klanken (fonologie/fonetiek)monografieënFrens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente, 1998 Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten?, 1995 Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands, 1984 R.C. Boer, 'Syncope en consonantengeminatie', 1918 Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning', 1983-84 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden, 1849 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve', 1958 Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken, 1995 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen), 1972-1977 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1, 1972 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2, 1977 B. Faddegon, 'Geleidelijke en springende klankverandering', 1907 Jac. van Ginneken, 'De phonologie van het Algemeen Nederlandsch', 1933-34 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 A.W. de Groot, 'De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands', 1931 L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem', 1953 C. Gussenhoven, 'The Dutch Foot and the Chanted Call', 1993 C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984 C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak', 1924 K.H. Heeroma, 'De plaats van ie, oe en uu in het Nederlandse klinkersysteem', 1959 Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch', 1985 M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal', 1978-79 René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch', 1985-86 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg, 1991 J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element', 1936 A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer, 1949 Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten, 1992 W.G. Moulton, 'The Vowels of Dutch: Phonetic and Distributional Classes', 1962 Anneke Neijt, Universele fonologie, 1991 S.G. Nooteboom, 'Over de lengte van korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken in het Nederlands', 1971 P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978 Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System', 1967 K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk, 1997 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 G. de Schutter en J. Taeldeman, 'Assimilatie van stem in de zuidelijke Nederlandse dialekten', 1986 Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976 J.J. Spa, 'Generatieve fonologie', 1970 Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987 Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal, 1987 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie, 1989 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 Marinel Gerritsen, Roeland van Hout en H.F. van de Velde, 'De verstemlozing van de fricatieven in het Standaard-Nederlands. Een onderzoek naar taalverandering in de periode 1935-1993', 1995 A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams', 1943 J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek', 1974 N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland', 1914 Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint', 1994 Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs', 1980 F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I', 1981 artikelenKlanken (fonologie/fonetiek)J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jan van Bakel, ‘De meest gesloten vocaalfonemen in het dialect van Nuenen bij Eindhoven’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) Frens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente (1998)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘De betekenis van de phonologie voor de linguistiek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) M.A. Bax Botha, C.B. van Haeringen, G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten? (1995)
B. van den Berg, ‘Morfeem en foneem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) B. van den Berg, ‘Naar aanleiding van de o's van P.C. Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) B. van den Berg en W.J.H. Caron, ‘Twintig lekkere flensjes’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands (1984)
H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) A.S. Bijl en Zadok Stokvis, ‘Opmerkingen over de klemtoon in Nederlandse plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Edgard Blancquaert, ‘Een paar lengtemetingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Edgard Blancquaert, ‘Voor een fonetiese beschrijving van het modern Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Edgard Blancquaert en Willem Pée, ‘Intervocalische tenuis-verschuiving in Vlaanderen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) R.C. Boer, ‘Opmerkingen over de Nederlandsche klankleer in boeken, die voor het onderwijs bestemd zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.C. Boer, 'Syncope en consonantengeminatie' (1918)
R.C. Boer, ‘Syncope en consonantengeminatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning' (1983-84)
Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie.Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D.Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.H. van den Bosch, ‘Over ‘de neiging tot differentiéring’ en noch iets.(Aan Prof. Te Winkel.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht). (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) D.B. Bosman, ‘'n Ondersoek na die gevelariseerde -ing in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.C. Bouman, ‘Over klanksymboliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Dirk Boutkan en Maarten Kossmann, ‘Dirk Boutkan en Maarten KossmannOver sjwa-apocope in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden (1849)
C.C. de Bruin, P.J. Meertens en J.J. Spa, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Sprokkel.Onecht’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema en J.J.A.A. Frantzen, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Welluidendheid, Hiaat, en Medeklinkers.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) José Cajot, ‘Een leesbare dialectspelling door J. Cajot’, ‘1. Een lesje fonetiek’, ‘2. Vocaalsysteem en spelling van het Nederlands’, ‘3. Een dialectspelling’, ‘Bibliografie’ In: Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995) José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten (1996)
Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve' (1958)
Abraham Benjamin Cohen Stuart, ‘F, s - v, z:eene bijdrage tot de Nederlandsche uitspraakleer,door A.B. Cohen Stuart.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken (1995)
P.J. Cosijn, ‘De sporadische uitstooting en klinkerwording der Wdoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmendoor P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen,door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘De uo der psalmen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Crompvoets, ‘De beide Limburgen als dialectologisch slagveld door H. Crompvoets’, ‘Algemeen’, ‘Slag bij Woeringen in 1288 Een korte historische achtergrond.’, ‘Taalkundig-historische achtergronden’, ‘Benrather linie’, ‘De -lik/-lich-linie’, ‘Vocalisering van l’, ‘De velariseringslinie’, ‘De -s/-sj-linie’, ‘De Panninger linie’, ‘Panninger zijlinie’, ‘De betoningslinie en Getelinie’, ‘Uerdinger linie’, ‘De mich/mij-linie’, ‘De Brabantse en Nederlandse tegenbeweging’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988) H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat (1991)
Jo Daan, ‘Stijl en klank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1 (1972)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen) (1972-1977)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2 (1977)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) R.L.M. Derolez, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp, R. Lievens en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Zamen of samen?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Johannes van der Elst, ‘Hoger rythme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Johannes van der Elst, ‘Het isochronisme in het Nederlandse vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichtsof La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en MaastrichtsofLa force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 243).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 174).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van jaarg. 1923, blz. 293).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) L.P.H. Eykman, ‘Assimilatie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) B. Faddegon, 'Geleidelijke en springende klankverandering' (1907)
B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering.Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) B. Faddegon, ‘Afstandsdissimilatie van consonanten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch.Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) B. Faddegon, ‘De regels der afstandsmetathesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Johannes Franck, ‘Das E in heeten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (ed. F.C.L. Bosman) (1943) E. de Frémery, ‘Het aesthetisch karakter van het vreemde woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Johan Hendrik Gallée, ‘Studie van spraakklanken.II.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Lode Geenen, ‘Taalkaart: steen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Lode Geenen, ‘Taalkaart: de ij-diphtongeering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Marinel Gerritsen, Roeland van Hout en H.F. van de Velde, 'De verstemlozing van de fricatieven in het Standaard-Nederlands. Een onderzoek naar taalverandering in de periode 1935-1993' (1995)
Jac. van Ginneken, ‘Accent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jac. van Ginneken, ‘De rompstanden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Jac. van Ginneken, ‘De statistiek en de taalwetenschap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Jac. van Ginneken, ‘Muziek en taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘OpeningsredeVoor het internationale congres van de phonetische wetenschappen te Amsterdam van 3-8 juli 1932’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘De phonetische wetenschappen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6]’, ‘De voorloopers der phonologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘De voorloopers der phonologie. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Het verslagboek van het congres der phonetische wetenschappen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, 'De phonologie van het Algemeen Nederlandsch' (1933-34)
Jac. van Ginneken, ‘De Oudnederlandsche Umlaut en de mouilleering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De nieuwe Nederlandsche klankleer van Blancquaert’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De phonologische regels van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6]’, ‘Het fortislenis-karakter der oudnederlandsche neus- en vloeiklanken leeft nog voort in de vormen der verkleinwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De correlatie van harde en weeke medeklinkers in het Oud- en Nieuwnederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De consonant-mouilleering in een groep Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘Ras en taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘Het wisselend muzikaal accent van het Oudnederlandsch heeft alleen het Limburgsch zuiver bewaard’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Internationale vragenlijst over dialect-phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘De tweeklanken of diphtongen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Leidraad bij de Nederlandsche beantwoording der internationale phonologische vragenlijst’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 2]’, ‘De Nederlandsche consonantgroepen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘De smak- of zuigklanken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘De phonologische beschrijving van het Westerschellingsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jac. van Ginneken, ‘Een Nederlandsch handboek voor de phonologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jac. van Ginneken, ‘De grondslagen der phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Leo Goemans, 'Voortleven van verdwenen klanken in den Sandhi (Dialecten van Aalst en Leuven)' (1903)
Leo Goemans, ‘Phonetische verscheidenheden in de volkstaal(Zuid-Brabant: Brussel, Leuven en Mechelen)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) W.F. Gombault, ‘De cartografie der Noordnederlandse tongvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
J. Goossens, J. van Marle en Wim Zonneveld, ‘Jaap van Marle en Wim Zonneveld De theoretische consequenties van stemhebbende finale obstruenten in Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen (1981)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk (1993)
A.W. de Groot, ‘De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) A.W. de Groot, 'De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands' (1931)
A.W. de Groot, ‘Phonologie en phonetiek. (Ter opheldering).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) A.W. de Groot, ‘De phonologie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem' (1953)
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
C. Gussenhoven, 'The Dutch Foot and the Chanted Call' (1993)
D. Haagman, ‘Het hinkende paard. (Een nationale accentkwestie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak' (1924)
C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, ‘Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, ‘Intervocaliese d in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Een nieuwe Nederlandse phonetiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.B. van Haeringen, ‘Over z.g. ‘paragogische’ consonanten in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.B. van Haeringen, ‘V en w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C.B. van Haeringen, ‘Chapter EightModern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Chapter TwelveWord Studies’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Fonetiek en taalkunde’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) C.B. van Haeringen, ‘De beklemtoning van academie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) A.G. van Hamel, ‘Ons conservatieve klankstelsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) K.H. Heeroma, ‘Het Zeefrankies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) K.H. Heeroma en N. van Wijk, ‘Ter inleiding bij de phonologische vragenlijst voor de dialekten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) K.H. Heeroma, ‘De korte o-klanken in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) K.H. Heeroma, ‘Gevoelswoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘De ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘De Gm. eu in het Nederlands (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘Bij de ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘De herkomst van de Hollandse aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) K.H. Heeroma, 'De plaats van ie, oe en uu in het Nederlandse klinkersysteem' (1959)
K.H. Heeroma, ‘De ie als plus-foneem van de reductievocaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) K.H. Heeroma, ‘Structuurgeografie en structuurhistorie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) W.Gs Hellinga, ‘De geschiedenis van de bilabiale W. Van normale realisatie tot extraphonologische variant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de aspiratie in het Nederlandschdoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de ei, uit e of a,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Versmelting van de beginletter w met eene volgende oe of o, in het Nederlandsch.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bestaat er in onze taal eene oo, uit eene oorspronkelijke ai?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘De tweeklank uidoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over ft, cht en stdoor W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de verscherpte uitspraak van zachte en de verzachte uitspraak van scherpe stomme consonanten in het normale Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de SS uit þþ in asem, vessemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Aanteekeningen op Varia in Deel XXVII, 157 Vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) D.C. Hesseling, ‘Spreken en horen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) D.C. Hesseling, ‘Iets over nadruk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Christiaan van Heule, ‘Van het derde Deel der Spraeckonst,’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626) Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch' (1985)
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal' (1978-79)
Elisabeth Jongejan, ‘Fonetiese sprokkel. De l in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch' (1985-86)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, ‘Proeve eener taalkundige behandeling van het Oost-Geldersch taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Eigennamen uit oude Geldersche oorkonden. Bijdrage tot de kennis der Geldersche tongvallendoor H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) A. Kessen, ‘Over de taal der oudste Limburgse, niet-literaire bronnen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) G.G. Kloeke, ‘De dialecten en de klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Op tie manier, is tat Algemeen-Hollands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) G. Knop, ‘De phonologische beschrijving van het Westerschellingsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) K. Kooiman, ‘Enige phonemen in Holland en in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) F.K.H. Kossmann, ‘Versvoeten en versmaat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) F.K.H. Kossmann, ‘De heftige herfst....’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) W. Kramer en A.A. van Rijnbach, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint' (1994)
Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning (1990)
Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Etsko Kruisinga, ‘De waarde van klankleer voor de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Etsko Kruisinga, ‘VIII. Onze klanken.’ In: Het Nederlands van nu (1938) L.F. Ledeboer van Westerhoven, ‘Iets over de melodie van ons spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg (1991)
Hubert Lemeire, ‘Inleidend hoofdstuk.’, ‘A. Spelling en klank.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970) J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element' (1936)
J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) anoniem Limburgse sermoenen, ‘IV. Klankleer.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw) A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer (1949)
H. Logeman, ‘Over hoesten, kuchen, hikken en wat fonetiek.(De Keel-explosiva.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) H. Logeman, ‘Klanken en klanksymbolen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 12 (1902) J.J. Mak, ‘Het vocalisme in beklemde syllaben van enige Oost-mnl.se geschriften uit de kring der Moderne Devotie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
N. Meerum Terwogt, ‘De gemiddelde stemomvang bij het spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Welluidendheid van taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) L.C. Michels, ‘H als wankel foneem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten (1992)
Norbert Morciniec, ‘Kontrastieve linguïstiek en vreemde-talenonderwijs door prof. dr. N. Morciniec (WrocÅaw)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978) W.G. Moulton, 'The Vowels of Dutch: Phonetic and Distributional Classes' (1962)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of Ç (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Anneke Neijt, Universele fonologie (1991)
S.G. Nooteboom, 'Over de lengte van korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken in het Nederlands' (1971)
Jillis Noozeman, ‘Bijlage Taalkundige beschrijving van de Beroyde Student en de Bedrooge Dronkkaart’ In: Beroyde student en Bedrooge dronkkaart, of Dronkke-mans hel (ed. Ineke Grootegoed, Arjan van Leuvensteijn en Marielle Rebel) (2004) Roland Noske, ‘Een aan het Frans ontleend principe van fonologische organisatie in het Zuid-NederlandsRoland Noske (Université Lille 3 / CNRS)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) G.S. Overdiep, ‘Gesproken taal en radio. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Stijgende tweeklanken in Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Zinsklankvorm enintonatie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) P.C. Paardekooper, ‘Fonologie en diftongering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) P.C. Paardekooper, ‘Tussen Hollands ae en Nederlands aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
J. Pijnappel, ‘Beschouwingen over de letterklanken.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Laurent Rasier, ‘De zinsaccentuering in het Nederlands: een verkenning over de grenzen tussen (toegepaste) taalkunde en didactiek heen Laurent Rasier’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Anton Reichling, ‘Vijfde hoofdstuk De woord-Gestalt als aanschouwelikheid’ In: Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1935) Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System' (1967)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IIFoniek en accent’, ‘Foniek, fonetiek, fonologie’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Gerlach Royen, ‘Fonologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) Gerlach Royen, ‘Een fonologische dialektgrammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.J. Salverda de Grave, ‘Over de Fransche tweeklanken ai, oi, ui in onze uit het Fransch overgenomen woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode(één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) A.M. Schaerlaekens, ‘2 De prelinguale periode’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Nieuwe opvattingen over klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk V.Het Oosten.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (ed. D. Fuldauer) (1914) Jos. Schrijnen, ‘De klemtoon in Nederlandsche plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Jos. Schrijnen, ‘Klemtoonverschuiving in plaatsnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Jos. Schrijnen, ‘De anlautende schr- in het algemeen beschaafd’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G. de Schutter en J. Taeldeman, 'Assimilatie van stem in de zuidelijke Nederlandse dialekten' (1986)
J. Slikboer, ‘Fonosemantiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie' (1970)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal (1987)
C.F.P. Stutterheim, ‘De taal en haar ‘klank-logica’. Aan Prof. Dr. F.A. Stoett bij zijn zeventigste verjaardag.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) J. Taeldeman, ‘J. TaeldemanNieuw licht op intervocalische < ng > vanuit de Vlaamse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) A. Teeuw, ‘Eeen nieuwe ontwikkeling in de fonologie: het werk van Roman Jakobson.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Het Nederlands diminutiefsuffix;een morfonologische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschapVervolg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschapSlot’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De phonologie van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 12]’, ‘Het phonologisch systeem van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘Een phonologisch probleem der Limburgsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) [tijdschrift] taal- en letterbode, De, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Phonetiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Studie van spraakklanken.I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Nieuwe Klank-studieën.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taal-eigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘De zachte en scherpe E en O bij Cats.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Wim van GalenSonoriteit van fonemen en de syllabestruktuur in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Taalkundige Bijdragen tot den Frieschen Tongval; door Ev. Wassenbergh, Hoogleeraar in de Grieksche en Nederduitsche Taalkunde, enz. te Franeker. IIde Stuk. Te Francher, bij D. Romar. 1806. In gr. 8vo. 240 Bl.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1807 (1807) F. de Tollenaere, ‘Fonologie of versleer?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Jan Trioen, ‘Redeneringh over de talen in 'tgemeen soo als die gesproken en geschreven werden’ In: Fonetiek en verlichting (1994) Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs' (1980)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie (1989)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
J. Veering, ‘Spellen en spreken’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) A.A. Verdenius, ‘Adverbia van graad op -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams' (1943)
A.A. Verdenius, ‘Het h-phoneem in het 17de-eeuwse Amsterdams.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) A.J. Vervoorn, ‘II. De klanken’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977) Albert Verwey, ‘Rytmiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) J. Beckering Vinckers, ‘Phonetische voorbarigheid, een middel ter verklaring van smiins.Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. van Vloten, ‘De infinitieven op yen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J. van Vloten, ‘Nog iets over 't woord lichaam en zijn spelling, over de Grieksche ph en de Nederlandsche f.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) R. Volbeda, ‘Over de opvolging der spraakklanken in lettergrepen naar aanleiding van een wet van Dr. Lloyd’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) C.G.N. de Vooys, ‘De ‘gevoelswaarde’ van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘II. Klankleer. Fonetiek en fonologie. - Taal en teken.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘Voornaamwoordelijke aanduiding met volle klemtoon.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Wobbe de Vries, ‘Eenige opmerkingen naar aanleiding van J. Te Winkel, De Noordnederlandsche Tongvallen, Afl. 2.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Wobbe de Vries, ‘Iets over vocaalquantiteit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Vocaalrekking vóór R + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Over Å in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Jan P.M.L. de Vries, ‘De uitspraak der Gotische H.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van bilabiale w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Bij ‘oe-relicten...’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek' (1974)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998) A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) Jip Wester, 'Language Technology as Linguistics: a Phonological Case Study of Dutch Spelling' (1985)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘Niet-gerekte a, e voor r + konsonant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Gerekte Å en Å in Oostnederlandse dialekten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland' (1914)
N. van Wijk, ‘Een opmerking over Nederlandse aksentverschuivingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) N. van Wijk, ‘Vondel's Lucifer klankanalytisch onderzocht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) N. van Wijk, ‘De moderne phonologie en de omlijning van taalkategorieën.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) N. van Wijk, ‘Analogie en phonologisch systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) N. van Wijk, ‘Rekking en stoottoon in het limburgs’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) N. van Wijk, ‘Trubetskoj's linguistisch testament.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘De plaats der tweeklanken ei, ou, ui in het Nederlandse phonologische systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) N. van Wijk, ‘‘Silbenschnitt’ en quantiteit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) N. van Wijk, ‘Scherp en zwak gesneden klinkers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel.Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824) J.F. Willems, ‘Brief aen Professor Bormans, over de tweeklanken IJ en UU.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841) J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Jan Wils, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Wils, ‘Het accentsysteem van een tweetal Afrikaansche toontalen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord vooroordeel.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het achtervoegsel aadje.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘De algemeene spelregels, en de spelling der woorden air, hair, heir, meir, doir en oir aan die regels getoetst.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘De verlenging der heldere a in gesloten lettergrepen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over g, gh en de gewaande letter ng.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over de spelling met gt en cht.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Iets over het runenschrift, ter toelichting van den oorsprong der letterteekens.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENOEMDE VERLENGING DER WOORDEN OP EEN DER TWEEKLANKEN AAI, EI, OOI, UI EN OEI.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Wees, weezen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Over de zoogenoemde verlenging der woorden op een der tweeklanken aai, ei, ooi, ui en oei.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Overeenstemming in de vormen geer, geeren, aalgeer en navegaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Een commentaar.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J. te Winkel, ‘Hoofdstuk V.Klankstelsel der Nederlandsche taal.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901) Arie Zijderveld, ‘Opmerkingen over Vondels ‘vocaliseren’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Wim Zonneveld, ‘25 jaar generatieve fonologie in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) H. Zwaardemaker, ‘Over spraakgeluiden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I' (1981)
|