Oort, ‘Schorrimorrie en Fluiten!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Klaas Poll, ‘Sprokkel.Ga zoo voort mijn zoon en gij zult spinazie eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Klaas Poll, ‘Kaauw jij ze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Liplap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Eenige oude en nieuwe oosterlingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
F.P.H. Prick van Wely, ‘‘Christoffel’ = ‘Kruiwagen.’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pompelmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Kloppen-castrare?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de Achttiende en de Negentiende eeuw. I. De achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de achttiende en de negentiende eeuw. (Vervolg) II. 1785-1813.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
A.A. van Schelven en A.A. Verdenius, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
M. Schönfeld, ‘Rubben, Rubens.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
M. Schönfeld, ‘Enige verwanten van ‘mark’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
M. Schönfeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
M. Schönfeld, ‘De studie van de eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk VI.De niet-Hollandsche Europeanen.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (ed. D. Fuldauer) (1914)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Ph.J. Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek. Leeggelopen traditie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en Wetenschap. (Vervolg van blz. 140).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en wetenshap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Ezechiël Slijper, ‘De morgenstond heeft goud in de mond.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ezechiël Slijper, ‘Bekattering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘Ope (Oepe, Oppe).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
F.A. Stoett, ‘Men moet geen slapende honden wakker maken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
F.A. Stoett, ‘G.A. Bredero's Moortje, vs. 2889.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
F.A. Stoett, ‘Straks.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘Nalezing op tijdschr. xxv, blz. 50 vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
F.A. Stoett, ‘Fokken, foppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
F.A. Stoett, ‘Op een anker te land raken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
F.A. Stoett, ‘Schoorsteenveger zonder leer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
Jul. Storme, ‘Een van de bronnen van Kiliaan's Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Plantennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voorbeelden van zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nieuwe bijdragen tot de kennis van het Joods in Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Bladvulling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Koloniale idiomen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een moeilike plaats in Spiegel's Hertspieghel. (een-oogt, vers 151 van het vierde Boek).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nederlandse woorden in 't Maleis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Vuur boeten.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Is aamborstig uit ademborstig geboren of uit angborstig?door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Het voorvoegsel oer (oor).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Van den Borchgrave van Couchi.Fragmenten, Medegedeeld door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bladvulling.(Quets = 'k wed des).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Geeps.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.C. Uhlenbeck, ‘Eene verbastering van Got. urruns.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Gewinna.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Mede, Ale.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘De etymologie van Skr. vānara.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
C.C. Uhlenbeck, ‘Σμάραγδος.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
C.C. Uhlenbeck, ‘Over de etymologische wetenschap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Gotische Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Jacob van der Valk, ‘Fumative - Vomative.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Pieter Valkhoff, ‘Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Jozef Vercoullie, ‘Nog over stoepjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jozef Vercoullie, ‘Bertouden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Jozef Vercoullie, ‘Kleine meedelingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Jozef Vercoullie, ‘Sinterklaas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Jozef Vercoullie, ‘Negerhollands molee, Afrikaans boetie, katjipiering, bibies, bottel, ou sanna, ewwa-trewwa, foolstruis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Verdam, ‘Dangier.door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden,doorJ. Verdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Een oude kennis uit het gotisch teruggevonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Custinge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
J. Verdam, ‘Het Tübingsche handschrift van Ons Heren Passie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
J. Verdam, ‘Nog eens de eenhoorn. (Tijdschr. 29, 95 vlgg.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Zondvloed.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Gletemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
A.A. Verdenius, ‘De ontwikkelingsgang der Hollandse voornaamwoorden je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Eelco Verwijs, ‘Volksgeloof en volkstaal,doorEelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Eelco Verwijs, ‘Een vreemdsoortig germanismedoor Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Beckering Vinckers, ‘Wat was aambei in den beginne?Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtenddoor J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Beckering Vinckers, ‘De oorsprong van ochtend.door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Niettemin, desniettemin etc.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Een netelige kwestie.door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Beckering Vinckers, ‘Een tedere kwestie,door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Beckering Vinckers, ‘Is moot = snee zalms, etc. verwant met 't Gothisch maitan?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Bomer en roemer.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Spook.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
C.G.N. de Vooys, ‘De Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Lessen over spreekwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 131).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 181).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
C.G.N. de Vooys, ‘Droes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘Cadellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
W.L. de Vreese, ‘De woorden ‘Flamingant’ en ‘Franskiljon’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Aamborstig.Den heere J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Matthias de Vries, ‘Poot, Potig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Matthias de Vries, ‘Edwijt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Matthias de Vries, ‘Middelnederlandsche Mengelingen,doorM. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Wobbe de Vries, ‘Mnl. ruden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Oliessel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Ethymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Gotisch fitan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
M.A. van Weel, ‘Meesmuilen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
W. Wessels, ‘BEGIJN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Naar aanleiding van het woord morgen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘Over leenwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Mnl. drûghe ‘droog’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
N. van Wijk, ‘De etymologie van het woord geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Etymologiën.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘DE AFLEIDING VAN DE WOORDEN ZWEZERIK, ZUSTER EN ZWAGER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Levensgeschiedenis van het woord glimp,door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. te Winkel, ‘Verstooren.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. te Winkel, ‘Het vijgeboomken te Amsterdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)

Zinnen (syntaxis)

J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
D.M. Bakker en G.R.W. Dibbets, ‘Afdeling 1Grammatica’, ‘1. VoorgeschiedenisG.R.W. Dibbets’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
D.M. Bakker, De macht van het woord (1988)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Adriaan Beets, ‘Gaauwdiefs gramatica.Met een facsimilé.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps' (1984-85)
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic' (1983)
Alied Blom, ‘Het woordje er in het tweede-taalonderwijs Alied Blom (Delft)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.H. van den Bosch, ‘Hulpwerkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
A.C. Bouman, ‘Syntaktiese groepen in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.C. Bouman, ‘Over ongemotiveerde inversie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 6 Poëzie en grammatica’ In: Lessen in lyriek (1993)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
P.J. Cosijn, ‘Smijnsdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘Het relatief bij Stoke,door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
N.A. Cramer, ‘Een eigenaardige woordschikking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Jean Baptiste David, ‘Over een paer vraegstukken van taelkundigen aert.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
M.R. Dijkman, ‘Dat getob met onze termen!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
M.R. Dijkman, ‘Naamvalsbegrip bij een inspecteur en bij L.A. te Winkel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
Constant Duvillers, ‘Beklag en verontweerdigingwegens het verbannen, uit de tael, van het expletivum EN, by ontkenningen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jac. van Ginneken, ‘Feiten en dingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving' (1982)
D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
J. Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘In dit of dat doende.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst (1892-1896)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘De zin als eenheid opgevat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst.’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur' (1971-72)
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results' (1988)
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie' (1990)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands' (1979)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
A. Jager, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
G. Karsten, ‘Hem en hun als onderwerp.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
H. Kern, ‘Bijdrage over de woorden veel en er.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.H. Kern, ‘Een schijnbare ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"' (1976-77)
Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis (1968)
A. Kluijver, ‘Historische studie der syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
R.A. Kollewijn, ‘Het tegenstellende zinsverband in nevengeschikte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
R.A. Kollewijn, ‘Het systeem van de tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘We, je en ze als onbepaalde voornaamwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
R.A. Kollewijn, ‘Lijst van verschenen boeken:’, ‘Voorwerpen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
R.A. Kollewijn, ‘De naamval van het naamwoordelik deel van 't gezegde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
J. Kooistra, ‘Twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
J. Kooistra, ‘Nog eens ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language' (1975)
Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu (1938)
Etsko Kruisinga, ‘Onze persoonlike voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Werkwoorden, die voorheen eene andere vervoeging hadden dan tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
Robert Leclercq, ‘Functies van tempusvormen in het Nederlands en het DuitsRobert Leclercq (Würzburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Joh. A. Leopold, ‘Iets over aard en vorm van bijvoeglijke zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘VI. Vervoeging.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)
Marleen Mertens, ‘Een contrastieve syntaxis Nederlands-Italiaans Marleen Mertens’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Marleen Mertens, ‘Hoe zou Jan in Italië de kamer uit lopen / uitlopen?Marleen Mertens (Padua)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
J.W. Muller, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
G.A. Nauta, ‘Hij is het gelukkigst en hij is de gelukkigste.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium PraesentisI.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.S. Overdiep, ‘De studie der Nederlandsche syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind' (1956)
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord' (1961)
J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Klaas Poll, ‘Hij en zij als substantieven.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Klaas Poll, ‘Vallen = Zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon (1975)
Anton Reichling, ‘Bij het ‘Derde stuk’ van de ‘Zeventiende-eeuwsche Syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity' (1993)
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels' (1973-74)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IVWoordgroepsleer’, ‘De woordgroep’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
A. Sassen, ‘Over attributieve bepalingen die dat niet zijn (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983)
A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode(één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
M. Schönfeld, ‘Jespersen over syntaktiese onderscheiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
M. Schönfeld, ‘De objektsvorm van het pron. pers. 2de ps. als vokatief.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord. (Vervolg van blz. 97.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Ph.J. Simons, ‘Bij de zwakke plek van een technikus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Ph.J. Simons, ‘Zinsysteem en ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Ph.J. Simons, ‘Anatomie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleervan 't beschaafde Nederlands.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden.(Slot).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Tijs Terwey, ‘Onderwerps- of gezegdezinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Tijs Terwey, ‘Over de onderscheiding der partikels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Tante Betje’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De aangesproken persoon.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De praedicatieve bepaling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De diensten van het bijwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over de ontleding van samengestelde volzinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woorden die niet in een naamval staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Het betrekkelijk voorn.w. dat.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over categorische en verkorte concessieve bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica (1973)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
Pieter Valkhoff, ‘De dienstbaarheid van de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J. Veering, ‘De duidelijke zin’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Verdam, ‘Mi liever.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A.A. Verdenius, ‘Over de volgorde van twee verbonden infinitieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.A. Verdenius, ‘Over onze vertrouwelijkheidspronomina en de daarbij behorende werkwoordsvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
A.A. Verdenius, ‘Imperatieven van het type niet lang te pruylen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Imperfectum met praesens-betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.J. Vervoorn, ‘IV. Syntaxis: de opbouw van de zin’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Een eigenaardige zeventiende-eeuwse constructie: ‘misschien’, gevolgd door een afhankelike vraag.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de praktijk van de voornaamwoordelijke aanduiding. Een statistische bijdrage.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘V. De zin.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘IV. De woordgroep’, ‘I. Het substantief als kern van een groep.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Iets over afwijkende ‘konstrukties’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over ontleding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Erik Wellander, ‘Over den datief als subject van een passieve constructie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
N. van Wijk, ‘Over eenige grammatische categorieën van het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
N. van Wijk, ‘Over woordafleiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.E.K. van Wijnen, ‘De tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over: dit doet in dezen niets af.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Jan-Wouter Zwart, ‘Mengelingen’, ‘Niveaus van abstractie in de beschrijving van het Nederlands Door Dr. Jan-Wouter Zwart’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996)

Klanken (fonologie/fonetiek)

J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
A.S. Bijl en Zadok Stokvis, ‘Opmerkingen over de klemtoon in Nederlandse plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Edgard Blancquaert, ‘Een paar lengtemetingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Edgard Blancquaert, ‘Voor een fonetiese beschrijving van het modern Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
R.C. Boer, ‘Syncope en consonantengeminatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie.Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D.Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.H. van den Bosch, ‘Over ‘de neiging tot differentiéring’ en noch iets.(Aan Prof. Te Winkel.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht). (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
D.B. Bosman, ‘'n Ondersoek na die gevelariseerde -ing in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Sprokkel.Onecht’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema en J.J.A.A. Frantzen, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Welluidendheid, Hiaat, en Medeklinkers.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Abraham Benjamin Cohen Stuart, ‘F, s - v, z:eene bijdrage tot de Nederlandsche uitspraakleer,door A.B. Cohen Stuart.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De sporadische uitstooting en klinkerwording der Wdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen,door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘De uo der psalmen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Zamen of samen?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Johannes van der Elst, ‘Hoger rythme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Johannes van der Elst, ‘Het isochronisme in het Nederlandse vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 174).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 243).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
L.P.H. Eykman, ‘Assimilatie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering.Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
B. Faddegon, ‘Afstandsdissimilatie van consonanten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
B. Faddegon, ‘De regels der afstandsmetathesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch.Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Johannes Franck, ‘Das E in heeten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (ed. F.C.L. Bosman) (1943)
Johan Hendrik Gallée, ‘Studie van spraakklanken.II.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Jac. van Ginneken, ‘Accent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jac. van Ginneken, ‘De rompstanden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Jac. van Ginneken, ‘De statistiek en de taalwetenschap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Jac. van Ginneken, ‘Muziek en taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
W.F. Gombault, ‘De cartografie der Noordnederlandse tongvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
A.W. de Groot, ‘De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
A.W. de Groot, ‘Phonologie en phonetiek. (Ter opheldering).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
A.W. de Groot, ‘De phonologie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
D. Haagman, ‘Het hinkende paard. (Een nationale accentkwestie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.B. van Haeringen, ‘Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.B. van Haeringen, ‘Intervocaliese d in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Een nieuwe Nederlandse phonetiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.B. van Haeringen, ‘Over z.g. ‘paragogische’ consonanten in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter TwelveWord Studies’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter EightModern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954)
A.G. van Hamel, ‘Ons conservatieve klankstelsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de ei, uit e of a,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Versmelting van de beginletter w met eene volgende oe of o, in het Nederlandsch.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de aspiratie in het Nederlandschdoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bestaat er in onze taal eene oo, uit eene oorspronkelijke ai?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over ft, cht en stdoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De tweeklank uidoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de SS uit þþ in asem, vessemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Aanteekeningen op Varia in Deel XXVII, 157 Vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
D.C. Hesseling, ‘Spreken en horen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘Iets over nadruk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Christiaan van Heule, ‘Van het derde Deel der Spraeckonst,’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch' (1985)
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal' (1978-79)
Elisabeth Jongejan, ‘Fonetiese sprokkel. De l in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch' (1985-86)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
G.G. Kloeke, ‘De dialecten en de klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Etsko Kruisinga, ‘De waarde van klankleer voor de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Etsko Kruisinga, ‘VIII. Onze klanken.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘IV. Klankleer.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)
H. Logeman, ‘Over hoesten, kuchen, hikken en wat fonetiek.(De Keel-explosiva.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
H. Logeman, ‘Klanken en klanksymbolen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 12 (1902)
J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Welluidendheid van taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Anneke Neijt, Universele fonologie (1991)
Jillis Noozeman, ‘Bijlage Taalkundige beschrijving van de Beroyde Student en de Bedrooge Dronkkaart’ In: Beroyde student en Bedrooge dronkkaart, of Dronkke-mans hel (ed. Ineke Grootegoed, Arjan van Leuvensteijn en Marielle Rebel) (2004)
G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
Anton Reichling, ‘Vijfde hoofdstuk De woord-Gestalt als aanschouwelikheid’ In: Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1935)
Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System' (1967)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IIFoniek en accent’, ‘Foniek, fonetiek, fonologie’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Gerlach Royen, ‘Fonologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
Gerlach Royen, ‘Een fonologische dialektgrammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.J. Salverda de Grave, ‘Over de Fransche tweeklanken ai, oi, ui in onze uit het Fransch overgenomen woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
A.M. Schaerlaekens, ‘2 De prelinguale periode’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode(één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
M. Schönfeld, ‘Nieuwe opvattingen over klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk V.Het Oosten.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (ed. D. Fuldauer) (1914)
Jos. Schrijnen, ‘De klemtoon in Nederlandsche plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jos. Schrijnen, ‘Klemtoonverschuiving in plaatsnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie' (1970)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Phonetiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Studie van spraakklanken.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Nieuwe Klank-studieën.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De zachte en scherpe E en O bij Cats.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs' (1980)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie (1989)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
J. Veering, ‘Spellen en spreken’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
A.A. Verdenius, ‘Adverbia van graad op -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.J. Vervoorn, ‘II. De klanken’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977)
Albert Verwey, ‘Rytmiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J. Beckering Vinckers, ‘Phonetische voorbarigheid, een middel ter verklaring van smiins.Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. van Vloten, ‘De infinitieven op yen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
C.G.N. de Vooys, ‘De ‘gevoelswaarde’ van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘II. Klankleer. Fonetiek en fonologie. - Taal en teken.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Wobbe de Vries, ‘Eenige opmerkingen naar aanleiding van J. Te Winkel, De Noordnederlandsche Tongvallen, Afl. 2.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Wobbe de Vries, ‘Vocaalrekking vóór R + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Iets over vocaalquantiteit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Over Å­ in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van bilabiale w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Jan P.M.L. de Vries, ‘De uitspraak der Gotische H.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Bij ‘oe-relicten...’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Niet-gerekte a, e voor r + konsonant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Gerekte ŏ en Å­ in Oostnederlandse dialekten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Een opmerking over Nederlandse aksentverschuivingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
N. van Wijk, ‘Vondel's Lucifer klankanalytisch onderzocht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
N. van Wijk, ‘De moderne phonologie en de omlijning van taalkategorieën.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
N. van Wijk, ‘Analogie en phonologisch systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
N. van Wijk, ‘Trubetskoj's linguistisch testament.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘De plaats der tweeklanken ei, ou, ui in het Nederlandse phonologische systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel.Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)
J.F. Willems, ‘Brief aen Professor Bormans, over de tweeklanken IJ en UU.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord vooroordeel.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het achtervoegsel aadje.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘De verlenging der heldere a in gesloten lettergrepen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Over g, gh en de gewaande letter ng.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Een commentaar.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
J. te Winkel, ‘Hoofdstuk V.Klankstelsel der Nederlandsche taal.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)
H. Zwaardemaker, ‘Over spraakgeluiden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)

Betekenis (semantiek)

J. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Constantinus Bake, G. Kalff, H.W.J. Kroes, J. Prinsen J.Lzn, G.W. Spitzen en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Constantinus Bake en Wobbe de Vries, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Constantinus Bake en Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Verhandelingen’, ‘Figuurlijk en letterlijkJaarrede door de voorzitter, Mw. Dr. F. Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Daar loopt wat van St. Anna onder.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets, ‘De mijl op zeven gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘'t Alleluia is geleid.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Iets (aan) zijn oogen klagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Kaneel water.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
L. Beheydt, ‘Het semantiseren van woordbetekenis dr. L. Beheydt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
A.P. de Bont, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Andries Borgeld, ‘De witten uitdoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring.Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en C.C. Uhlenbeck, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
A.C. Bouman, ‘De betekenis van het woord arch als adjektief bij personen in het Middelnederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Ta