Oeuvres complètes. Tome I. Correspondance 1638-1656
(1888)–Christiaan Huygens[p. 81] | |
wil discommoderen, nademael dat het mijn gelegenticheyt niet toe en laet, dat al het geen datter in is soo langh ongesloten leggen soude; d'ander dat misschien het Ebbenhoute Cabinet wel achter soude blijven als het mijne daer waer. Nicht souw meugelijck seggen dat het niet te pijne waert en is sulcken grootten geveerdt over te senden, et sic mihi dominium non acquireretur, quod non nisi per traditionem transfertur; Sooje dan de mangelingh noch aen staet soo sal ick het uwe metten eersten verwachten, en dan terstont het mijne senden. Ick geloof niet datje soo seer verwondert waert als je secht van gheen antwoort ontfangen te hebben op dien eersten brief1), ten minsten nae dat Toot in sijn langh verhael van de gedaene reys niet vergeten en heeft de naem van de Joffrouwen die te Loon waeren te refereren; want nae datme voorstaet soo was uw schrijvens niet veel besonders als om dat te weten. 'k en twijffel niet of je hebt dese vastelavont niet sonder danssen deurgebracht dewijl de Bals van dese winter soo in vogue geweest sijn; Wat mijn aengaet het heest hier al schappelijck toegegaen; maer onder anderen heb ick tot den Drost seer magnifiq getrackteert geweest. Daer waeren genooydt een deel Joffrouwen; en nae dat wij van's achtermiddachs ten 5 uren met de kaert wat gespeelt hadden, aeten 's avonts een kostelijcke maeltijt op het eynde van de welcke quamen menichte van confituren, die niet min aengenaem waeren om te sien als om te eten, soo geestich waerense toe gemaeckt vande Joffrouwen met kranssen van groente en bloemen dieder te krijgen waeren; maer dewijl ick doch in't verhaelen ben van sulcke particulariteijten, soo moet ick maecken dat ick gheen reprosche meer en krijghe van dat ic de Joffrouwen niet genoemt en hebb; Wij saten dan 15 aen een ronde taefel aldus: De President2); d'ouste van de 2 joffrouwen Rossem; Joffrouw Ceters3); Bornius; Joffrouw vander Veeck4); een soontie vanden Drost5); Joffrouw Stas; Joffrouw Boxstaert; Stas6); De 2e dochter vanden Drost7); Cap. Despon; Becker. d'ouste dochter van den Drost8); ick; d'andere Joffrouw Rossem. Den Drost was in den Bosch. Nae dat wij wel gegeten hadden, dansten een deel Sessies en Couran- | |
[p. 82] | |
ten,9) (trois violons) tot 3 uren toe. Secht nu weer dat ick gheen particulariteijten en schrijf. Soo ick misschien te Paesschen inden Haegh kom, sulje sien hoe dat ick heb leeren schermen. Adieu.
UE Dienstwilligen broer en dienaer Christiaen Huygens. Den 2 Mart 1648.
Soo morghen mijn Disput de Tutelis, dat ick en Saterdach10) defenderen sal gedruct is, sal ic het noch met desen brief senden, anders metten eersten. Aan Mijn Heer Mijn Heer C. Huyghens, Secretaris van S. Hooheijt. P. In sGravenhaeghe. |
|