betekenis (semantiek)monografieënC. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984 P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862 P.J. Meertens, De betekenis van de Nederlandse familienamen, 1941 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976 Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik, 1935 Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie', 1976 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 H.J. Verkuyl, 'Aspectual Classes and Aspectual Composition', 1989 C.G.N. de Vooys, 'Homoniemen, homoniemenvrees, homoniemenvermijding', 1939 N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"', 1928 F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I', 1981 artikelenBetekenis (semantiek)A. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen, eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Christine van Baalen, ‘Grenzen, confronterende tendensen’, ‘Neerlandistiek zonder grenzen. Over het nut van crossculturele taalanalyses Christine van Baalen’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Constantinus Bake, G. Kalff, H.W.J. Kroes, J. Prinsen J.Lzn, G.W. Spitzen en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Constantinus Bake en Wobbe de Vries, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Constantinus Bake en Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Jan van Bakel, A.C. Bouman, A.C. Crena de Iongh, C. Kruyskamp, H.T.J. Miedema en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Verhandelingen’, ‘Figuurlijk en letterlijkJaarrede door de voorzitter, Mw. Dr. F. Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996) Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Daar loopt wat van St. Anna onder.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘De mijl op zeven gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘'t Alleluia is geleid.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Adriaan Beets, ‘Iets (aan) zijn oogen klagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Kaneel water.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Adriaan Beets, ‘Koppen snellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) L. Beheydt, ‘Het semantiseren van woordbetekenis dr. L. Beheydt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) H.L. Bezoen, ‘Over eenige dierennamen in het Nederlandsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) H.L. Bezoen, ‘Zoo dronken als een kraai’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) H.L. Bezoen, ‘Bij de ‘mist’-kaart’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) H.L. Bezoen, ‘Maastrichtsch kreye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende door Mr. A. Bogaers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende, door Mr. A. Bogaers. (Zie Dl. V. bl. 225.)’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
A.P. de Bont, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) A.P. de Bont, ‘Voort, voortmeer, rechtevoort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) A.P. de Bont, ‘Nest - streen - strank - strop.Semantische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) A.P. de Bont, ‘Stapelgek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Andries Borgeld, ‘De witten uitdoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring.Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en C.C. Uhlenbeck, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) A.J. Botermans, ‘Een paar Aanteekeningen op Stoett's ‘Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen enz.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) A.C. Bouman, ‘De betekenis van het woord arch als adjektief bij personen in het Middelnederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.C. Bouman, ‘Over klanksymboliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Willem Gerard Brill, ‘Over faktitieve werkwoorden en uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Har Brok, ‘Har BrokMnl. wayen: ‘knieholte’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 5 Het beeld’ In: Lessen in lyriek (1993) Foeke Buitenrust Hettema, J. Heinsius en R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘De kan over 't hoofd smijten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de ‘beteekenisleer’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie.B.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie.A. Over Taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) L.A.J. Burgersdijk jr. en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Frans Claes, ‘Nederlandse benamingen van woordenlijsten en woordenboeken tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) Abraham Benjamin Cohen Stuart, ‘Ware en schijnbare frequentatieven,door A.B. Cohen Stuart.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) E. Cramer-Peeters, ‘Sente Meye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘RENTJES.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, ‘Rentjes.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, ‘Rigghe.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, ‘RIGGHE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘NEDERDUITSCHE SPREEKWOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingendoor J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.H. van Dale, ‘Berijden - berijd - berijddag - berijdrol - berijder - berijderschap,door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Karina van Dalen-Oskam en Katrien Depuydt, ‘K.H. van Dalen-Oskam en K.A.C. DepuydtHet Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200-1300)Over betekenissen en meer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Oscar Dambre, ‘Nog ‘Venusjankerij’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) J. Daniels S.J., ‘Moortmisse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) J.A. van Dijk, ‘De uitdrukking als het ware.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.B. Drewes, ‘Zijn biechtvader bepissen onder de galge’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) J.B. Drewes, ‘Op me siel godts’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) F.G. Droste, ‘Structuurverhoudingen in de categorie van het pronomen personale’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F.G. Droste, ‘Homonymie en identiteit van woord en moneem.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) F. den Eerzamen, ‘Spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen, voornamelijk uit Goeree en Overflakkee.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) F. den Eerzamen, ‘Spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen, voornamelijk uit Goeree en Overflakkee.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) F. den Eerzamen, ‘Spreekwoorden en spreekwoordelike uitdrukkingen, voornamelik van Goeree en Overflakkee. IV.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.H. Eichman, ‘De beteekenis van eenige woorden ontleend aan de volkstaal in Northumberland, ter verklaring van eenige Nederlandsche woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) D.Th. Enklaar, C.M. Geerars en Karel Meeuwesse, ‘Nogmaals Venusjankerij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) B.H. Erné, ‘Huijsmorsen en Verhuijsmorsen Huijsmossen schieten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. J. Eymael en R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) H. J. Eymael en Joh. A. Leopold, ‘Vroom.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) H. J. Eymael en K.O. Meinsma, ‘Ook wat ‘verscheidenheden.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) H. J. Eymael en R.A. Kollewijn, ‘Huygens Voorhout 8.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) H. J. Eymael, ‘Van den os op den ezel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) H. J. Eymael, Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
H. J. Eymael, ‘Op zijn plat vallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) H. J. Eymael, ‘Op zijn eigen houtje.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Iryna Feoktistova, ‘Antwoord op een vraag met negatie: het Nederlands en het Oekraïens in contrastIryna Feoktistova (Kiev)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) R.L.K. Fokkema, ‘Verzamelde gedichten: een loze term’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Ad Foolen, ‘‘Typical Dutch noises with no particular meaning’: Modale partikels als leerprobleem in het onderwijs Nederlands als vreemde taal drs. A.P. Foolen’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Leonard Forster, ‘Jan van der Noot en ‘Tempera te tempori’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johan Hendrik Gallée, ‘Litus Saxonicum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Dirk Geeraerts, ‘Dirk GeeraertsOver woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) Dirk Geeraerts, ‘Dirk GeeraertsOver woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebiedenII’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987) J.B.F. van Gils, ‘Taalkundige opstellen van Dr. J.B.F. van Gils†’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘De twee beteekenissen van kuieren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Jac. van Ginneken, ‘MoetenEen semantische proeve over taal en levensbeschouwing’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘Een teekenend spreekwoord van West-Europa’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) August Gittée, ‘Schertsenderwijs aangewende eigennamen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) August Gittée, ‘Woordverklaring.De uitroep o Jee! of Jeminie!’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Michiel Johannes de Goeje, ‘Hij weet waar Abraham den mosterd haalt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgevingEen onderzoek naar de benamingen van enkele moderne landbouwbegrippen in het zuidoosten van het Nederlands taalgebied, voornamelijk Belgisch Limburg’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgeving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) Jan Grauls, ‘Een nog niet verklaard Vlaamsch spreekwoord van Pieter BruegelDe bloksleeper en den blok sleepen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.W. de Groot, ‘De Nederlandse zinsintonatie in het licht der structurele taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C. Groustra, ‘‘Zitten’ in slang-uitdrukkingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Anne Hallema, ‘Een leelijke vergissing of van Pontius naar Pilatus’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) Anne Hallema, ‘Een bijzondere beteekenis van hellewagen of luiwagen uit het jaar 1604’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
Martin 't Hart, ‘Piekeren over betekenisveranderingen bij Noesantarische leenwoorden Martin 't Hart (Kuala Lumpur)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997) E.J. Haslinghuis, ‘Hem verzien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) M. van Hattum, Luc Korpel, P.G.J. van Sterkenburg en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) K.H. Heeroma, ‘Nogmaals lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Rapzak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) K.H. Heeroma, ‘Mnl. cornecote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Hans Heestermans, ‘Prototypische betekeniselementen (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983) J. Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) J. Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over stok, steen en steke, als eerste lid van een samengesteld adjectief.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.XXIX-XXX. Muts, mutsen.Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta,door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over begripswijziging van de woorden (semasiologie).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Anthonie Hendriks, ‘Vertrekken of weggaan met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Anthonie Hendriks, ‘Hier elf oogen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Anthonie Hendriks, ‘Weggaan met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Petra Hendriks, Mark Kas en Liesbeth Laport, ‘De semantiek van afleidingen met ont-’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Iemand de oren wassen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) D.C. Hesseling en P. Leendertz (jr.), ‘Moortmisse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) J.M. Hoogvliet, ‘Beter.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) J.M. Hoogvliet, ‘Regels (naar de beteekenis) voor het deel- of dingsoortig (zoogenaamd ‘onzijdig’) ‘geslacht’ in de Nederlandsche taal.(verkorte weergeving)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch.Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch,door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Moord als rechtsterm.Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbÅ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) G.J. van der Keuken, ‘Bij dit licht’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Paul de Keyser en Jan P.M.L. de Vries, ‘Den zouter omme te doen gane.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Robert S. Kirsner, ‘De rol van de directe vergelijking van het Nederlandse en het Engelse tijdssysteem bij het onderwijs aan Engelstaligen door Prof. Dr. Robert S. Kirsner University of California at Los Angeles’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Zofia Klimaszewska, ‘Fraseologie’, ‘Fraseologie en het onderwijs Nederlands als Vreemde Taal Zofia Klimaszewska (Warschau)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) G.G. Kloeke, ‘Pieper = ‘aardappel’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) G.G. Kloeke, ‘De culturele achtergrond van de termen spreekwoord, verzoeking en roem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) W.G. Klooster en H.J. Verkuyl, ‘De transformationele relatie tussen duren + specificerend complement en bepalingen van duurmeting’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.A.N. Knuttel, ‘Dirken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.A.N. Knuttel, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.A.N. Knuttel en F. de Tollenaere, ‘Tintelteelken, tinteletene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) J.A.N. Knuttel, ‘Spel van sinne(n)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brills Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILLS NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel.Een wassen neus.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring.Niets minder dan en niet het minst.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Het te Keulen hooren donderen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring.Horendrager en koekoek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen.(Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) W. Kramer, ‘De vergelijking.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) H.W.J. Kroes, ‘Zijn schaapjes op het droge hebben.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) J. de Kruys, ‘Venusjanker en Venusboef.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) C. Kruyskamp, ‘Quoniam’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) C. Kruyskamp, ‘Van de os op de ezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) D. Kuijper Fzn., ‘De Samiaaner’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) D. Kuijper Fzn., ‘Humiliamini’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) D. Kuijper Fzn., ‘Een graft onderdaen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) D. Kuijper Fzn., ‘Frobentomie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973) K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Luuk Lagerwerf, ‘Thema MetaforenHet complex van metaforen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) P. Leendertz (jr.), ‘Geerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P. Leendertz (jr.), ‘Den haring om de kuit braden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) L. Leopold, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L. Leopold, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L. Leopold, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L. Leopold, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. van Lessen, ‘Over namen van munten, in het bijzonder over stuiver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) J.H. van Lessen, ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (V)Over enige semantische parallellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) J.A. van Leuvensteijn, ‘Tuijghen bij Huygens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) R. Lievens, ‘Sente Mey(e)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) J.J. Mak, ‘Adelen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) J.J. Mak, ‘De oudste betekenis van Venusjanker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Katerina Malková-Krízová, ‘Het gebruik van tweelingformules in het Nederlands en het TsjechischKateÅina Malková-KÅížová (Olomouc)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) P.J. Meertens, De betekenis van de Nederlandse familienamen (1941)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) K.O. Meinsma, ‘Verscheidenheden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Judi I.H. Mendels, ‘Over ‘nevels’ en ‘dampen’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect (1994)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Reinier van der Meulen Rz., ‘Em staan hebbenenem om hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Reinier van der Meulen Rz., ‘Liever Turksch dan Paapsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Peter van Meurs, ‘Sta bij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) L.C. Michels, ‘Mnl. hersten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) L.C. Michels, ‘Orgaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) L.C. Michels, ‘Ordinaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) L.C. Michels, ‘Martelaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Fons Moerdijk, ‘A. MoerdijkHet belang van neologismen voor de lexicale semantiek, ‘kamerbreed’ geëtaleerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) J. Molemans, Mensen, namen en nummers (1976)
Erzsébet Mollay, ‘Overeenkomsten en verschillen tussen Nederlandse en Hongaarse vaste woordverbindingen Erzsébeth Mollay’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Erzsébet Mollay, ‘De verhouding tussen fraseologismen en idiomatische composita: Een stiefkind in de taalkunde Erzsebet Mollay (Budapest)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) H.W.E. Moller, ‘Is een ‘levende’ taal een organisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of Ç (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Vaderland en moedertaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) J.W. Muller, ‘Nennen, ninnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Nogmaals over eenige oude benamingen van hel en duivel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Heel en heil’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) G.A. Nauta, ‘Een zak zout met iemand eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) G.A. Nauta, ‘Te lande komen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) G.A. Nauta, ‘Den rooden haan laten kraaien.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) G.A. Nauta, ‘Onder den hamer brengen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) G.A. Nauta, ‘Krokodillentranen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) G.A. Nauta, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) G.A. Nauta, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) G.A. Nauta en Adriaan E.H. Swaen, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) O. de Neve, ‘Over de plantnamen konfilje en konfilie de grein’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) O. de Neve, ‘Boteram van vrouwen cleren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) G.S. Overdiep, ‘Vorm, beteekenis en functie van woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G.S. Overdiep, ‘Onterjuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) G. Pilger, ‘Woorden uit de Waterlandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Klaas Poll, ‘Blauw, blauwe bloemen, blaauwbesse brief, blauwe besse kraamer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Klaas Poll, ‘Orientaaltje.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Klaas Poll, ‘Poppe-reusen, Poppen-Goliats.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Klaas Poll, ‘Kosten synoniem met gelden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Klaas Poll, ‘Vidimus.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Klaas Poll, ‘Warenar, vs. 474 vlgg.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Verklaring van spreekwoorden en spreekwijzen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Marie Ramondt, ‘Sint Joris Braes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1935)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk VSemantica’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) J.J. le Roux, ‘Het onderspit delven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Gerlach Royen, ‘Vorm en funktie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Reinier Salverda, ‘Reinier SalverdaCulturele linguistiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘‘Op de eerste plaats’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) André Schillings, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Aert Schouman, ‘Geijkte beeldspraak in het Oud-Noors.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie' (1976)
Ph.J. Simons, ‘Het beeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Ph.J. Simons, ‘De term ‘betekenen’ in en buiten de kleuterroman.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) Ph.J. Simons, ‘De term ‘betekenen’ in en buiten de kleuterroman.(Vervolg van blz. 52).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) Ezechiël Slijper, ‘Opmerkingen bij enige Nederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Ezechiël Slijper, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal. (Nalezing.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) J. Slikboer, ‘Fonosemantiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Chr. Stapelkamp, ‘Het adjectief abeluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) W.H. Staverman, ‘Humor en humoristen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) F.A. Stoett, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) F.A. Stoett, ‘Ledigheid is des duivels oorkussen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) F.A. Stoett, ‘Van den os op den ezel.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) F.A. Stoett, ‘Hielbeslag.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) F.A. Stoett, ‘Ontraden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) F.A. Stoett, ‘Potjebeuling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) F.A. Stoett, ‘W.A. Winschooten's ‘Seeman’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) F.A. Stoett, ‘Doorslagen en doorweterd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) F.A. Stoett, ‘Zeestraet, vs. 758 (en 798).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) F.A. Stoett, ‘Schamper.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) F.A. Stoett, ‘Naar, zijn hielen omzien (op de vlucht bedacht zijn).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) F.A. Stoett, ‘Het altemaal zijn.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) L. Strengholt, ‘Oorloghsoogh’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) W.F. Tiemeijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) [tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, ‘Bouwstenen van het Nederlands. Een pleidooi voor (nog) meer aandacht voor de idiomaticiteit van het NederlandsTon van der Wouden (Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een Amsterdamse scheldroep uit de 15de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Ic warpe u eenen schoelap naer’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Hij heeft luie Evert (Bernt) op de rug.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De syntactische valentie van het’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Stervende Nachtegaal n.a.v. NTg. 57, 335’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Metafoor: wiens begrip is het eigenlijk?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Thema MetaforenIntroductie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Werkwoorden op -tsen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geheime rijkdommen van onzen woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 5]’, ‘Een teekenend spreekwoord van West-Europa’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beter.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Dwepen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Als de bok op de haverkist.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘‘Als God in Frankrijk.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘God zegen de greep.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Slang-uitdrukkingen met ‘Zitten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Vergelijkingen in de gesproken taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Klaauwen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taal-eigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Inleiding tot de beoefening der Nederlandsche letterkunde.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Brievenbus. over het w.w. verrigten.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘BRIEVENBUS. OVER HET W.W. VERRIGTEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Inleiding tot de beoefening der Nederlandsche letterkunde.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Bijnamen in Oud-Mechelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Middelnederlands (op-)terven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Elckerlijc's roeyken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Polysemievrees’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Armoedzaaier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) Yolande Timman, ‘Idioom: Meer dan het zout in de pap De didactiek van idioom in het vreemde-talenonderwijs Y. Timman (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) J.F.J. van Tol, ‘‘Deus aes’ en ‘Sisink (six-cinq)’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) F. de Tollenaere, ‘Nog ‘op sijn hooft soeken’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) F. de Tollenaere, ‘Beduit(je), vaan(tje), paar(tje), peerd(eken) en up(p)erken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘Aveluinig, abeluinig, haveluinig, schaveluinig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘Droochscote - veije scote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) F. de Tollenaere, ‘VerandzadenEen woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F. de Tollenaere, ‘F. de TollenaereVan hantreiken en verhandigen tot overhandigen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) M.C. van den Toorn, ‘9. Semantiek’ In: Nederlandse grammatica (1973) M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) U. Tuinstra, ‘Enige opmerkingen over composita van het type Jan-oom.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Eene beteekenis van Skr. á¹ká¹£a-.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
G.J. Uitman, ‘De term ‘Burgerlijke Stand’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche variadoor J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Eene beteekenis van Mnl. dac.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.A. Verdenius, ‘De vorm kyn(t)s bij Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) A.A. Verdenius, ‘Met iemand toeslaan, opslaan, omslaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) A.A. Verdenius, ‘Het 17de-eeuwse versterkingswoord ong(e)naartich.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) A.A. Verdenius, ‘Als ik opspring, so waecht het al.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) A.A. Verdenius, ‘Een merkwaardig werkwoord tuigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) A.A. Verdenius, ‘Over het 17de-eeuwse werkwoord en substantief verlangen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Moortje, vs. 1190: De garde. Het komt u toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Koop je geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) A.A. Verdenius, ‘Composita bestaande uit eigennaam + waarderingselement.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) H.J. Verkuyl, 'Aspectual Classes and Aspectual Composition' (1989)
H.J. Verkuyl, ‘Reactie:Wat schijnheiligen tot roomsen maakt; een semantische exercitie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) Albert Verwey, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst,door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J. van Vloten, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel;’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. van Vloten, ‘Den Heere Mr. A. Bogaers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. van Vloten, ‘Woordverklaring in Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. van Vloten, ‘Woordverklaring bij Vondel, afkapping van ig, germanismen, enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J. van Vloten, ‘WOORDVERKLARING BIJ VONDEL, AFKAPPING VAN IG, GERMANISMEN, ENZ.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap,door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Alexander J. de Voogt, ‘Alexander J. de VoogtHelicopter en zijn synoniemen: een vluchtige verkenning’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) C.G.N. de Vooys, ‘De psychologiese beschouwing van de betekenisverandering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over de metafoor.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over de metafoor. (Vervolg van blz. 49).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) C.G.N. de Vooys, ‘Een principiële opmerking bij het etymologiseren van spreekwoordelike uitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) C.G.N. de Vooys, ‘Strijk en zet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal. (Vervolg van blz. 100).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) C.G.N. de Vooys, ‘Willem van Hildegaersberch's gedicht ‘Van mer’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) C.G.N. de Vooys, ‘Eufemisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) C.G.N. de Vooys, ‘Contaminatie bij synonieme verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, 'Homoniemen, homoniemenvrees, homoniemenvermijding' (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III C. Woordbetekenis.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) W.L. de Vreese, ‘Op zijn Genevois.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) W.L. de Vreese, ‘Naschrift bij de correctie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) W.L. de Vreese, ‘Mnl. solre.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) W.L. de Vreese, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Matthias de Vries, ‘Nog een proefje van middelnederlandsche taalzuivering.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Matthias de Vries, ‘NOG EEN PROEFJE VAN MIDDELNEDERLANDSCHE TAALZUIVERING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Matthias de Vries, ‘Vélocipède.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Oebele Vries, ‘Oebele VriesHet raadselachtige rechtswoord ‘heiden-moord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘De structuur van de temporele laag van de voorzetselbetekenissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘De niet-dimensionele betekenislaag van de voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) W. Wessels, ‘AFLAAT, MISBEDIENEN, OUWEL, ABT.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘DOODZONDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘Aflaat, misbedienen, ouwel, abt.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘Doodzonde.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) N. van Wijk, ‘Weeuwenaarspijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) N. van Wijk, ‘‘Aspect’ en ‘Aktionsart’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"' (1928)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) J. Wils, ‘Zitten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) J. Wils, ‘Structuurtypen in de beteekenis van Nedl. bewegingswerkwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de uitdrukkingen: mijns gelijke, uws gelijke, enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Over de noodzakelijkheid der toepassing van de stelling: een woord staat onmiddellijk alleen in betrekking tot eene voorstelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over het bijna vergeten voorvoegsel a-.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Wat zoekt de etymologie? Wat heeft men te verstaan door den innerlijken vorm der woorden?’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Iets over het runenschrift, ter toelichting van den oorsprong der letterteekens.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Vlijm.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Critische beschouwing der verschillende afleidingen van het woord God.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Overeenstemming in de vormen geer, geeren, aalgeer en navegaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) G.W. Wolthuis, ‘Molwerk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) C.A. Zaalberg, ‘Schoondochter ‘stiefdochter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) C.A. Zaalberg, ‘Monster passeren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) A.C. Zijderveld, ‘Gemoed. (Wdb. der Ned. T. Dl. IV, kol. 1429 vlgg.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) F.L. Zwaan, ‘‘Gespan’ bij Huygens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) F.L. Zwaan, ‘Wnt verbeuren (kol. 489)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973) F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I' (1981)
|