Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
DBNL Logo
DBNL Logo

Hoofdmenu

  • Literatuur & Taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taal
    • Limburgse literatuur
    • Friese literatuur
    • Surinaamse literatuur
    • Zuid-Afrikaanse literatuur
  • Selecties
    • Onze kinderboeken
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • E-books
    • Publiek Domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Gebruiksvoorwaarden
    • Hergebruik
    • Disclaimer
    • Informatie voor rechthebbenden
  • Over DBNL
    • Over DBNL
    • Contact
    • Veelgestelde vragen
    • Privacy
    • Toegankelijkheid
Wisconstighe gedachtenissen. Deel 5: van de ghemengde stoffen

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (1,14 MB)

XML (0,62 MB)

tekstbestand






Genre
non-fictie

Subgenre
non-fictie/natuurwetenschappen/wiskunde
non-fictie/natuurwetenschappen/natuurkunde


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

 

Wisconstighe gedachtenissen. Deel 5: van de ghemengde stoffen

(1608)–Simon Stevin

Vorige Volgende

7 Hooftstick.
Vermoeden vande oudtheyt des Bouckhoudens.

ALsoo een mijn goet vrient hem inde oude Historien gheoeffent hebbende, desen handel der bouckhouding ghesien hadde eerse voldruckt was, hy viel in vermoeden datse haer anvang in Italie niet over ontrent de twee hondert Iaren ghenomen en hadde, als sommige meynen, maer dat de selve, of een in veel deelen daer me seer gelijck, ten tijde van Iulius Cesar en lange te voorē te Roome gebruyckt wiert, en dat eenige overblijfsels van ouden tijden meughen gecommen sijn ter handt der ghene diese nu onlancx weerom int werck stelden: Welck gevoelen my niet onbillich en dunckt, te meer dattet te vreemt soude wesen, soo heerlicken diepsinnigen const int hert des* Leeckentijts van nieus ghevonden te wesen: Doch t'sy daet me hoet wil, ick sal hier t'boveschreven ghevoelen vanden selven mijn vrient stellen, de welcke het daer voor houdt, dat in plaets der eygen woorden nu ter tijt inde Italiaensche bouckhouding ghebruyckt, voormael ander van dergelijcke beteyckening ghestelt wierden, als hier onder:

Schultbouck of Grootbouck. Tabulae accepti & expensi.
Debet en credit. Acceptum & expensum.
Partyen overgedregen int Schultbouck. Nomina Translata in Tabulas.
Partye niet overghedreghen. Nomen iacens.
Memoriael, of misschien Iornael. Adversaria.

T'welck hy seght altemael te connen blijcken by ontallicke plaetsen vande Latijnsche Schrijvers, ende insonderheyt uyt Oratione Ciceronis pro Roscio Comaedo. Maer dat d'een sijde van hemlien Schultbouck ghebruyckt wiert tot debet,

[p. 106]origineel

d'ander tot credit, seght hy te blijcken tot seker plaetse Naturalis historiae Plinij Lib. 2. C. 7. alwaer hy vande Fortune sprekende aldus seght: Huic omnia Expensa, Huic omnia fervntvr accepta, & in tota ratione mortalium sola utranqve paginam facit.

Soo ander hier op noch breeder acht namen, misschien datmender noch meer bescheyts af vonde, en dat dese bouckhouding niet alleen by de Romeinen, maer voor hemlien by de oude Griecken mach int ghebruyck gheweest sijn, want insiende datse gheen groote Vinders en waren, en alle constighe besonderheden meest vande Griecken hadden, soo schijntmen dat met reden te meughen vermoeden, waer afuyt het lesen der Griecksche boucken sekerder bescheyt mocht volghen.

 

Der Vorstelicke Bovckhovdings

EYNDE.



illustratie

*
Barbari saculi.

Vorige Volgende