dialectologie


monografieën

Cor van Bree, Het dialect in deze tijd, 1983
Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979
Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige, 1986
H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal, 1917
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie', 2006
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995
J. Goossens, Jozef Leenen, 1976
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname, 1983
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990

artikelen


Dialectologie

A. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen.Eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
A. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen.Nog eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Francis Allan, ‘Eenige opmerkingen over 't Markensche dialect.door F. Allan.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Jan van Bakel, ‘De meest gesloten vocaalfonemen in het dialect van Nuenen bij Eindhoven’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
Jan van Bakel, A.C. Bouman, A.C. Crena de Iongh, C. Kruyskamp, H.T.J. Miedema en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
M.A. Bax Botha, C.B. van Haeringen, G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘MNL. Aper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘De Utrechtsche volkstaal.(stadstaal).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Hans Bennis, ‘Hans BennisEen Duitse expansie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
B. van den Berg, ‘De taal van een Dordtenaar in het begin van de 17de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
B. van den Berg, ‘Naar aanleiding van de vocaalphonemen van het dialect van 's-Gravendeel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
B. van den Berg, ‘Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
B. van den Berg, D.C. Tinbergen en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
B. van den Berg, ‘16de-eeuwse ei uit î in Rotterdam’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
B. van den Berg, ‘16de-eeuwse ei uit î in Weesp’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Berna ten Berge, ‘Belangrijke sandhi-afwijkingen in het Groningsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
Amand Berteloot, ‘A. BertelootOverwegingen bij de ‘lieden/luden’-kaart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
Hans den Besten, ‘Hans den BestenKloeke en het Afrikaans’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
H.L. Bezoen, ‘Nogmaals Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
H.L. Bezoen, ‘Gallée en Ballot’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
H.L. Bezoen, ‘Vinkenkerels en vogelaarstaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
H.L. Bezoen, ‘Twe. lÅ«n ‘hoornpit’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
H.L. Bezoen, ‘Gronings: ool hinne’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
H.L. Bezoen, J. Heitkamp, G. Heitkamp en B. Ribbert, ‘Proeven van Twentsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
H.L. Bezoen, ‘Zichte (sikkel), zichten (maaien, zeven)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
H.L. Bezoen, ‘De akkernaam fekkenstuk en zijn verwanten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
H.L. Bezoen, ‘Ndl. door, bnw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
H.L. Bezoen, ‘Oostndl. bijzinnig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Edgard Blancquaert, ‘Romaansche dialectologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Edgard Blancquaert, ‘Dialectgeografiese rondvraag.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Edgard Blancquaert en Willem Pée, ‘Intervocalische tenuis-verschuiving in Vlaanderen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
D. De Bleecker, M.J.M. de Haan, C. Kruyskamp en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
P.C. Boeren, ‘Oud- en Nieuw-Limburg’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
J. Bok, J. Faber en H. van Strien, ‘Het dialekt en het taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
A.P. de Bont, ‘Een kleine rectificatie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
A.P. de Bont, J.B. Drewes, G.G. Kloeke, C. Kruyskamp en D. Kuijper Fzn., ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
J.J. Borger, ‘Haags uit de tweede helft van de 17de eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.J. Bostoen, G. Geerts, M.H. Schenkeveld en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Pierre Brachin, ‘Of + inversie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Cor van Bree, Het dialect in deze tijd (1983)
Cor van Bree, ‘Cor van BreeDe morfologie van het Stadsfries (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001)
Cor van Bree, ‘Cor van BreeDe morfologie van het Stadsfries (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie.A. Over Taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Onze spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname (1983)
Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige (1986)
Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
P.J. Cosijn, ‘Eene vraag naar aanleiding van het Katwijksch taaleigendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.B. Courtmans, ‘Zonderlinge tael te Zele.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
Jo Daan, ‘Stijl en klank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
R.L.M. Derolez, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp, R. Lievens en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
Dirc van Delf, ‘VI. - De taal der handschriften.’ In: Tafel van den kersten ghelove. Deel 1: Inleiding en registers (ed. L.M.Fr. Daniëls) (1939)
F. den Eerzamen, ‘Bijdragen tot de kennis van het Goereese dialekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
F. den Eerzamen, ‘Bijdragen tot de kennis van het Goereese dialekt. (Vervolg van blz. 252.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal (1917)
H.J.E. Endepols, ‘Het pronomen Doe te Maastricht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en MaastrichtsofLa force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichtsof La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie VIntonatie en syntaxis 3’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IVIntonatie en syntaxis 2’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IIIIntonatie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch.Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
A.A. Fokker, ‘Het Papiamentoe of basterd-Spaans der West-Indiese eilanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur.(Vervolg van blz. 392).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur.(Vervolg van blz. 341).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur.(Vervolg van blz. 475.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur.(Vervolg van blz. 138).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur.(Vervolg van blz. 421).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: kaas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: steen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: de ij-diphtongeering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
G. Geerts, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
A. van Gerwen, ‘Oost-Brabantsche boerderijtermen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
A. van Gerwen, ‘Oost-Brabantsche boerderijtermen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
J.J. Gielen, ‘De weerspiegeling der historie in de taal van Hulst en Hulsterambacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Albert Egges van Giffen, ‘De Vlamingen en de Nederlandsche taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Jac. van Ginneken, ‘De schoondochters in de taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: knecht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: leunen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: groen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: pakken = grijpen, nemen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: vuur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: broeder’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: zoon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: H is phoneem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart Asch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart ‘put’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: schaap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: deur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘Na de aanneming der motie-Tilanus. - Wat nu?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘Botanie en taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: drinken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De consonant-mouilleering in een groep Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘Vragen en antwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De taal, die wij tot onze huisdieren spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘De taalgeographie op het Groningsche philologencongres’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘‘Barbarous in beauty’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jac. van Ginneken, ‘Internationale vragenlijst over dialect-phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘Het Friesch van hindeloopen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart rijk (adjectief)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Willecome in HollandGij Koning der Belgen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Willem Pée's groot boekOver de verkleinwoorden in de Nederlandsche dialecten.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Been en voeteen lexicologisch Slavisme.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, ‘Een mooi boek over de Drentsche boerentaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Ton Goeman, ‘Ton GoemanMethodologische vernieuwing in het dialectologisch onderzoek van Kloeke’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
W.F. Gombault, ‘De cartografie der Noordnederlandse tongvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgeving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
J. Goossens, ‘De definitie van Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
J. Goossens, Jozef Leenen (1976)
J. Goossens, ‘Afdeling 5Dialectkunde’, ‘13. Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudieJ. Goossens’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie (1979)
J. Goossens, J. van Marle en Wim Zonneveld, ‘Jaap van Marle en Wim Zonneveld De theoretische consequenties van stemhebbende finale obstruenten in Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen (1983)
J. Goossens, ‘J. GoossensIk en Trijntje Cornelis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 107 (1991)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans (1995)
J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie' (2006)
Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers IEen kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers IIEen kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jan Grauls, ‘Klommel, lommel, rommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
J.P. Guépin, De beschaving (1983)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘Friese elementen in het Hollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Intervocaliese d in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Romaanse invloed door zuidnederlandse bemiddeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.B. van Haeringen, ‘Congruerende voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.B. van Haeringen, ‘De dubbele negatie in het Maastrichts.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter FourMiddle Netherlandic’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter TenDialectology’ In: Netherlandic language research (1954)
K.H. Heeroma, ‘Het Zeefrankies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
K.H. Heeroma, ‘De dialekten van Vlieland en Midsland (Terschelling).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
K.H. Heeroma, ‘Het amsterdams als -dialekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
K.H. Heeroma, ‘De herkomst van het Midslands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
K.H. Heeroma, ‘Goois uit het midden der 18e eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij dialektkaartjes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
K.H. Heeroma, ‘Nieuwe dialektstudies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
K.H. Heeroma, ‘Gm. eu in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
K.H. Heeroma, ‘Opmerkingen over de methode der expansiologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
K.H. Heeroma, ‘Ingwaeoons’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
K.H. Heeroma en N. van Wijk, ‘Ter inleiding bij de phonologische vragenlijst voor de dialekten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal. (Vervolg van blz. 127).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘De Leidse taalatlas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij ‘Het prefix in het verleden deelwoord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
K.H. Heeroma, ‘Iets over het Brabants’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma en G. Knop, ‘Een merkwaardige functieverschuiving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, G.I. Lieftinck, Reinier van der Meulen Rz. en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Fries oes, uis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘De gm. eu in het Nederlands (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Structuurgeografie en structuurhistorie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
K.H. Heeroma, ‘Wat is ingweoons?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
K.H. Heeroma, ‘Stadshollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
W.Gs Hellinga, ‘Het Stadsfries en de problemen van taalverhoudingen en taalinvloed’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de buiging van het werkwoord in het Brabantsch dialect.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Nog een en ander over de Oudoostnederfrankische en de Middelfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Aanteekeningen op Varia in Deel XXVII, 157 Vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Cornelis Rudolphus Hermans, ‘XII. Dialect der meiery van s' Hertogenbosch.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
A.R. Hol, ‘De noordwest grens van het pronomen gεi.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
A.R. Hol, ‘De noordgrens van het pronomen Gij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, ‘4.3. Het taallandschap van het Laatmiddelnederlands’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
W.A.F. Janssen, ‘De naamvals-n in het zuiden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
H. Kern, ‘Over open en gesloten E, inzonderheid in het Oostgeldersch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
J.H. Kern, ‘Een nieuw boek over het Maastrichts.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J. Klatter, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke, ‘Opmerkingen over dialectgeographie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
G.G. Kloeke, ‘De dialecten en de klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
G.G. Kloeke, ‘Organisatie van het dialectonderzoek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographie in zakformaat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
G.G. Kloeke, ‘Woordgeographisch onderzoek, een voorbeeld ter navolging.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Zijn er reflexen van Hollandsche expansie in de huidige Nederlandsche dialecten waar te nemen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.G. Kloeke, ‘De ondergang van het pronomen Du. (Met een kaartje).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Oudhollandsche relicten met ‘U’-uitspraak voor Germ. Û.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
G.G. Kloeke, ‘De Duitsche ‘Sprachatlas’ in verband met Nederlandsche dialectgeographie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
G.G. Kloeke, ‘Ingvaeonismen ook in Gouda?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.G. Kloeke, ‘Complicaties bij het Nederlandse taalgeographisch onderzoek(met vier kaartjes)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.G. Kloeke, ‘Doe als vrouwelijk pronomen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.G. Kloeke, ‘Woensdag(Met een kaart)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
G.G. Kloeke, J.A.N. Knuttel en Jan P.M.L. de Vries, ‘De Frankische landname’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
G.G. Kloeke, ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
G.G. Kloeke, ‘De keldermot’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
G.G. Kloeke, ‘De voorzaten van het Friese jou’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
G.G. Kloeke, ‘Verbastering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
G.G. Kloeke, ‘De overgang van Hollands naar Noordoostelijk Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
G.G. Kloeke, ‘De reliktvorm hef(t) voor ‘heeft’ als characteristicum voor de meest ouderwetse (West)Germaanse dialekten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
G. Knop, ‘Terschelling een Frankisch land met Friesche kolonies??II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G. Knop, ‘Schylgerlaner Leisboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G. Knop, ‘Uit den Schellinger taaltuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G. Knop, ‘Uit den Schellinger taaltuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.P.M. Knuvelder, F.K.H. Kossmann, C. Kruyskamp en Gilbert A. R. de Smet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
K. Koffeman, ‘Het Urker taaleigendoor K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
K. Koffeman, ‘De vervoeging in het Urkschdoor K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
R.A. Kollewijn, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Onze taal in Zuid-Nederland.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
K. Kooiman, ‘Enige phonemen in Holland en in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
K. Kooiman, ‘Sociale taalmuren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Jan Koopmans, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C. Kostelijk, ‘Het suffix -heid in het Noordhollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
C. Kruyskamp, ‘De begrenzing van het handwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
C. Kruyskamp, ‘Hollands stadsdialect ca. 1800’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
Reind Kuitert, ‘Verliest de Nederlandse cultuurtaal streektaalschakering?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Jan Jacob Lambin, ‘Straettael van Ypre.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
Karel Lantermans, ‘J.J. Cremer en het dialekt der Over-Betuwe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘III. Algemeene opmerkingen over het dialect der Sermoenen. Hulpmiddelen.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)
A. van Loey, ‘Aanhangsel’ In: Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer (1948)
A. van Loey, ‘Dialecten’ In: Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer (1949)
Thomas van Loo, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.V. Dialect van Brugge.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
L.G. van Loon, ‘Ave atque vale, -Jersey lag duits verdwijnt 1.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
C.J. Magielse, ‘De nieuwe spelling en de lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
J. Mansion, ‘Oude Vlaamsche namen uit Frankrijk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
Ann Marynissen, ‘Ann MarynissenVan -(t)ke naar -(t)jeDe oorsprong en verspreiding van het Nederlandse diminutiefsuffix -(t)je’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
P.J. Meertens, ‘Het Vlaams karakter der Zeeuwse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart slaap (van het hoofd)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart moe (moede)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart paars’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart rug’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart aardbei’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Enkele opmerkingen over onze visserstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
P.J. Meertens, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Welluidendheid van taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
H.T.J. Miedema, ‘Saxonische dialektstudie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
H.T.J. Miedema, ‘Aa, Aag en Oog naast Ooi en Gooi’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Jozef van Mierlo, ‘Tegen regel 8 en 5 van het voorstel-Marchant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Fons Moerdijk, ‘A. MoerdijkHet etymologiseren van ‘dubbel geïsoleerde’ dialectwoordenDe etymologie van staaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
C. Moeyaert, ‘frans-vlaanderen’, ‘Frans-Vlaamse taaltuin 35.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 17 (1974)
J. Molemans, Mensen, namen en nummers (1976)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
Nicolaas van der Monde, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Utrecht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 7 (1843)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller, ‘Westvlaamsche dialectstudie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
J.W. Muller, ‘Een en ander over oudere Stichtsche taal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Vaak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
J. Naarding, ‘Drentsch dialect’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
J. Naarding, ‘De aanspreekvormen in het Drentsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
J. Naarding, ‘De bij’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
J. Naarding, ‘Woorden met sj- en tj-’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jef Notermans, ‘Een opmerking bij de dialektkaart van Dr. G.G. Kloeke.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt.door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. III’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. IV’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. V’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Over den ‘tik’ om de ooren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 7]’, ‘Het KatwijkschI’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Voortvarendheid?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Na het kamerdebat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 10]’, ‘Standaard-Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Bijzondere partikels in het Katwijksch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Hollandsche dialectstudies’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘De vorm van den imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Katwijksche varia’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Katwijksche varia’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Poon en zijn trawanten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Het eindexamen gymnasium’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Aanvulling ‘jollie’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Martin Permys, ‘Een homoeopathisch geneesmiddel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
Johan Renders, ‘Boekbespreking’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Johan Renders, ‘Opmerkingen omtrent Noord-Brabantsche verkleinwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.VII. Dialect van Beveren (Land van Waes).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.X. Dialect van Maestricht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.IX. Dialect van Geeraerdsbergen (Oost-Vlaenderen).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XIII. Dialect van Ninove (Oost-Vlaenderen).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Clasien Rooze-Stouthamer en Gunther De Vogelaer, ‘Gunther De Vogelaer & Clasien Rooze-StouthamerTaalcontact of onvolledige verwerving: casusverlies bij de Zeeuwse pronomina’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 122 (2006)
Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, ‘Een fonologische dialektgrammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
A. Sassen, ‘De Oudfriese formule tiaende ende temende’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
H.F. Schatz en George Will, ‘H.F. Schatz en G. WillDialectresistentie in het land van AxelEen onderzoek in werkelijke tijd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)
Arthur van Schendel, ‘Aanslag op de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
H.G.J. Schillemans, ‘De nieuwe spelling en de schoolboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Harrie Scholtmeijer, ‘Harrie ScholtmeijerG.G. Kloeke en de F-zijde van de Nederlandse dialectologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
M. Schönfeld, ‘Vormen met gesyncopeerde n.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
M. Schönfeld, ‘Betekenisverandering bij waternamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Jos. Schrijnen, ‘Het gaat om de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jos. Schrijnen, ‘De anlautende schr- in het algemeen beschaafd’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie (1980)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood.(Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood.(Vervolg van blz. 154).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
René van Sint-Jan, ‘De twee dialecten van Guido Gezelle.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
W. Slijpen, ‘De Limburgsche Sermoenen toch Limburgsch?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
F.A. Snellaert, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.VIII. Dialect van Kortryk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
F.A. Snellaert, ‘Bydragen tot de kennis van den tongval en het taeleigen van Kortryk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
Chr. Stapelkamp, ‘Vressem-vreissem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
Chr. Stapelkamp, ‘Veenderijtermen en enige andere woorden uit het Utrechtse polderland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
L. Starmans, ‘Limburgsche valtoon en diphtong’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘W.A. Winschooten's ‘Seeman’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
Jan Stroop, ‘Jan StroopEen herorientatie van de dialektstudie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
Jan Stroop, ‘Jan StroopTwee soorten schwa in de zuidelijke dialecten en het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
Jan Stroop, ‘Jan StroopTwee soorten schwa in de zuidelijke dialecten en het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
J. Taeldeman, ‘J. TaeldemanNieuw licht op intervocalische < ng > vanuit de Vlaamse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.’ In: De Gids. Jaargang 1839 (1839)
[tijdschrift] Het Belfort, ‘Gewestspraak en algemeene taal.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
[tijdschrift] Het Belfort, ‘De Bo's West-Vlaamsch Idioticon en de West-Vlaamsche Taalbeweging.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voornaamwoordelike aanduiding in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Dialektonderzoek in Zuid-Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een Amsterdamse scheldroep uit de 15de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Is het algemeen beschaafd armoedig?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De verbreiding van de uu-uitspraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: duizend’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Nog een Hollandsche expansie: de ronding van lenen: leunen en soortgelijke’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart neus’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Gaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis.doen.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: wang’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe Zuid-Limburgsche dialectmonographie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: dorpel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 8]’, ‘Dialectstudie en syntaxisPrimitieve syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: links’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis:een overgangsklank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Ja en neen in het dialect van Sittard’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: zweep’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: vinden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De nieuwe spelling in de praktijk der lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Nog eens de Limburgsche stoottoon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geslachtsvormen van het adjectief in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Geen cultureele contingenteering!Groningsch-Balkansch-Javaansche raakpunten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De Limburgsche woordschikking in proza en poëzie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 3]’, ‘Rede van den voorzitter, der dialectcommissie,’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Het zelfstandig gebruikte adjectief en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaarten strand, hond en honger’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘Een phonologisch probleem der Limburgsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Tweetaligheid in het renovatiedeel van het Schinveldsche rolen genachtingboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
[tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Opmerkingen over het Zuidbevelandsche taaleigendoor J. Kousemaker Pz.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘‘Vlaams’ en ‘Hollands’ in Duitse dialekten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Onbilleke kritiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Het enclitische pronomen personale van de tweede en derde persoon singularis in het Rotterdams’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Polysemievrees’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Lummel dat je bent’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Nieuwe Friese dialectgeografie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Pieter van ReenenKloekes Hollandsche Expansie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het dialectwoordenboekTheorie en praktijk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereHet ‘(h)ankeren’ van jikkemiene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)
L. Veldhuis, ‘Hoe de boeren en voerlui een paard mennen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
L. Veldhuis, ‘De roepnamen van het varken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A.A. Verdenius, ‘Over de inclinatie in het Middelnederlandsch.(Naar aanleiding van Oostmiddelnederlandsche vormen als gaedet, regendet enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
A.A. Verdenius, ‘De laatste sporen van du in Noord-Holland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Over het voornaamwoord jullie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘De lidwoordsvorm den (d'n) in het hedendaags Fries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Oetoe (oerdoe) rakkert een Fries relict’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
J. Beckering Vinckers, ‘Wodan.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Waard, woord, woerd; zwaard, zwoord, zwoerd.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J.J. de Vlam, ‘Bijdrage tot het taaleigen der Meierij,medegedeeld door De Vlam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
C.G.N. de Vooys, ‘Westfriese woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
C.G.N. de Vooys, ‘Limburgs-Brabantse dialektgeografie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Het onderzoek van de Nederlandse dialekten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘De ‘epitheta’ van Anthoni Smijters.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Hedendaags woordgebruik in Zuid- en Noord-Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Wobbe de Vries, ‘Vocaalrekking vóór R + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Over Å­ in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Zijn de verkleinuitgangen met j en met ie uit Holland naar elders gekomen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Wobbe de Vries, ‘Nog iets over de noordoostlike verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Zijn Bilts en Vriezenveens ontstaan doordat Friezen van taal veranderden?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Wobbe de Vries, ‘N in de gen. en dat. van Friese eigennamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen.(Nalezing.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Over deminutiva in en nabij Overijsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van Pée's studie over de verkleinuitgangen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: poosje’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: wens: wuns’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: mispel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘De woorden voor melk en karnemelk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: boerenslobkous’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Uit de vaktaal der peelarbeiders’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Betrekkingen tussen de Zeeuwse en West-Noordbrabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart moe (vermoeid)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘[Nummer 6]’, ‘De ouderdom en het isolement van het Schouwens dialect’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘Hoeveel ea-phonemen kent het Noordbevelands?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Weijnen, ‘De oe-phonemen in het Leuvens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
A.A. Weijnen, ‘Het verspreidingsgebied van de ontronding’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘Dialectologie en Marxisme’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
N. van Wijk, ‘De 1. persoon pluralis in het Oudhoogduitsch en andere Westgermaansche dialecten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘De studie van Nederlandse dialekten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
N. van Wijk, ‘De leemten in onze dialektkennis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
N. van Wijk, ‘Niet-gerekte a, e voor r + konsonant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Over dialektgrenzen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
N. van Wijk, ‘Gerekte ŏ en Å­ in Oostnederlandse dialekten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Taalvergelijking en moderne Dialektkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
N. van Wijk, ‘Rekking en stoottoon in het limburgs’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
N. van Wijk, ‘De Rijns-Limburgse polytonie, vergeleken met de Kasjoebse’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
N. van Wijk, ‘‘Silbenschnitt’ en quantiteit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
C. Wilkeshuis, ‘De ontwikkeling van u (uit oude ô) tot y in 't Stadsfries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.IV. Dialect van Leuven.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.II. Dialect van Gent.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.I.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.III. Dialect van Antwerpen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Het Bourgondsch in de Kempen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.VI. Dialect van Kessel, by Venloo.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Overeenkomst van het Zeeuwsch en het Vlaemsch.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.XI. Dialect van Rousselaere.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.XVI. Dialect van Lier.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.XV. Dialect van Eecloo.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.XIV. Dialect van Poperinghe.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Mechelen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
J.F. Willems, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Rotterdam.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Turnhout, (medegedeeld door den eerw. heer Stroobant, te Hoogstraten).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Sint-Truiden.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844)
J.F. Willems, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Diest. De verlore zoon, in diesters duts’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Yperen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 9 (1845)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Audenaerde.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846)
J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Roland Willemyns, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigendoor K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)