beschikbare titelsNederlandse taalFrens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente, 1998 Taco H. de Beer, Onze volkstaal, 1882-1890 Rob Belemans, Dialectverlies bij Genker jongeren, 1997 Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten?, 1995 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Max de Bruin en Dorothée Janssen, Honderdvijftig jaar Nederlands in West- en Oostlimburgse kranten, 1989 José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek?, 1995 José Cajot, Het Limburgs dialect van de Voerenaren, 1985 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 José Cajot, De rijksgrens tussen beide Limburgen als taalgrens, 1977 Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979 Frans Claes, Driestoponiemen in de streek van Diest, 1984 Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken, 1995 Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814), 1998 H. Crompvoets, Dialect en standaardtaal in Nederlands Limburg, 1987 H. Crompvoets, Huisslachtbenamingen in Nederlands Limburg, 1988 H. Crompvoets, Klank- en woordgeografie rond Venlo, 1998 H. Crompvoets, Het lemma in het woordenboek van de Limburgse dialecten, 1993 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 H. Crompvoets, Het Stokkems in zijn dialectgeografisch verband, 1995 J. Goossens, Bèèëne en borre voor 'branden'. Over r-metathesis in Limburg, 1999 J. Goossens, Borgloon en de Middelnederlandse letterkunde, 1992 J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979 J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Die Herausbildung der deutsch-niederländischen Sprachgrenze, 1984 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978 J. Goossens, Het gebruik van dialect en Algemeen Nederlands en de evolutie ervan, 1987 J. Goossens, Een geïsoleerd voornaamwoord: Limburgs doe, dich, dijn, 1996 J. Goossens, Genker dialect tussen oost en west, 1997 J. Goossens, De geografie van de Limburgse successieoorlog bij Jan van Heelu, 1989 J. Goossens, Hulde aan André Stevens. Chronologische biografie van André Stevens, 1993 J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995 J. Goossens, Jozef Leenen, 1976 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, De molenaar in het Limburgse dialect, 1992 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 J. Goossens, De Nederlandse verwanten van Oostnederduits Pede 'Elytrigia repens', 1985 J. Goossens, De nieuwe fragmenten van Hendrik van Veldekes Sente Servas, 1991 J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten, 1988 J. Goossens, De tweede Nederlandse auslautverscherping, 1978 J. Goossens, Woeringen en de oriëntatie van het Maasland, 1988 J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten, 1989 J. Goossens, De woordenschat van een Belgisch-Limburgse varkenskermis, 1988 Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade, 1996 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw, 1992 W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel II De sociolinguïstische komponent, 1979 J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg, 1991 Jan Lijnen, Enkele uitdrukkingen en woorden uit het dialekt van Romershoven, 1977 Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen, 1981 Jan Lucassen, Geschiedenis en dialectologie: het geval Meijel, 1991 Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen, 1990 V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw, 1997 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen, 1990 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen, 1995 V. Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland, 1990 Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect, 1987 J. Molemans, Erfnamen functioneler dan familienamen in oostelijk Belgisch-Limburg, 1984 J. Molemans, Loon tussen Brabant en Luik. Teloorgang en toch behoud van eigen identiteit, 1992 J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976 J. Molemans, Meting van de heerlijkheid Gruitrode-Solt (1792-1794), 1992 J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek, 1986 J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie, 1977 J. Molemans, Referaten rond het thema 'dialectwoordenboeken', 1981 J. Molemans, Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, 1982 J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979 Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998 J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen, 1979 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen deel 2, 1982 K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg), 1977 Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden?, 1998 Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw, 1984 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II, 1994 Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980 Jan Segers, Taalgrensvorming in Zuid-Limburg, 1983 Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren, 1986 Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 1: A - M, 1996 Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 2: N - Z, 1999 Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987 A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging, 1982 A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I, 1985 A. Stevens, Struktuur en historische ondergrond van het Haspengouws taallandschap, 1978 A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990 J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep, 1988 Gerrit de Vos, Voornaamgeving in de beide Limburgen sinds 1839, 1989 H. Crompvoets en H.H.A. van de Wijngaard, Mijnwerkersterminologie in de beide Limburgen: meer verscheidenheid dan eenheid, 1989 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands, 1837-1846 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1, 1837 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2, 1838 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3, 1839 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4, 1840 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5, 1841 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6, 1842 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 7, 1843 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8, 1844 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 9, 1845 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10, 1846 Jos van de Wouw, Tendenzen in de klankontwikkeling van het Weertlands, 1986 De Gids. Jaargang 1837, 1837 De Gids. Jaargang 1838, 1838 De Gids. Jaargang 1839, 1839 De Gids. Jaargang 1840, 1840 De Gids. Jaargang 1841, 1841 De Gids. Jaargang 1842, 1842 De Gids. Jaargang 1843, 1843 De Gids. Jaargang 1844, 1844 De Gids. Jaargang 1845, 1845 De Gids. Jaargang 1846, 1846 De Gids. Jaargang 1847, 1847 De Gids. Jaargang 1848, 1848 De Gids. Jaargang 1849, 1849 De Gids. Jaargang 1850, 1850 De Gids. Jaargang 1851, 1851 De Gids. Jaargang 1852, 1852 De Gids. Jaargang 1853, 1853 De Gids. Jaargang 1854, 1854 De Gids. Jaargang 1855, 1855 De Gids. Jaargang 1856, 1856 De Gids. Jaargang 1857, 1857 De Gids. Jaargang 1858, 1858 De Gids. Jaargang 1859, 1859 De Gids. Jaargang 1860, 1860 De Gids. Jaargang 1861, 1861 De Gids. Jaargang 1862, 1862 De Gids. Jaargang 1863, 1863 De Gids. Jaargang 1864, 1864 De Gids. Jaargang 1865, 1865 De Gids. Jaargang 1866, 1866 De Gids. Jaargang 1867, 1867 De Gids. Jaargang 1868, 1868 De Gids. Jaargang 1869, 1869 De Gids. Jaargang 1870, 1870 De Gids. Jaargang 1871, 1871 De Gids. Jaargang 1872, 1872 De Gids. Jaargang 1873, 1873 De Gids. Jaargang 1874, 1874 De Gids. Jaargang 1875, 1875 De Gids. Jaargang 1876, 1876 De Gids. Jaargang 1877, 1877 De Gids. Jaargang 1878, 1878 De Gids. Jaargang 1879, 1879 De Gids. Jaargang 1880, 1880 De Gids. Jaargang 1881, 1881 De Gids. Jaargang 1882, 1882 De Gids. Jaargang 1883, 1883 De Gids. Jaargang 1884, 1884 De Gids. Jaargang 1885, 1885 De Gids. Jaargang 1886, 1886 De Gids. Jaargang 1887, 1887 De Gids. Jaargang 1888, 1888 De Gids. Jaargang 1889, 1889 De Gids. Jaargang 1890, 1890 De Gids. Jaargang 1891, 1891 De Gids. Jaargang 1892, 1892 De Gids. Jaargang 1893, 1893 De Gids. Jaargang 1894, 1894 De Gids. Jaargang 1895, 1895 De Gids. Jaargang 1896, 1896 De Gids. Jaargang 1897, 1897 De Gids. Jaargang 1898, 1898 De Gids. Jaargang 1899, 1899 De Gids. Jaargang 1900, 1900 De Gids. Jaargang 1901, 1901 De Gids, 1837- Handelingen Colloquium Neerlandicum, 1961-2007 Merlyn. Jaargang 3, 1965 De Taalgids. Jaargang 1, 1859 De Taalgids. Jaargang 2, 1860 De Taalgids. Jaargang 3, 1861 De Taalgids. Jaargang 4, 1862 De Taalgids. Jaargang 5, 1863 De Taalgids. Jaargang 6, 1864 De Taalgids. Jaargang 7, 1865 De Taalgids. Jaargang 8, 1866 De Taalgids. Jaargang 9, 1867 De Nieuwe Taalgids, 1907-1995 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1, 1855 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 2, 1858 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 3, 1859-1860 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 4, 1861 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 5, 1863 monografieënWoorden (lexicografie)anoniem, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, 1775 José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek?, 1995 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 J.H. van Dale, Taalkundig handboekje, 1867 J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten, 1989 C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954 P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 Joos Lambrecht, Het naembouck van 1562 (ed. R. Verdeyen), 1945 E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary, 1936 J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959 H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste, 1971 Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect, 1987 F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906 F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland, 1910 Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001 Nicoline van der Sijs, Het versierde woord, 1999 P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN, 1997 F.A. Stoett, Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk), 1923-1925 S.J. du Toit, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels, 1902 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands, 1976 Matthias de Vries, De visscherijen, geheeten het Vroon, ten jare 1433 aan de stad Leiden in erfpacht gegeven, 1858 Etymologieanoniem, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, 1775 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade, 1996 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw, 1992 W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977 E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary, 1936 Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen, 1981 J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 P.J. Meertens, De betekenis van de Nederlandse familienamen, 1941 V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen, 1990 V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw, 1997 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen, 1990 V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen, 1995 J. Molemans, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande, 1985 J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek, 1986 J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie, 1977 J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979 Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998 F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland, 1910 Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941 M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg), 1977 Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden?, 1998 Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw, 1984 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II, 1994 Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren, 1986 Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001 A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990 J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep, 1988 Zinnen (syntaxis)Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952 D.M. Bakker, De macht van het woord, 1988 Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963 Gunnar Bech, 'Über das niederländische Adverbialpronomen er', 1968 Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps', 1984-85 B. van den Berg, Enkele waarnemingen betreffende de zinsbouw in het Nederlands, 1962 Hans den Besten, 'On the Interaction of Root Transformations and Lexical Rules', 1989 Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic', 1983 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel II. Leer van den volzin (syntaxis), 1852 Norbert Corver, 'The Internal Syntax of the Dutch Extended Adjectival Projection', 1997 Alied Blom en Saskia Daalder, 'De strukturele positie van reflexieve en reciproke pronomia', 1975-76 S.C. Dik, 'Isomorfisme als functioneel verklaringsprincipe', 1988 W. de Geest, 'Infinitiefconstructies bij Verba Sentiendi', 1975 Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving', 1982 G.J. de Haan, 'Onafhankelijke PP-komplementen van nomina', 1978-79 Liliane Haegeman en H.C. van Riemsdijk, 'Verb Projection Raising, Scope, and the Typology of Rules Affecting Verbs', 1986 C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954 C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst, 1892-1896 Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur', 1971-72 Teun Hoekstra, 'Small Clause Results', 1988 Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie', 1990 J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands', 1979 Frank Jansen, Syntaktische konstrukties in gesproken taal, 1981 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"', 1976-77 Maarten Klein, 'Anaforische relaties in het Nederlands', 1980 W.G. Klooster, 'Reductie in zinnen met "maatconstituenten"', 1971 L. Koelmans, 'Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands', 1965 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 J.G. Kooij, Aspekten van woordvolgorde in het Nederlands, 1978 J. Koster, 'Dutch as an SOV Language', 1975 J. Koster, 'Het werkwoord als spiegelcentrum', 1973-74 W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis, 1968 Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu, 1938 P.J. Merckens, 'Zijn dat kooplieden of zijn kooplieden dat?', 1961 P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord', 1961 P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind', 1956 A. Pauwels, De plaats van het hulpwerkwoord, verleden deelwoord en infinitief in de Nederlandse bijzin, 1953 Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon, 1975 Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity', 1993 H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels', 1973-74 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis, 1889 Jan Stroop, 'Systeem in gesproken werkwoordsgroepen', 1983 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica, 1973 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 Wobbe de Vries, 'Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis, I. Usurpaties', 1910 Erik Wellander, 'Over den datief als subject van een passieve constructie', 1920 F. Zwarts, 'Extractie uit prepositionele woordgroepen in het Nederlands', 1978 Klanken (fonologie/fonetiek)Frens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente, 1998 Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten?, 1995 Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands, 1984 R.C. Boer, 'Syncope en consonantengeminatie', 1918 Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning', 1983-84 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden, 1849 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve', 1958 Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken, 1995 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen), 1972-1977 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1, 1972 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2, 1977 B. Faddegon, 'Geleidelijke en springende klankverandering', 1907 Jac. van Ginneken, 'De phonologie van het Algemeen Nederlandsch', 1933-34 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 A.W. de Groot, 'De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands', 1931 L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem', 1953 C. Gussenhoven, 'The Dutch Foot and the Chanted Call', 1993 C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984 C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak', 1924 K.H. Heeroma, 'De plaats van ie, oe en uu in het Nederlandse klinkersysteem', 1959 Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch', 1985 M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal', 1978-79 René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch', 1985-86 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg, 1991 J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element', 1936 A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer, 1949 Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten, 1992 W.G. Moulton, 'The Vowels of Dutch: Phonetic and Distributional Classes', 1962 Anneke Neijt, Universele fonologie, 1991 S.G. Nooteboom, 'Over de lengte van korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken in het Nederlands', 1971 P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978 Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System', 1967 K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk, 1997 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 G. de Schutter en J. Taeldeman, 'Assimilatie van stem in de zuidelijke Nederlandse dialekten', 1986 Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976 J.J. Spa, 'Generatieve fonologie', 1970 Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987 Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal, 1987 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie, 1989 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 Marinel Gerritsen, Roeland van Hout en H.F. van de Velde, 'De verstemlozing van de fricatieven in het Standaard-Nederlands. Een onderzoek naar taalverandering in de periode 1935-1993', 1995 A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams', 1943 J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek', 1974 N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland', 1914 Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint', 1994 Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs', 1980 F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I', 1981 Betekenis (semantiek)C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984 P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862 P.J. Meertens, De betekenis van de Nederlandse familienamen, 1941 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976 Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik, 1935 Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie', 1976 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 H.J. Verkuyl, 'Aspectual Classes and Aspectual Composition', 1989 C.G.N. de Vooys, 'Homoniemen, homoniemenvrees, homoniemenvermijding', 1939 N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"', 1928 F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I', 1981 Vormen (morfologie)R.H. Baayen, 'Corpusgebaseerd onderzoek naar morfologische produktiviteit', 1990 Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning', 1983-84 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden, 1849 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve', 1958 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Een geïsoleerd voornaamwoord: Limburgs doe, dich, dijn, 1996 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten, 1988 C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden', 1939 C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands', 1947 C.B. van Haeringen, 'De taaie levenskracht van het sterke werkwoord', 1940 C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten', 1958 Frans Hinskens en Pieter Muysken, 'Formele en functionele benaderingen van dialectale variatie; de flexie van het adjectief in het dialect van Ubach over Worms', 1986 A.R. Hol, 'Het prefix in het verleden deelwoord', 1941 Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect', 1983 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden', 1915 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer, 1948 Geert Koefoed en J. van Marle, 'Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal', 1980-81 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 L.C. Michels, 'Woordwording van affixen', 1957 Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik, 1935 K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 M. Schönfeld, 'Een Oudnederlandsche zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)', 1933 H. Schultink, 'Produktiviteit als morfologisch fenomeen', 1961 Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976 Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal, 1987 A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I, 1985 H.A.J. van Swaaij, 'De perfectiva simplicia in het Nederlandsch', 1909 J. Taeldeman, 'Inflectional Aspects of Adjectives in the Dialects of Dutch-speaking Belgium', 1980 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 M.C. van den Toorn, 'De herkomst van het enklitisch pronomen ie, resp. die/tie', 1959 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont', 1901 A.A. Verdenius, 'Over de inclinatie in het Middelnederlandsch', 1924 P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805 F. Zwarts, '-AAR, -ARIJ, -SEL en -TE +', 1975 Normenanoniem, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, 1775 Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963 Ph. Blommaert, 'Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael', 1832 R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998 K.J. Bostoen, Kaars en bril: de oudste Nederlandse grammatica, 1985 Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde, 1981 Cor van Bree, Historische grammatica van het Nederlands, 1987 Charivarius, Is dat goed Nederlands?, 1940 G.R.W. Dibbets, Vondels zoon en Vondels taal. Joannes Vollenhove en het Nederlands, 1991 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II, 1914 Johanna Greidanus, Beginselen en ontwikkeling van de interpunctie, 1926 J.P. Guépin, De beschaving, 1983 H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands, 1966 Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie, 1581 Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands, 1983 H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 G.G. Kloeke, De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten, 1927 L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands, 1978 Dolph Kohnstamm, Ik hoop dat de spelling veranderd-t wordt-t, 1972 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 A. de Korne en T. Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands, 1987 Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst, 1865 Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst, 1706 P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978 Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941 Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991 Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge, 1612 A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging, 1982 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 J. Veering, Spelenderwijs (zuiver) Nederlands, 1959 Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956 P.A. Verburg, Stand en zin van de historie der taaltheorieën, 1975 Jan Baptist Chrysostomus Verlooy, Verhandeling op d'onacht der moederlyke tael in de Nederlanden, 1788 P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal, 1901 F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst, 1939 TaalbeheersingWillem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek), 1866 Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814), 1998 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 J.P. Guépin, De beschaving, 1983 Matthijs Siegenbeek, Redevoering over het openbaar onderwijs in de Nederduitsche welsprekendheid, 1797 A.J. Vervoorn, Kleine grammatica van de waanzin, 1977 Taalverwerving / PsycholinguïstiekGuus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971 Geert Koefoed, 'Taalverandering in het licht van taalverwerving en taalgebruik', 1978 Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik, 1935 A.M. Schaerlaekens, De taalontwikkeling van het kind, 1977 Jan Stroop, Poldernederlands, 1998 Tiemen de Vries, Holland's Influence on English Language and Literature, 1916 Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint', 1994 SociolinguïstiekNederlands, tenzij... Tweetaligheid in de geestes- en de gedrags- en maatschappijwetenschappen, 2003 Ad Backus, 'Turks-Nederlandse codewisseling. Universele en taalspecifieke aspecten van taalcontact', 1998 B. van den Berg, 'Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw', 1943 Renée van Bezooijen, 'Normen met betrekking tot het Standaardnederlands', 1997 Alied Blom, 'Het kwantitatieve er', 1975-76 Ph. Blommaert, 'Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael', 1832 Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814), 1998 H. Crompvoets, Dialect en standaardtaal in Nederlands Limburg, 1987 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II, 1914 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Het gebruik van dialect en Algemeen Nederlands en de evolutie ervan, 1987 J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten, 1989 C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak', 1924 P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862 G.G. Kloeke, 'Inleiding', 1927 Thijmen Koopmans, De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal, 1995 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel II De sociolinguïstische komponent, 1979 V. Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland, 1990 J.G.M. Moormann, De geheimtalen (ed. Nicoline van der Sijs), 2002 E.C. Pienaar, Taal en poësie van die tweede Afrikaanse taalbeweging, 1919 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen, 1979 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen deel 2, 1982 H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk, 1997 A. Sassen, 'Endogeen en exogeen taalgebruik', 1963 Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 Gerrit de Vos, Voornaamgeving in de beide Limburgen sinds 1839, 1989 J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek', 1974 H. Crompvoets en H.H.A. van de Wijngaard, Mijnwerkersterminologie in de beide Limburgen: meer verscheidenheid dan eenheid, 1989 DialectologieFrens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente, 1998 Rob Belemans, Dialectverlies bij Genker jongeren, 1997 Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten?, 1995 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Cor van Bree, Het dialect in deze tijd, 1983 Har Brok, 'Het Dialecticon van Johan Winkler', 1998 Max de Bruin en Dorothée Janssen, Honderdvijftig jaar Nederlands in West- en Oostlimburgse kranten, 1989 José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek?, 1995 José Cajot, Het Limburgs dialect van de Voerenaren, 1985 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 José Cajot, De rijksgrens tussen beide Limburgen als taalgrens, 1977 Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979 Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige, 1986 Frans Claes, Driestoponiemen in de streek van Diest, 1984 Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken, 1995 Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814), 1998 H. Crompvoets, Dialect en standaardtaal in Nederlands Limburg, 1987 H. Crompvoets, Huisslachtbenamingen in Nederlands Limburg, 1988 H. Crompvoets, Klank- en woordgeografie rond Venlo, 1998 H. Crompvoets, Het lemma in het woordenboek van de Limburgse dialecten, 1993 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 H. Crompvoets, Het Stokkems in zijn dialectgeografisch verband, 1995 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen), 1972-1977 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1, 1972 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2, 1977 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel I. De sociologische structuur der Nederlandsche taal I, 1913 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II, 1914 H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal, 1917 J. Goossens, Bèèëne en borre voor 'branden'. Over r-metathesis in Limburg, 1999 J. Goossens, Borgloon en de Middelnederlandse letterkunde, 1992 J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979 J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Die Herausbildung der deutsch-niederländischen Sprachgrenze, 1984 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978 J. Goossens, Het gebruik van dialect en Algemeen Nederlands en de evolutie ervan, 1987 J. Goossens, Genker dialect tussen oost en west, 1997 J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie', 2006 J. Goossens, Hulde aan André Stevens. Chronologische biografie van André Stevens, 1993 J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995 J. Goossens, Jozef Leenen, 1976 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, De molenaar in het Limburgse dialect, 1992 J. Goossens, De Nederlandse verwanten van Oostnederduits Pede 'Elytrigia repens', 1985 J. Goossens, De nieuwe fragmenten van Hendrik van Veldekes Sente Servas, 1991 J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten, 1988 J. Goossens, De tweede Nederlandse auslautverscherping, 1978 J. Goossens, Woeringen en de oriëntatie van het Maasland, 1988 J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten, 1989 J. Goossens, De woordenschat van een Belgisch-Limburgse varkenskermis, 1988 J.P. Guépin, De beschaving, 1983 Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade, 1996 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 G.G. Kloeke, De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten, 1927 Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname, 1983 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw, 1992 W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel II De sociolinguïstische komponent, 1979 J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg, 1991 Jan Lijnen, Enkele uitdrukkingen en woorden uit het dialekt van Romershoven, 1977 Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen, 1981 Jan Lucassen, Geschiedenis en dialectologie: het geval Meijel, 1991 Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen, 1990 V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw, 1997 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen, 1990 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen, 1995 V. Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland, 1990 Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect, 1987 J. Molemans, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande, 1985 J. Molemans, Loon tussen Brabant en Luik. Teloorgang en toch behoud van eigen identiteit, 1992 J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976 J. Molemans, Meting van de heerlijkheid Gruitrode-Solt (1792-1794), 1992 J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek, 1986 J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie, 1977 J. Molemans, Referaten rond het thema 'dialectwoordenboeken', 1981 J. Molemans, Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, 1982 J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979 Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten, 1992 Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998 J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen, 1979 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen deel 2, 1982 K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk, 1997 M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg), 1977 Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden?, 1998 Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw, 1984 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II, 1994 Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980 Jan Segers, Taalgrensvorming in Zuid-Limburg, 1983 Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren, 1986 Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 1: A - M, 1996 Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 2: N - Z, 1999 Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987 Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal, 1987 A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging, 1982 A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I, 1985 A. Stevens, Struktuur en historische ondergrond van het Haspengouws taallandschap, 1978 A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990 J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep, 1988 Gerrit de Vos, Voornaamgeving in de beide Limburgen sinds 1839, 1989 H. Crompvoets en H.H.A. van de Wijngaard, Mijnwerkersterminologie in de beide Limburgen: meer verscheidenheid dan eenheid, 1989 Johan Winkler, Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon. Deel 1, 1874 Johan Winkler, Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon. Deel 2, 1874 Jos van de Wouw, Tendenzen in de klankontwikkeling van het Weertlands, 1986 Historische taalkundeJacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952 B. van den Berg, 'Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw', 1943 R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998 K.J. Bostoen, Kaars en bril: de oudste Nederlandse grammatica, 1985 Cor van Bree, Historische taalkunde, 1990 Cor van Bree, Historische grammatica van het Nederlands, 1987 José Cajot, De rijksgrens tussen beide Limburgen als taalgrens, 1977 W.J.H. Caron, 'Het taalspel van de probatio pennae', 1963 G.R.W. Dibbets, Vondels zoon en Vondels taal. Joannes Vollenhove en het Nederlands, 1991 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel I. De sociologische structuur der Nederlandsche taal I, 1913 Jac. van Ginneken, 'De huidige stand der genealogische taalwetenschap', 1909 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, 'Polysemievrees', 1962 J. Goossens, 'De taal der liederen van Jan I', 2005 J. Goossens, De tweede Nederlandse auslautverscherping, 1978 Kees Groeneboer, Weg tot het Westen, 1993 L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem', 1953 C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954 K.H. Heeroma, 'Ontspoorde frankiseringen', 1951 K.H. Heeroma, 'Wat is Ingweoons?', 1965 D.C. Hesseling, Het Afrikaansch, 1899 D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen, 1905 D.C. Hesseling, 'Overblijfsels van de Nederlandse taal op Ceylon', 1910 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 Geert Koefoed, 'Taalverandering in het licht van taalverwerving en taalgebruik', 1978 L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands, 1978 A. de Korne en T. Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands, 1987 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element', 1936 Geert Koefoed en J. van Marle, 'Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal', 1980-81 Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten, 1992 G.S. Overdiep, 'Over woordschikking en vers-rhythme in den Middelnederlandschen Ferguut', 1915-1916 F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906 Cefas van Rossem en Hein van der Voort, Die Creol taal, 1996 Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 M. Schönfeld, 'Een Oudnederlandsche zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)', 1933 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Taalgrensvorming in Zuid-Limburg, 1983 Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001 A. Stevens, Struktuur en historische ondergrond van het Haspengouws taallandschap, 1978 F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis, 1889 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956 A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams', 1943 A.A. Verdenius, 'Over de inclinatie in het Middelnederlandsch', 1924 C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1931 C.G.N. de Vooys, 'De taalbeschouwing van Siegenbeek-Weiland en van Bilderdijk', 1931 Tiemen de Vries, Holland's Influence on English Language and Literature, 1916 Matthias de Vries, De visscherijen, geheeten het Vroon, ten jare 1433 aan de stad Leiden in erfpacht gegeven, 1858 N. van Wijk, 'Over de betekenis van Middelnederlandsche handschriften voor de studie van dialecten', 1913 N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland', 1914 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal, 1901 F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst, 1939 Nederlands als tweede taalGuus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987 TaaldidactiekGuus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971 Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956 artikelenWoorden (lexicografie)Herm. P.J. van Alfen, ‘Kloppen in de bijzondere beteekenis van Castrare.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Fragment van een vocabularius medegedeeld door A. Beets.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) L. Beheydt, ‘Aspecten van Woordenschat en Grammatica in T-1 en T-2 verwerving dr. L. Beheydt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Willem Bisschop, ‘Het Dordsche taaleigen. bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten,’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en Tijs Terwey, ‘Woordverklaring.Over ‘laten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) T.H. Buser, ‘Proeven van woordverklaring.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995)
P.J. Cosijn, ‘Plukseldoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘Glossarium op de Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘De glossae Lipsianae.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat (1991)
J.H. van Dale, ‘Een biervlietenaar mag tweemaal zijn mes trekken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J.H. van Dale, ‘Iets over de afleiding van het woord vierschaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J.H. van Dale, ‘Willox. - ric.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, Taalkundig handboekje (1867)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.J.M. van Dam, Jantje Kaas en zijn jongens. Bijdrage tot de kennis van de Ned.-Indische soldatentaal in de 19e eeuw (1942)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) M.R. Dijkman, ‘Kritiese beschouwingen over hedendaagse examenpraktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H.J.E. Endepols, ‘Groenstraat-Bargoens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Sybrandus Johannes Fockema Andreae, ‘Spreekwijzen en vormen aan het oude recht ontleend.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1898 (1898) J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (ed. F.C.L. Bosman) (1943) Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Johan Hendrik Gallée, ‘Saksische namen van planten en delfstoffen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) Johan Hendrik Gallée, ‘Uit de taalstudie.’ In: De Gids. Jaargang 1887 (1887) Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
J. Goossens, Daas 'paardevlieg' en zijn varianten in de Nederlandse en Nederduitse dialecten (1985)
J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten (1989)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
P.J. Harrebomée, ‘Tiental nederlandsche spreekwoorden,’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Hans Heestermans, ‘Definities in woordenboeken’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 8 (1990) Hans Heestermans, ‘Verhandelingen’, ‘Definities in woordenboekenJaarrede door de voorzitter Dr. H. Heestermans’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990) J. Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.L. van den Helm, ‘Etymologische onderzoekingen’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J.D. Herlein, ‘Karaïbaansch woorden-boek.’ In: Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname (1718) Armand Héroguel, Philippe Hiligsmann, W. Martin en M. Miceli, ‘Het project Leerwoordenboek zakelijk Nederlands Ph. Hiligsmann, M. Miceli, W. Martin, I. Maks en A. Héroguel’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) anoniem Het Brugsche Livre des Mestiers, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen (ed. Jan Gessler) (1931)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Moederziel alleen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Verweenthede.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Over de werkwoorden beenen en verbeenen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Arie de Jager, ‘Smeedde Bilderdijk ‘omwingerden’ of ‘omwingeren’?door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Amaat Honoraat Joos, ‘Aan 't werk!’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) C.G. Kaakebeen, ‘De term onecht in de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Daniël van Kalken, ‘Nalezing op de bijdrage’, ‘Tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Daniël van Kalken, ‘Voorbeelden van een verouderde vervoeging der thans in gebruik zijnde werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) H. Kern, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland (1910)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Zofia Klimaszewska, ‘Fraseologie’, ‘Fraseologie en het onderwijs Nederlands als Vreemde Taal Zofia Klimaszewska (Warschau)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) J.J. van der Kloes, ‘Ter verklaring van een paar plaatsen uit Nederlandsche dichters van de zeventiende eeuw.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A. Kluijver, ‘Eene onuitgegeven lijst van woorden, afkomstig van zigeuners uit het midden der 16de eeuw.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1900 (1900) A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Elisabeth Koenraads, ‘Idiomatische uitdrukkingen in tweetalige woordenboeken. Een vergelijkend onderzoek Nederlands-Italiaans Elisabeth Koenraads’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Agata Kowalska-Szubert, ‘Thematische woordenlijsten: hoe maak je die aan? Agata Kowalska (WrocÅaw)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001) Agata Kowalska-Szubert, ‘Over potas, herbata en andere Nederlandse woorden in het PoolsAgata Kowalska-Szubert (WrocÅaw)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning (1990)
Willem Kuiper, ‘Een ‘groet scat’ in een ‘clein vat’’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 17 (1999) K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Joos Lambrecht, Het naembouck van 1562 (ed. R. Verdeyen) (1945)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P. Leendertz (jr.), ‘Een paar Middelnederlandsche bastaardwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Joep Leerssen, ‘Landsnamen, taalnamen. De lexicale aanloop tot de Groot-Nederlandse gedachteJoep Leerssen (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Jacob van Lennep, ‘Opmerkingen by de lezing van de bydrage, door dr. W. Bisschop geleverd, onder den tytel van het Dordsche taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary (1936)
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) H.J.J.M. van der Merwe, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels (1902)
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste (1971)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect (1987)
Fons Moerdijk, ‘De wording van het Algemeen Nederlands Woordenboek Fons Moerdijk’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Erzsébet Mollay, ‘De verhouding tussen fraseologismen en idiomatische composita: Een stiefkind in de taalkunde Erzsebet Mollay (Budapest)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) J.G.M. Moormann, ‘Bargoensch uit het midden der negentiende eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Glimp - glimpen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Eischen en bezwaren der wetenschap pelijke lexicographie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of Ç (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Paardenbreedte(n).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) O. de Neve, ‘De Nederlandsche glossen van de Brusselsche ‘Olla patella’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt.door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Jan Pan, ‘Sprokkels, verzameld door mr. J. Pan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Jan Pan, ‘Opmerkingen en aanteekeningen van den hoogleeraar J. H. van der Palm over de Nederlandsche taal,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.A. van Praag, ‘Iets over oude, Spaansche woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) F.P.H. Prick van Wely, ‘Het Nederlands in woordenboeken voor de vreemde talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904) F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
S.J.E. Rau, ‘EENIGE TAAL- EN DICHTKUNDIGE AANMERKINGEN, NAAR AANLEIDING VAN DE TWEE EERSTE AFLEVERINGEN VAN HET WOORDENBOEK DER NEDERLANDSCHE TAAL.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) S.C. van der Ree, ‘Lexicon- en contextstructuuroefeningen als bruikbaar middel om taal- en cultuuronderwijs te herenigen drs. S.C. van der Ree’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Dolores Ross, ‘De polysemie in Italiaanse en Nederlandse structuren Dolores Ross’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) H. Ryckeboer, ‘Contactlinguïstische aspecten’, ‘Nederlandse namen voor Noordfranse toponiemen in het Frans-Vlaamse dialekt’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) H. Ryckeboer, ‘Nederlandse lexicale elementen in de Noord-Franse dialectenEen dialectlexicografische en dialectgeografische benadering van het taalcontact in Noord-Frankrijk’, ‘1. Historische achtergronden van het taalcontact in Noord-Frankrijk’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase(twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) B. Scholten, ‘Tabak drinken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) C. Schouten-van Parreren, ‘Verslag van de werkbijeenkomst woordenschatuitbreiding mw.dr. C. Schouten-Van Parreren’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-Sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855) C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855) Nicoline van der Sijs, Het versierde woord (1999)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Marketa Skrlantová, ‘Hoe (on)bruikbaar zijn taalgidsen? Marketa Å krlantová’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Jelle Stegeman, ‘Vreemd gaan met de moedertaal: woordenschatuitbreiding in de praktijk dr. J. Stegeman’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) P.G.J. van Sterkenburg, ‘Afdeling 2Lexicografie’, ‘7. De lexicografie in de middeleeuwenP.G.J. van Sterkenburg’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977) P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN (1997)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) F.A. Stoett, Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk) (1923-1925)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Adriaan E.H. Swaen, ‘Bolkvanger.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Adriaan E.H. Swaen, ‘Gasterij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Helsche koude.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Bijdrage tot de kennis van den Frieschen, voornamelijk Bildtschen, tongval.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Die eerst komt, eerst maalt of maant?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Anglosaxonica I.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘A Grammar of the English Language, &c. - Engelsche Spraakkunst, waar by gevoegd is een klein Woordenboek van zelfstandige Naamwoorden, byvoeglyke Naamwoorden en Werkwoorden: als mede een klein Woordenboek, waar in de Klank van de Letter I word aangetoond. 't Welk alles in 't Nederduitsch word verklaard, en samengesteld is op eene gantsch nieuwe wyze, en verrykt met oordeelkundige Aanmerkingen. Door G. Ensell. Te Rotterdam, gedrukt voor den Autheur, en te bekoomen by J. Hendriksen, op de Hoogstraat, 1797. In gr. 8vo. 605 bl., behalven de Voorreden.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1798 (1798) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Vaderlandsch Woordenboek, oorspronglyk verzameld door J. Kok. Drie-en-dertigste Deel. W - Y. Met Kaarten, Plaaten en Pourtraiten. Te Amsterdam, by J. Allart. In gr. 8vo. 297 bl.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1798 (1798) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeve van een verklarend Nederduitsch woordenboek.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1864 (1864) Yolande Timman, ‘Idioom: Meer dan het zout in de pap De didactiek van idioom in het vreemde-talenonderwijs Y. Timman (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Lambert Tinholt, ‘Taal-bijzonderheden van het eiland Marken, ’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) F. de Tollenaere, ‘De stand van de Nederlandse lexikografie door Dr. F. de Tollenaere Redacteur van het ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal’.’ In: Colloquium Neerlandicum 3 (1967) (1969) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J. Verdam, ‘Swellen door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands (1976)
Eelco Verwijs, ‘Mennen met valen’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Eelco Verwijs, ‘Gemelijk,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Eelco Verwijs en J. Beckering Vinckers, ‘Poging om een paar leden der Nederlandsche taalfamilie met hunne wettige maagschap te hereenigen.Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtenddoor J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J. van Vloten, ‘Nog iets over 't woord lichaam en zijn spelling, over de Grieksche ph en de Nederlandsche f.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap,door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Vondel's Brabantse moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VII De Gids-tijd. Opkomst van de taalwetenschap (pl.m. 1835 - pl.m. 1885)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VI De Bataafse republiek. De inlijving. De eerste jaren van het koninkrijk (1795-pl.m. 1835)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over oude woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Matthias de Vries, De visscherijen, geheeten het Vroon, ten jare 1433 aan de stad Leiden in erfpacht gegeven (1858)
Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Matthias de Vries, ‘Quekenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998) Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) J.F. Willems, ‘Over de woorden:Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) J.F. Willems, ‘Gielerstael, of haeltael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841) Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) L.A. te Winkel, ‘Over de natuur der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord verwaarloozen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigendoor K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) EtymologieTh.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Constantinus Bake, ‘Nog eens dubbelduw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Adriaan J. Barnouw en J. Verdam, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Tult.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Stapelzot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Adriaan Beets, ‘Splitruiter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Overscharig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Heimwee.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Haringkaken.(Naschrift.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) Adriaan Beets, ‘Waarloos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Adriaan Beets, ‘Bladvulling.(Bokje - sigaar)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Adriaan Beets, ‘Een vaantje in 't gelag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Willem Bisschop, ‘Is oom kool een Geldersche bastaard?door W. Bisschop.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Marcus van Blankenstein, ‘Kaf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Marcus van Blankenstein, ‘Duwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) K. Blokhuis, ‘Anglicismen in het gasbedrijf.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘De geslachtsnaam Formijne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) R.C. Boer, ‘Studie van de levende taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘Nog iets over ‘herinneren’.door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Adrianus Bogaers, ‘Herinneren,door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Adrianus Bogaers, ‘Pillegift.Pil znw., Pillen ww.Door wijlen Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie (1986)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Andries Borgeld, ‘In zee dragen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring.Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel.Herinnering aan ridderroman en volksboek?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Beunhaas.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel.Eind goed, al goed.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling.(Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A.C. Bouman, ‘Ontlening en relikten in Afrikaans’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Hendrik Jan Broers, ‘Aamborstig.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Daer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fréska’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kiekie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) Foeke Buitenrust Hettema, ‘De naam Bilderdijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) J. Burny, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande (1985)
Frans Claes, ‘Driestoponiemen in de streek van Diest [door Frans Claes S.J.]’ In: Driestoponiemen in de streek van Diest (1984) P.J. Cosijn, ‘Ochtend of ochend?door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) P.J. Cosijn, ‘Nog iets over kleinooddoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) P.J. Cosijn, ‘Jongendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘Smijnsdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘Gloeiendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘Het voornaamwoord -ghe.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Allsverei.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Niel, Wiel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) P.J. Cosijn, ‘Gard en gaarde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) P.J. Cosijn, ‘Geleerde volksetymologie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingendoor J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.H. van Dale, ‘Berijden - berijd - berijddag - berijdrol - berijder - berijderschap,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) B.C. Damsteegt, ‘Dam + steeg (+ t)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 16 (1998) P.J.J. Diermanse, ‘Knol als typeerende achternaam in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) H.J.E. Endepols, ‘Een kouter als breekijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Johannes Franck, ‘Mittelniederlaendische miscellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Johannes Franck, ‘Fraai.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Johannes Franck, ‘Over woordafleiding.Haar doel en hare taak.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Johannes Franck, ‘Heden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johannes Franck, ‘Mittelniederländisch allene.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johannes Franck, ‘Vyuergat (Rein. I, 1640).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Wilhelmus Désiré Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846) Wilhelmus Désiré Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846) J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Robert Fruin, ‘Nog iets over Custinge,naar aanleiding van het opstel van prof. Verdam, in de vorige aflevering geplaatst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Robert Fruin, ‘Het woord Vorsche, in de Groote Keur van Zeeland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Robert Fruin, ‘Hool, heul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksisch men.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johan Hendrik Gallée, ‘Drost, drossaert, drossatus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johan Hendrik Gallée, ‘Hekse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, ‘De Kempische toponomie, eenheid in verscheidenheid door Dr. J. Molemans’, ‘0.’, ‘1.’, ‘2.’, ‘3.’ In: De begrenzing van de Kempen (1983) A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.C.J.A. Greebe, ‘Ezelsbrug.Pons asinorum. - Eselsbrücke. - Pont aux ânes. - Asses' bridge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) C.B. van Haeringen, ‘Relict of ontlening?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Toponymie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) C.B. van Haeringen, ‘Chapter ElevenOnomastics’ In: Netherlandic language research (1954) J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) J. Heinsius, ‘Lakmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingendoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Rooien, (uit) roeien, ruiden, (op) ruien, en eenige waarlijk of schijnbaar aanverwante woorden.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.XXIX-XXX. Muts, mutsen.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden,doorDr. W.L. van Helten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Her Danielken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Berooid, vieren (bot -, den schoot - enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van de Oudnederlandsche psalmvertaling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het verband tusschen 't NL. kutte cunnus (kil.) en 't Got. qiþus uterus en over tusschen, zuster.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) D.C. Hesseling, ‘Bestekamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Plak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Cubicula locanda.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) D.C. Hesseling, ‘Top.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) D.C. Hesseling, ‘Papiaments en Negerhollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade (1996)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Arie de Jager, ‘Iets over de frequentatieven herinneren en uitmergelen,door Dr. A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Arie de Jager, ‘Olle en Oele.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) G. Kalff, ‘In de boonen zijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) G. Kalff, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Samuel Kalff, ‘Koloniale idiomen. (Vervolg van blz. 98.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (1723)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Kleinood,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Veemgericht,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Feodumdoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Moord als rechtsterm.Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Nehalennia,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Thunginus,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘De instrumentaal iedoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Oudnederlandsche woorden,door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) H. Kern, ‘Tessel, oesel, wesel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Graaf.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Ekster, lobster.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Honderd en duizenddoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Kern, ‘Lijden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884) H. Kern, ‘Boos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbÅ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. Kern, ‘Limoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) H. Kern, ‘Hengst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) H. Kern, ‘Boot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Canis, çuni.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) H. Kern, ‘Jonk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) H. Kern, ‘Suursak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) H. Kern, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland (1910)
H. Kern en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) H. Kern, ‘Waard.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) H. Kern, ‘Waard, waardig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) J.H. Kern, ‘Mndl. hachte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) H. Kern, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Badder.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Mndl. geles.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) J.H. Kern, ‘Naschrift op Mnd. geles (blz. 16).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) A. Kluijver, ‘Trawant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Hlaifs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) A. Kluijver, ‘Bairan en Gabairan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Sukade.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Antwoord op eene critiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A. Kluijver, ‘Mender.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) A. Kluijver, ‘Klabak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) A. Kluijver, ‘De analogie als taalscheppende macht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) A. Kluijver, ‘‘Wörter und Sachen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) A.J. Kluyver, ‘Juchtleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
R.A. Kollewijn, ‘Vreemde woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) P. Koster, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) H.W.J. Kroes, ‘Ndl. den - Nhd. tenne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) M.E. Kronenberg, ‘Nog eens Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw (1992)
Etsko Kruisinga, ‘I. Onze woorden:A. Eigen en Vreemd.’ In: Het Nederlands van nu (1938) K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) K. ter Laan, Reinier van der Meulen Rz. en G.S. Overdiep, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) N. van der Laan en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
Frits Lapidoth, ‘Spreekwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P. Leendertz (jr.) en J.W. Muller, ‘Straatroepen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van uitmergelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van afkalven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. van Lessen, ‘Kasjoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.H. van Lessen, ‘Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary (1936)
Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen (1981)
Jozef van Loon, ‘Historisch-geografische schets van de Belgisch-Limburgse familienamen [door Jozef van Loon]’, ‘1. Patroniemen’, ‘2. De tegenstelling Boons/Boonen, Cools/Coolen’, ‘3. Apposities’, ‘4. Lidwoordnamen’, ‘5. Toponymische Toenamen’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982) J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen (1998)
P.J. Meertens, De betekenis van de Nederlandse familienamen (1941)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.(Vervolg van blz. 185.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen (1990)
V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen (1990)
V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen (1995)
V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw (1997)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. paerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Reinier van der Meulen Rz., ‘Lijzeil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Slawaeien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. loesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Reinier van der Meulen Rz., ‘Robbedoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Reinier van der Meulen Rz., ‘De Russische scheepsterm Bryzgas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.(Naschrift).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie (1977)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
J. Molemans, ‘De nederzettingsnamen in het land van Vogelzang [door Jos Molemans]’, ‘0.’, ‘1. Gemeente, gehucht, heerdgang/heer(d)wagen’, ‘2.’, ‘3. Besluit’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982) J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek (1986)
Henri Ernest Moltzer en J. Verdam, ‘Van ons Heren wonden.’, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Gebraden peer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.W. Muller, ‘Brandewijnsteeg en Clarensteeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Nog iets over anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Vaak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J.W. Muller, ‘Over enkele oude straatnamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch. (Vervolg van blz. 19.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of Ç (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Ze(e)rden, scheren, sarren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘De taal en de herkomst der zoogenaamde ‘abele spelen’ en ‘sotterniën’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.W. Muller, ‘De naam Anslo.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Zweren op (of bij) de (of zijn) tanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller en D.J. Struik, ‘Het woord ‘millioen’ in oude Nederlandsche rekenboeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Dirk Gerhardus Muller, ‘Het Nederlandsch in Duitschland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) G.A. Nauta, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) G.A. Nauta, ‘Op syn Genevoys.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) G.A. Nauta, ‘Pots longeren; longeren.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) G.A. Nauta, ‘Mik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Ravotten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Schoelje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Bli(c)tri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) G.A. Nauta, ‘Enkele betrekkingen tusschen het Nederlandsch en het Spaansch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Henricus Oort, ‘Schorrimorrie en Fluiten!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Klaas Poll, ‘Sprokkel.Ga zoo voort mijn zoon en gij zult spinazie eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Klaas Poll, ‘Kaauw jij ze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.P.H. Prick van Wely, ‘Liplap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Eenige oude en nieuwe oosterlingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) F.P.H. Prick van Wely, ‘‘Christoffel’ = ‘Kruiwagen.’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pompelmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. Prinsen J.Lzn, ‘Kloppen-castrare?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Geschiedenis van de Franse taal. F. Brunot, Histoire de la langue française, Tome VI, 2me partie, Ier fascicule. Paris, Colin, 1932.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de Achttiende en de Negentiende eeuw. I. De achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de achttiende en de negentiende eeuw. (Vervolg) II. 1785-1813.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) A.A. van Schelven en A.A. Verdenius, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) M. Schönfeld, ‘Rubben, Rubens.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) M. Schönfeld, ‘Enige verwanten van ‘mark’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) M. Schönfeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) M. Schönfeld, ‘De studie van de eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk VI.De niet-Hollandsche Europeanen.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (ed. D. Fuldauer) (1914) M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg) (1977)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw (1984)
Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren (1986)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I (1993)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II (1994)
Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden? (1998)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Ph.J. Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek. Leeggelopen traditie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en Wetenschap. (Vervolg van blz. 140).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en wetenshap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Ezechiël Slijper, ‘De morgenstond heeft goud in de mond.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ezechiël Slijper, ‘Bekattering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘Ope (Oepe, Oppe).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) F.A. Stoett, ‘Men moet geen slapende honden wakker maken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) F.A. Stoett, ‘G.A. Bredero's Moortje, vs. 2889.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) F.A. Stoett, ‘Straks.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) F.A. Stoett, ‘Nalezing op tijdschr. xxv, blz. 50 vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) F.A. Stoett, ‘Fokken, foppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) F.A. Stoett, ‘Op een anker te land raken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) F.A. Stoett, ‘Schoorsteenveger zonder leer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Jul. Storme, ‘Een van de bronnen van Kiliaan's Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Plantennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voorbeelden van zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nieuwe bijdragen tot de kennis van het Joods in Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Bladvulling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Koloniale idiomen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een moeilike plaats in Spiegel's Hertspieghel. (een-oogt, vers 151 van het vierde Boek).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nederlandse woorden in 't Maleis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) [tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Vuur boeten.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) [tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Is aamborstig uit ademborstig geboren of uit angborstig?door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) [tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Het voorvoegsel oer (oor).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Van den Borchgrave van Couchi.Fragmenten, Medegedeeld door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bladvulling.(Quets = 'k wed des).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Geeps.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.C. Uhlenbeck, ‘Eene verbastering van Got. urruns.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Gewinna.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Mede, Ale.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘De etymologie van Skr. vÄnara.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) C.C. Uhlenbeck, ‘ΣμάÏαγδοÏ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) C.C. Uhlenbeck, ‘Over de etymologische wetenschap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Gotische Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Jacob van der Valk, ‘Fumative - Vomative.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Pieter Valkhoff, ‘Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Jozef Vercoullie, ‘Nog over stoepjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jozef Vercoullie, ‘Bertouden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Jozef Vercoullie, ‘Kleine meedelingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) Jozef Vercoullie, ‘Sinterklaas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Jozef Vercoullie, ‘Negerhollands molee, Afrikaans boetie, katjipiering, bibies, bottel, ou sanna, ewwa-trewwa, foolstruis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Verdam, ‘Dangier.door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden,doorJ. Verdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam, ‘Een oude kennis uit het gotisch teruggevonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Custinge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) J. Verdam, ‘Het Tübingsche handschrift van Ons Heren Passie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Nog eens de eenhoorn. (Tijdschr. 29, 95 vlgg.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Zondvloed.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Gletemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) A.A. Verdenius, ‘De ontwikkelingsgang der Hollandse voornaamwoorden je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) A.A. Verdenius, ‘Over mogelike spelvormen onzer j-pronomina in Middelnederlandse en 17de-eeuwse taal.(Een bijdrage tot de geschiedenis onzer aanspreekvormen).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Over de vormen van het adnominale adjectief en het lidwoord van bepaaldheid in de 17de-eeuwse Amsterdamse volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep (1988)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Eelco Verwijs, ‘Volksgeloof en volkstaal,doorEelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien.door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Eelco Verwijs en J. Beckering Vinckers, ‘Poging om een paar leden der Nederlandsche taalfamilie met hunne wettige maagschap te hereenigen.Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Eelco Verwijs, ‘Een vreemdsoortig germanismedoor Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Beckering Vinckers, ‘'t Eerste gewin is kattegespin;'t eerste gewin is kattegespil;eerste winst is katjeswinst.door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J. Beckering Vinckers, ‘Wat was aambei in den beginne?Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtenddoor J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Beckering Vinckers, ‘De oorsprong van ochtend.door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Beckering Vinckers, ‘Niettemin, desniettemin etc.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Beckering Vinckers, ‘Een netelige kwestie.door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Beckering Vinckers, ‘Een tedere kwestie,door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Beckering Vinckers, ‘Is moot = snee zalms, etc. verwant met 't Gothisch maitan?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Bomer en roemer.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Spook.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) C.G.N. de Vooys, ‘De Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Lessen over spreekwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 131).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 181).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Een principiële opmerking bij het etymologiseren van spreekwoordelike uitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) C.G.N. de Vooys, ‘Toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) C.G.N. de Vooys, ‘Droes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) W.L. de Vreese, ‘Cadellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) W.L. de Vreese, ‘De woorden ‘Flamingant’ en ‘Franskiljon’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Aamborstig.Den heere J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring,door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Matthias de Vries, ‘Poot, Potig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Matthias de Vries, ‘Edwijt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Matthias de Vries, ‘Middelnederlandsche Mengelingen,doorM. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Wobbe de Vries, ‘Mnl. ruden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Oliessel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘Ethymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Wobbe de Vries, ‘Gotisch fitan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) M.A. van Weel, ‘Meesmuilen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) W. Wessels, ‘BEGIJN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) N. van Wijk, ‘Naar aanleiding van het woord morgen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) N. van Wijk, ‘Over leenwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Mnl. drûghe ‘droog’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) N. van Wijk, ‘De etymologie van het woord geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) J.F. Willems, ‘Etymologiën.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842) Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘DE AFLEIDING VAN DE WOORDEN ZWEZERIK, ZUSTER EN ZWAGER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Levensgeschiedenis van het woord glimp,door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. te Winkel, ‘Verstooren.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. te Winkel, ‘Het vijgeboomken te Amsterdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Zinnen (syntaxis)J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Mona Arfs, ‘Rood of groen? De interne woordvolgorde in tweeledige werkwoordelijke eindgroepen in Nederlandse bijzinnenMona Arfs (Göteborg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) D.M. Bakker en G.R.W. Dibbets, ‘Afdeling 1Grammatica’, ‘1. VoorgeschiedenisG.R.W. Dibbets’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977) D.M. Bakker, De macht van het woord (1988)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Gunnar Bech, 'Über das niederländische Adverbialpronomen er' (1968)
Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Adriaan Beets, ‘Gaauwdiefs gramatica.Met een facsimilé.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps' (1984-85)
B. van den Berg, Enkele waarnemingen betreffende de zinsbouw in het Nederlands (1962)
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic' (1983)
Hans den Besten, 'On the Interaction of Root Transformations and Lexical Rules' (1989)
Alied Blom en Saskia Daalder, 'De strukturele positie van reflexieve en reciproke pronomia' (1975-76)
Alied Blom, ‘Het woordje er in het tweede-taalonderwijs Alied Blom (Delft)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) J.H. van den Bosch, ‘Hulpwerkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) A.C. Bouman, ‘Syntaktiese groepen in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) A.C. Bouman, ‘Over ongemotiveerde inversie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel II. Leer van den volzin (syntaxis) (1852)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C. Broeder, ‘2. Lezingen’, ‘Expletief er en de interpretatie van onbepaalde subjecten mw. drs. C. Broeder’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 6 Poëzie en grammatica’ In: Lessen in lyriek (1993) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) A. Cambier, Pierre Godin, Maurits van Overbeke en Marc Piwnik, ‘Leermiddelen’, ‘Een ‘e-syntaxis’ van het Nederlands: http://www.ilv.ucl.ac.be/gramlink-nl/syntaxis/index.htm P. Godin, A. Cambler, M. Piwnik en M. Van Overbeke’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Timothy Colleman, ‘Contrasten in taal’, ‘Argumentstructuur-constructies in het Nederlands, het Frans en het Engels: een contrastieve case studyTimothy Colleman en Magda Devos (Gent)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) C.J. Conradie, ‘Werkwoordsclusters in contrast: het Nederlands en het AfrikaansC. Jac Conradie (Johannesburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Norbert Corver, 'The Internal Syntax of the Dutch Extended Adjectival Projection' (1997)
P.J. Cosijn, ‘Smijnsdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘Het relatief bij Stoke,door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) N.A. Cramer, ‘Een eigenaardige woordschikking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Jean Baptiste David, ‘Over een paer vraegstukken van taelkundigen aert.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) M.R. Dijkman, ‘Dat getob met onze termen!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) M.R. Dijkman, ‘Naamvalsbegrip bij een inspecteur en bij L.A. te Winkel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) S.C. Dik, 'Isomorfisme als functioneel verklaringsprincipe' (1988)
Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Constant Duvillers, ‘Beklag en verontweerdigingwegens het verbannen, uit de tael, van het expletivum EN, by ontkenningen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) Heinz Eickmans, ‘Didactische problemen bij het werken met Nederlandse leerboeken in het onderwijs Nederlandse taalkunde extra muros H. Eickmans’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Ad Foolen, ‘‘Typical Dutch noises with no particular meaning’: Modale partikels als leerprobleem in het onderwijs Nederlands als vreemde taal drs. A.P. Foolen’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) W. de Geest, 'Infinitiefconstructies bij Verba Sentiendi' (1975)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Jac. van Ginneken, ‘Feiten en dingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving' (1982)
D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) G.J. de Haan, 'Onafhankelijke PP-komplementen van nomina' (1978-79)
Liliane Haegeman en H.C. van Riemsdijk, 'Verb Projection Raising, Scope, and the Typology of Rules Affecting Verbs' (1986)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
J. Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘In dit of dat doende.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst (1892-1896)
D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) D.C. Hesseling, ‘De zin als eenheid opgevat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst.’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626) Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur' (1971-72)
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results' (1988)
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie' (1990)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands' (1979)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) A. Jager, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Frank Jansen, Syntaktische konstrukties in gesproken taal (1981)
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Taalkunde en taalverwerving’, ‘Het begin van de zin, in functioneel perspectief Theo Janssen (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997) Peter Jordens, ‘Taaldidactiek’, ‘Talen kun je leren: Theorie en praktijk Peter Jordens (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Daniël van Kalken, ‘Voorbeelden van een verouderde vervoeging der thans in gebruik zijnde werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) G. Karsten, ‘Hem en hun als onderwerp.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (1723)
H. Kern, ‘Bijdrage over de woorden veel en er.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.H. Kern, ‘Een schijnbare ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) Robert S. Kirsner, ‘De rol van de directe vergelijking van het Nederlandse en het Engelse tijdssysteem bij het onderwijs aan Engelstaligen door Prof. Dr. Robert S. Kirsner University of California at Los Angeles’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"' (1976-77)
Maarten Klein, 'Anaforische relaties in het Nederlands' (1980)
Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Zofia Klimaszewska, ‘Fraseologie’, ‘Fraseologie en het onderwijs Nederlands als Vreemde Taal Zofia Klimaszewska (Warschau)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis (1968)
W.G. Klooster, 'Reductie in zinnen met "maatconstituenten"' (1971)
A. Kluijver, ‘Historische studie der syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) L. Koelmans, 'Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands' (1965)
A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
R.A. Kollewijn, ‘Het tegenstellende zinsverband in nevengeschikte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) R.A. Kollewijn, ‘Het systeem van de tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘We, je en ze als onbepaalde voornaamwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) R.A. Kollewijn, ‘Lijst van verschenen boeken:’, ‘Voorwerpen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) R.A. Kollewijn, ‘De naamval van het naamwoordelik deel van 't gezegde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) J.G. Kooij, ‘Vergadering III Dinsdag 28 augustus 1973 9.00 uur’, ‘Jan vraagt Piet als Jan Piet ziet, of: hoe leg ik woordvolgorde uit? door prof. dr. J.G. Kooij Rijksuniversiteit Leiden’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) J.G. Kooij, Aspekten van woordvolgorde in het Nederlands (1978)
J. Kooistra, ‘Twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) J. Kooistra, ‘Nog eens ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) J. Koster, 'Het werkwoord als spiegelcentrum' (1973-74)
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language' (1975)
Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu (1938)
Etsko Kruisinga, ‘Onze persoonlike voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van der Laan, ‘De teorie van het naamwoordelik gezegde. In dankbare herinnering aan prof. dr. F.A. Stoett, bij zijn aftreden als hoogleraar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Hendrik Martinus Labberté, ‘Werkwoorden, die voorheen eene andere vervoeging hadden dan tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Robert Leclercq, ‘Functies van tempusvormen in het Nederlands en het DuitsRobert Leclercq (Würzburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Joh. A. Leopold, ‘Iets over aard en vorm van bijvoeglijke zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) anoniem Limburgse sermoenen, ‘VI. Vervoeging.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw) P.J. Merckens, 'Zijn dat kooplieden of zijn kooplieden dat?' (1961)
Marleen Mertens, ‘Een contrastieve syntaxis Nederlands-Italiaans Marleen Mertens’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Marleen Mertens, ‘Hoe zou Jan in Italië de kamer uit lopen / uitlopen?Marleen Mertens (Padua)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Erzsébet Mollay, ‘De verhouding tussen fraseologismen en idiomatische composita: Een stiefkind in de taalkunde Erzsebet Mollay (Budapest)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) J.W. Muller, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) G.A. Nauta, ‘Hij is het gelukkigst en hij is de gelukkigste.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium PraesentisI.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.S. Overdiep, ‘De studie der Nederlandsche syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind' (1956)
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord' (1961)
A. Pauwels, De plaats van het hulpwerkwoord, verleden deelwoord en infinitief in de Nederlandse bijzin (1953)
J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Klaas Poll, ‘Hij en zij als substantieven.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Klaas Poll, ‘Vallen = Zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon (1975)
Laurent Rasier, ‘Functionele en contrastieve aspecten van de woordvolgorde. Focusmarkering in het Frans en in het NederlandsLaurent Rasier (Louvain-la-Neuve)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Anton Reichling, ‘Bij het ‘Derde stuk’ van de ‘Zeventiende-eeuwsche Syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity' (1993)
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels' (1973-74)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IVWoordgroepsleer’, ‘De woordgroep’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) A. Sassen, ‘Over attributieve bepalingen die dat niet zijn (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983) A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode(één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Jespersen over syntaktiese onderscheiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) M. Schönfeld, ‘De objektsvorm van het pron. pers. 2de ps. als vokatief.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) H. Schultink, ‘Moderne Nederlandse grammatica en internationale taalwetenschap door Prof. Dr. H. Schultink Rijksuniversiteit Utrecht’ In: Colloquium Neerlandicum 4 (1970) (1973) Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord. (Vervolg van blz. 97.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding. (Vervolg van blz. 40.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Ph.J. Simons, ‘Bij de zwakke plek van een technikus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Ph.J. Simons, ‘Zinsysteem en ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Ph.J. Simons, ‘Anatomie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Ph.J. Simons, ‘Waar het om gaat. (Voorzetsel, genitief en zin; schoonheid, duidelijkheid en kracht). Leidsche Bijdragen voor Opvoedkunde en Zielkunde onder redactie van R. Casimir en A.J. De Sopper. I De Moedertaal en het Gymnasium, door Dr. J.W. Muller.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis (1889)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Jan Stroop, 'Systeem in gesproken werkwoordsgroepen' (1983)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleervan 't beschaafde Nederlands.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden.(Slot).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Tijs Terwey, ‘Onderwerps- of gezegdezinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Tijs Terwey, ‘Over de zoogenaamde bijzinnen met of, die met een' ontkennenden hoofdzin in verband staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Tijs Terwey, ‘Over de onderscheiding der partikels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Tante Betje’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De aangesproken persoon.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De praedicatieve bepaling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De diensten van het bijwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over de ontleding van samengestelde volzinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woorden die niet in een naamval staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Het betrekkelijk voorn.w. dat.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over de uitdrukkingen ter goeder trouw, ter goeder ure, ten mijnen huize, ter dezer plaatse.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over categorische en verkorte concessieve bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Syntaxis, of Woordvoeging der Nederduitsche taal, uitgegeven door de Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen. Te Leyden, Deventer en Groningen, bij D. du Mottier en Zoon, J.H. de Lange en J. Oomkens. 1810. VIII en 95 bladz. In kl. 8vo.f :-5-8’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1812 (1812) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Syntaxis der Grieksche taal, hoofdzakelijk voor het Attische taaleigen, voor scholen, door Dr. J.N. Madvig, vertaald door Dr. W.G. Pluygers. Te Amsterdam, bij J.C.A. Sulpke. 1849. In gr. 8vo. 334 bl. f 3-:’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1850 (1850) M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica (1973)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
Pieter Valkhoff, ‘De dienstbaarheid van de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J. Veering, ‘De duidelijke zin’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi,door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Verdam, ‘Mi liever.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A.A. Verdenius, ‘Over de volgorde van twee verbonden infinitieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Over onze vertrouwelijkheidspronomina en de daarbij behorende werkwoordsvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) A.A. Verdenius, ‘Imperatieven van het type niet lang te pruylen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Imperfectum met praesens-betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.J. Vervoorn, ‘IV. Syntaxis: de opbouw van de zin’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977) J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Een eigenaardige zeventiende-eeuwse constructie: ‘misschien’, gevolgd door een afhankelike vraag.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) C.G.N. de Vooys, ‘De voornaamwoordelijke aanduiding en vervanging. Dr. Gerlach Royen: Pronominale problemen in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Uit de praktijk van de voornaamwoordelijke aanduiding. Een statistische bijdrage.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘V. De zin.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘IV. De woordgroep’, ‘I. Het substantief als kern van een groep.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) Wobbe de Vries, 'Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis, I. Usurpaties' (1910)
Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Wobbe de Vries, ‘Iets over afwijkende ‘konstrukties’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over ontleding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Erik Wellander, ‘Over den datief als subject van een passieve constructie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Erik Wellander, 'Over den datief als subject van een passieve constructie' (1920)
N. van Wijk, ‘Over eenige grammatische categorieën van het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904) N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) N. van Wijk, ‘Over woordafleiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) R. Wijkman, ‘Allerlei beschouwingen rondom eenzelfde stukje taal. (Persoonl. voornaamw. Psyche. Taalinzicht.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) J.E.K. van Wijnen, ‘De tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over: dit doet in dezen niets af.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Over de noodzakelijkheid der toepassing van de stelling: een woord staat onmiddellijk alleen in betrekking tot eene voorstelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Jan-Wouter Zwart, ‘Mengelingen’, ‘Niveaus van abstractie in de beschrijving van het Nederlands Door Dr. Jan-Wouter Zwart’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996) F. Zwarts, 'Extractie uit prepositionele woordgroepen in het Nederlands' (1978)
Klanken (fonologie/fonetiek)J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Frens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente (1998)
Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten? (1995)
Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands (1984)
A.S. Bijl en Zadok Stokvis, ‘Opmerkingen over de klemtoon in Nederlandse plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Edgard Blancquaert, ‘Een paar lengtemetingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Edgard Blancquaert, ‘Voor een fonetiese beschrijving van het modern Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) R.C. Boer, ‘Opmerkingen over de Nederlandsche klankleer in boeken, die voor het onderwijs bestemd zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.C. Boer, ‘Syncope en consonantengeminatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) R.C. Boer, 'Syncope en consonantengeminatie' (1918)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning' (1983-84)
Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie.Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D.Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.H. van den Bosch, ‘Over ‘de neiging tot differentiéring’ en noch iets.(Aan Prof. Te Winkel.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht). (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) D.B. Bosman, ‘'n Ondersoek na die gevelariseerde -ing in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden (1849)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Sprokkel.Onecht’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema en J.J.A.A. Frantzen, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Welluidendheid, Hiaat, en Medeklinkers.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) José Cajot, ‘Een leesbare dialectspelling door J. Cajot’, ‘1. Een lesje fonetiek’, ‘2. Vocaalsysteem en spelling van het Nederlands’, ‘3. Een dialectspelling’, ‘Bibliografie’ In: Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995) José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten (1996)
Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve' (1958)
Abraham Benjamin Cohen Stuart, ‘F, s - v, z:eene bijdrage tot de Nederlandsche uitspraakleer,door A.B. Cohen Stuart.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken (1995)
P.J. Cosijn, ‘De sporadische uitstooting en klinkerwording der Wdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen,door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘De uo der psalmen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Crompvoets, ‘De beide Limburgen als dialectologisch slagveld door H. Crompvoets’, ‘Algemeen’, ‘Slag bij Woeringen in 1288 Een korte historische achtergrond.’, ‘Taalkundig-historische achtergronden’, ‘Benrather linie’, ‘De -lik/-lich-linie’, ‘Vocalisering van l’, ‘De velariseringslinie’, ‘De -s/-sj-linie’, ‘De Panninger linie’, ‘Panninger zijlinie’, ‘De betoningslinie en Getelinie’, ‘Uerdinger linie’, ‘De mich/mij-linie’, ‘De Brabantse en Nederlandse tegenbeweging’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988) H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat (1991)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1 (1972)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen) (1972-1977)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2 (1977)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Zamen of samen?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Johannes van der Elst, ‘Hoger rythme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Johannes van der Elst, ‘Het isochronisme in het Nederlandse vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 174).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 243).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van jaarg. 1923, blz. 293).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) L.P.H. Eykman, ‘Assimilatie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering.Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) B. Faddegon, 'Geleidelijke en springende klankverandering' (1907)
B. Faddegon, ‘Afstandsdissimilatie van consonanten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) B. Faddegon, ‘De regels der afstandsmetathesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch.Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Johannes Franck, ‘Das E in heeten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (ed. F.C.L. Bosman) (1943) Johan Hendrik Gallée, ‘Studie van spraakklanken.II.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Marinel Gerritsen, Roeland van Hout en H.F. van de Velde, 'De verstemlozing van de fricatieven in het Standaard-Nederlands. Een onderzoek naar taalverandering in de periode 1935-1993' (1995)
Jac. van Ginneken, ‘Accent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jac. van Ginneken, ‘De rompstanden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Jac. van Ginneken, ‘De statistiek en de taalwetenschap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Jac. van Ginneken, ‘Muziek en taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, 'De phonologie van het Algemeen Nederlandsch' (1933-34)
Leo Goemans, 'Voortleven van verdwenen klanken in den Sandhi (Dialecten van Aalst en Leuven)' (1903)
W.F. Gombault, ‘De cartografie der Noordnederlandse tongvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen (1981)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk (1993)
A.W. de Groot, 'De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands' (1931)
A.W. de Groot, ‘De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) A.W. de Groot, ‘Phonologie en phonetiek. (Ter opheldering).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) A.W. de Groot, ‘De phonologie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem' (1953)
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
C. Gussenhoven, 'The Dutch Foot and the Chanted Call' (1993)
D. Haagman, ‘Het hinkende paard. (Een nationale accentkwestie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, ‘Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak' (1924)
C.B. van Haeringen, ‘Intervocaliese d in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Een nieuwe Nederlandse phonetiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.B. van Haeringen, ‘Over z.g. ‘paragogische’ consonanten in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.B. van Haeringen, ‘Chapter TwelveWord Studies’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Chapter EightModern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954) A.G. van Hamel, ‘Ons conservatieve klankstelsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) K.H. Heeroma, 'De plaats van ie, oe en uu in het Nederlandse klinkersysteem' (1959)
G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de ei, uit e of a,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Versmelting van de beginletter w met eene volgende oe of o, in het Nederlandsch.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de aspiratie in het Nederlandschdoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bestaat er in onze taal eene oo, uit eene oorspronkelijke ai?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over ft, cht en stdoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Willem Lodewijk van Helten, ‘De tweeklank uidoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de verscherpte uitspraak van zachte en de verzachte uitspraak van scherpe stomme consonanten in het normale Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de SS uit þþ in asem, vessemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Aanteekeningen op Varia in Deel XXVII, 157 Vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) D.C. Hesseling, ‘Spreken en horen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) D.C. Hesseling, ‘Iets over nadruk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van het derde Deel der Spraeckonst,’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626) Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) Christiaan van Heule, De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch' (1985)
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal' (1978-79)
Elisabeth Jongejan, ‘Fonetiese sprokkel. De l in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch' (1985-86)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Eigennamen uit oude Geldersche oorkonden. Bijdrage tot de kennis der Geldersche tongvallendoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) G.G. Kloeke, ‘De dialecten en de klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint' (1994)
Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning (1990)
Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Etsko Kruisinga, ‘De waarde van klankleer voor de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Etsko Kruisinga, ‘VIII. Onze klanken.’ In: Het Nederlands van nu (1938) J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg (1991)
J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element' (1936)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘IV. Klankleer.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw) A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer (1949)
H. Logeman, ‘Over hoesten, kuchen, hikken en wat fonetiek.(De Keel-explosiva.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) H. Logeman, ‘Klanken en klanksymbolen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 12 (1902) J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Welluidendheid van taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten (1992)
Norbert Morciniec, ‘Kontrastieve linguïstiek en vreemde-talenonderwijs door prof. dr. N. Morciniec (WrocÅaw)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978) W.G. Moulton, 'The Vowels of Dutch: Phonetic and Distributional Classes' (1962)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of Ç (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Anneke Neijt, Universele fonologie (1991)
S.G. Nooteboom, 'Over de lengte van korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken in het Nederlands' (1971)
Jillis Noozeman, ‘Bijlage Taalkundige beschrijving van de Beroyde Student en de Bedrooge Dronkkaart’ In: Beroyde student en Bedrooge dronkkaart, of Dronkke-mans hel (ed. Ineke Grootegoed, Arjan van Leuvensteijn en Marielle Rebel) (2004) Roland Noske, ‘Een aan het Frans ontleend principe van fonologische organisatie in het Zuid-NederlandsRoland Noske (Université Lille 3 / CNRS)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
Laurent Rasier, ‘De zinsaccentuering in het Nederlands: een verkenning over de grenzen tussen (toegepaste) taalkunde en didactiek heen Laurent Rasier’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Anton Reichling, ‘Vijfde hoofdstuk De woord-Gestalt als aanschouwelikheid’ In: Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1935) Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System' (1967)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IIFoniek en accent’, ‘Foniek, fonetiek, fonologie’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Gerlach Royen, ‘Fonologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) Gerlach Royen, ‘Een fonologische dialektgrammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Over de Fransche tweeklanken ai, oi, ui in onze uit het Fransch overgenomen woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) A.M. Schaerlaekens, ‘2 De prelinguale periode’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode(één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Nieuwe opvattingen over klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk V.Het Oosten.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (ed. D. Fuldauer) (1914) Jos. Schrijnen, ‘De klemtoon in Nederlandsche plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Jos. Schrijnen, ‘Klemtoonverschuiving in plaatsnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) G. de Schutter en J. Taeldeman, 'Assimilatie van stem in de zuidelijke Nederlandse dialekten' (1986)
Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie' (1970)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal (1987)
C.F.P. Stutterheim, ‘De taal en haar ‘klank-logica’. Aan Prof. Dr. F.A. Stoett bij zijn zeventigste verjaardag.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) [tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Phonetiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Studie van spraakklanken.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Nieuwe Klank-studieën.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De zachte en scherpe E en O bij Cats.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Taalkundige Bijdragen tot den Frieschen Tongval; door Ev. Wassenbergh, Hoogleeraar in de Grieksche en Nederduitsche Taalkunde, enz. te Franeker. IIde Stuk. Te Francher, bij D. Romar. 1806. In gr. 8vo. 240 Bl.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1807 (1807) Jan Trioen, ‘Redeneringh over de talen in 'tgemeen soo als die gesproken en geschreven werden’ In: Fonetiek en verlichting (1994) Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs' (1980)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie (1989)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
J. Veering, ‘Spellen en spreken’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) A.A. Verdenius, ‘Adverbia van graad op -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams' (1943)
A.J. Vervoorn, ‘II. De klanken’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977) Albert Verwey, ‘Rytmiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) J. Beckering Vinckers, ‘Phonetische voorbarigheid, een middel ter verklaring van smiins.Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. van Vloten, ‘De infinitieven op yen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J. van Vloten, ‘Nog iets over 't woord lichaam en zijn spelling, over de Grieksche ph en de Nederlandsche f.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) R. Volbeda, ‘Over de opvolging der spraakklanken in lettergrepen naar aanleiding van een wet van Dr. Lloyd’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) C.G.N. de Vooys, ‘De ‘gevoelswaarde’ van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘II. Klankleer. Fonetiek en fonologie. - Taal en teken.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Wobbe de Vries, ‘Eenige opmerkingen naar aanleiding van J. Te Winkel, De Noordnederlandsche Tongvallen, Afl. 2.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Wobbe de Vries, ‘Vocaalrekking vóór R + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Iets over vocaalquantiteit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Over Å in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van bilabiale w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) Jan P.M.L. de Vries, ‘De uitspraak der Gotische H.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Bij ‘oe-relicten...’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek' (1974)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998) Jip Wester, 'Language Technology as Linguistics: a Phonological Case Study of Dutch Spelling' (1985)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Niet-gerekte a, e voor r + konsonant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Gerekte Å en Å in Oostnederlandse dialekten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland' (1914)
N. van Wijk, ‘Een opmerking over Nederlandse aksentverschuivingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) N. van Wijk, ‘Vondel's Lucifer klankanalytisch onderzocht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) N. van Wijk, ‘De moderne phonologie en de omlijning van taalkategorieën.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) N. van Wijk, ‘Analogie en phonologisch systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) N. van Wijk, ‘Trubetskoj's linguistisch testament.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘De plaats der tweeklanken ei, ou, ui in het Nederlandse phonologische systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel.Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824) J.F. Willems, ‘Brief aen Professor Bormans, over de tweeklanken IJ en UU.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841) J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord vooroordeel.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het achtervoegsel aadje.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘De algemeene spelregels, en de spelling der woorden air, hair, heir, meir, doir en oir aan die regels getoetst.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘De verlenging der heldere a in gesloten lettergrepen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over g, gh en de gewaande letter ng.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENOEMDE VERLENGING DER WOORDEN OP EEN DER TWEEKLANKEN AAI, EI, OOI, UI EN OEI.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Een commentaar.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J. te Winkel, ‘Hoofdstuk V.Klankstelsel der Nederlandsche taal.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901) H. Zwaardemaker, ‘Over spraakgeluiden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I' (1981)
Betekenis (semantiek)J. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Christine van Baalen, ‘Grenzen, confronterende tendensen’, ‘Neerlandistiek zonder grenzen. Over het nut van crossculturele taalanalyses Christine van Baalen’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Constantinus Bake, G. Kalff, H.W.J. Kroes, J. Prinsen J.Lzn, G.W. Spitzen en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Constantinus Bake en Wobbe de Vries, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Constantinus Bake en Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Verhandelingen’, ‘Figuurlijk en letterlijkJaarrede door de voorzitter, Mw. Dr. F. Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996) Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Daar loopt wat van St. Anna onder.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets, ‘De mijl op zeven gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘'t Alleluia is geleid.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Adriaan Beets, ‘Iets (aan) zijn oogen klagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Kaneel water.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) L. Beheydt, ‘Het semantiseren van woordbetekenis dr. L. Beheydt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
A.P. de Bont, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Andries Borgeld, ‘De witten uitdoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring.Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en C.C. Uhlenbeck, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) A.J. Botermans, ‘Een paar Aanteekeningen op Stoett's ‘Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen enz.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) A.C. Bouman, ‘De betekenis van het woord arch als adjektief bij personen in het Middelnederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Ta |